Max Pam

Kennis & macht

Op de wetenschapspagina van Het Parool stond het intrigerende bericht dat het verplicht debriefen van de 55 duizend New Yorkse politie- en brandweermannen, die in actie waren geweest na de aanslag op het wtc «een complete tijdverspilling» is geweest. Dat is althans de stelling van de Israëlische slaaponderzoeker Peretz Lavie, verdedigd in de New York Journal of Medicine. Volges Lavie, directeur van een slaap instituut in Haifa, hebben mensen die worden gedwongen om hun pijnlijke ervaringen te uiten, net zo veel kans op «posttraumatische stressstoornissen als ieder ander».

Als het waar is wat Lavie zegt, is dat direct in strijd met wat Freud altijd heeft beweerd. Pijnlijke ervaringen uiten betekent pijnlijke ervaringen «verwerken», en pijnlijke ervaringen verwerken betekent dat je straks geen last meer zult hebben van die pijnlijke ervaringen. Wie bijvoorbeeld incestervaringen heeft, moet erover praten om te genezen van de geslagen wonden. Maar volgens Lavie maakt het kennelijk niets uit en kun je er net zo goed over zwijgen.

Nu is er natuurlijk ook een mechanisme dat ook van Freud komt en dat verdringen heet. Stop het weg en gij wordt weer een gelukkig mens. Verwerken en verdringen. Het zijn twee strategieën met hetzelfde doel, maar het is onduidelijk welke strategie de beste is. Wel is vastgesteld dat het gebruik van slaapmiddelen in New York met een derde is gestegen, maar volgens Lavie «verwarren traumapatiënten die zeggen dat zij niet kunnen slapen vaak de angst om te gaan slapen met de moeite om in slaap te komen». Dat is een subtiel, maar belangrijk verschil. Je kunt slecht in slaap komen, maar heel goed kunnen slapen. Je kunt ook als een blok in slaap vallen, om vervolgens de vreselijkste nachtmerries te krijgen.

Wat mijzelf betreft ben ik er in mijn hele leven nooit achter gekomen hoe belangrijk slapen voor mij is. In mijn jeugd sliep ik veel meer dan tegenwoordig. Gemiddeld wel drie à vier uur per nacht. Nu is het vreemde daarbij dat het aantal slaapuren omgekeerd evenredig lijkt met mijn gevoel van welbehagen. Ik maakte mij zorgen over van alles en nog wat: over mijn examen, over dat mooie meisje en over dat vervelende baantje. Het zal toen wel een vorm van escapisme zijn geweest dat ik toen heel lang sliep en de grootste moeite had om uit bed te komen.

Dat is nu allemaal voorbij. Ik slaap nog maar kort en vaar daar wel bij. In mijn jeugd was ik altijd moe, nu nooit meer. Soms lijk ik zorgeloos en oppervlakkig, maar bovenal voel ik mij veel gelukkiger dan toen. Het is moeilijk om hierover iets met zekerheid te zeggen, maar zelf heb ik het idee dat ik aanzienlijk meer verdring dan verwerk. Gebeurt er iets vervelends dan ben ik het al snel vergeten. Een slecht geheugen is mijn beste slaapmiddel.