Media

Kennismachine

Twee weken geleden schreef ik op deze plekeen stukje over de enorme veranderingen die op dit moment in de media plaatsvinden en het feit dat iedereen daardoor volgens mij op de een of andere wijze in verwarring is. Voor de zoveelste keer is een tijdperk geëindigd, beweerde ik met wat veel aplomb, na vijfhonderd jaar boekdrukkunst zullen we opnieuw moeten nadenken hoe de wereld te ordenen. Ik kreeg talloze reacties (een indicatie is ook het aantal Facebook-likes) en wel een keer of tien de vraag: hoe dan? Het antwoord plaatst me, eerlijk gezegd, met de bek vol tanden.

Een van de redenen hiervoor is de verbazing waarmee ik regelmatig het mediagedrag van mijn twintigjarige dochter observeer. Zij presteert het televisie te kijken met de laptop op schoot en de telefoon in de hand. Terwijl ze een film, realityshow, dans-, zang- of ander soort battle volgt, whatsappt ze onophoudelijk met haar vrienden, werkt ondertussen haar Facebook-pagina bij en belt ondertussen nog ook. Als ik ernaast zit, kan ik niet anders dan nerveus worden en mopperen dat ze alles half of nog minder doet. Ze knikt een lamalulle en beweert dat ze gemakkelijk drie dingen tegelijk kan, ‘nog wel meer’.

Ze heeft gelijk. Althans, vanuit haar wereldbeeld heeft ze gelijk. Vanuit het mijne niet. Want zij is opgegroeid in de samenleving waar ik hoogstens ingegroeid ben: die van stukjes. Wat voor haar de enige werkelijkheid is, daaraan zal ik vermoedelijk nooit kunnen wennen. Vandaar ook dat ik op de vraag naar nieuwe ordeningen in eerste instantie geneigd ben aan te komen met iets in de trant van een groot verhaal. De redenering daarachter gaat als volgt. De huidige verwarring over inhoud en vorm lijkt weliswaar een gevolg van technologische ontwikkelingen, maar is eigenlijk een cultureel probleem – technologie is secundair. Dat culturele probleem kun je wellicht nog het best samenvatten als het verdwijnen van de ideologie. Weliswaar is het betoog ondertussen sleets, maar daarom nog niet minder waar. Dat we in een maatschappij leven waarin alle verbanden – zuil, kerk, groep, buurt en gezin – verdwenen zijn en schijnbaar onafhankelijke individuen van groep naar groep, moment naar moment en sensatie naar sensatie hoppen. De staccatosamenleving zoals Zijderveld het ooit noemde, liquid modernity zoals Zygmunt Bauman zegt.

Hoewel die samenleving door sommigen betreurd en door anderen bejubeld wordt, is de verandering zo groot dat treuren en jubelen zinloos is, je kunt alleen nog het feit constateren. We leven letterlijk en figuurlijk op alle gebied in een stukjessamenleving en hebben nauwelijks idee hoe de stukjes zich tot elkaar verhouden. Dit wil niet zeggen dat er geen pleidooien gehouden worden voor de lijmpot. Maar verreweg de meesten van ons aanvaarden de nieuwe werkelijkheid, zij het met gevoelens van ongemak.

Dit geldt ook voor mij. Omdat ik voortkom uit een tijdperk waarin houvast gewoon was, ben ik geneigd daarnaar terug te grijpen. Maar dat heb ik nog niet bedacht of ik realiseer me dat met zo’n houvast vermoedelijk de spoken van weleer terugkeren. Die wil ik niet. Aldus in een notendop ook het probleem waarmee wijlen Fortuyn worstelde. Als kind van de jaren zestig had hij gedurende lange tijd naar ruimte gestreefd. Maar toen hij die eenmaal verworven had, ervoer hij haar als leegte. Vervolgens deed hij al het mogelijke om die leegte in te vullen met… Dat is wat ik bedoel. Op de plek van die puntjes zou je iets als ‘groot verhaal’ moeten schrijven. Fortuyn vond het niet, hij zocht het wel. Hij bezat een huls zonder inhoud.

Tien jaar na Fortuyns dood kun je volgens mij niet anders doen dan constateren dat dit zoeken naar een groot verhaal ‘oude politiek’ is. Vandaar dat ik dat vorige stukje besloot met de opmerking dat het antwoord op de vraag naar een nieuwe ordening anders zal zijn dan het voor ons vanzelfsprekende. Je zou het ook anders kunnen formuleren – met een onoplosbaar dilemma: hoe kun je een groot verhaal vertellen zonder de vrijheid op te geven? Hoe kun je chaos koesteren zonder overvallen te worden door gevoelens van leegte? Individueel is zoiets nog wel te doen, denk ik, maar maatschappelijk, politiek, intellectueel?

In de Verenigde Staten zoemt het op dit moment van Google’s nieuwste aanwinst en aanvulling op de zoekmachine: de knowledge graph, lees kennismachine. Kenmerk ervan is dat je niet alleen hits krijgt maar verbanden, geen duizend antwoorden maar een antwoord, geen stukjes maar, inderdaad, een stuk: orde. Weliswaar staat deze software, aldus Google, nog in de kinderschoenen maar nog even en het moet mogelijk zijn _Star Trek-_achtige computers te ontwikkelen die de door het individu als chao­tisch ervaren werkelijkheid opnieuw ordenen. Eerlijk gezegd geloof ik er geen fluit van, cultuur gaat vooraf aan technologie, maar helemaal zeker ben ik niet. Want is ook die scepsis niet weer ‘oude politiek’?