Kent gij het land?

De aanslag van Wilders op ontwikkelingssamen­werking is vooral bedoeld om te maskeren dat hij de beloften aan zijn kiezers niet nakomt.

Dat ik nadenkend over pvv-leider Geert Wilders in een paar stappen bij de negentiende-eeuwse Duitse wetenschapper, filosoof, dichter en staatsman Johann Wolfgang von Goethe uitkwam, ging zo. Door Wilders’ opbreken van de onderhandelingen over de miljarden aan bezuinigingen, om die na een nachtje slapen toch weer te hervatten, kwam de volgende dichtregel boven drijven: ‘Hij aarzelt, – neen, hij aarzelt niet – Ten minste niet heel lang.’

De woorden zijn van Piet Paaltjens, uit zijn gedicht Des zangers min. Strofen lang verhaalt hij over de minnedichter die zijn liefje is toe­gewijd, ‘Niet dat hij een liefje heeft, hij stelt het zich maar voor’. Als het gedicht al een eind op streek is, laat Paaltjens zijn minnedichter zingen: ‘Kent gij het land waar de kleiaardappel groeit?’ Een Hollandse parodie op een regel van Goethe uit Kennst du das Land. Alleen bloeien in het land waar Goethe over schrijft de citroenen. In Wilders’ favoriete Nederland zijn die kleiaardappelen van Paaltjens echter veel toepasselijker.

Dat de gedoogpartner van het minderheidskabinet anti-moslims, anti-Oost-Europeanen, anti-Europa, anti-euro en anti-ontwikkelings­samenwerking is, is inmiddels wereldwijd bekend. Zelfs miljardair Bill Gates bemoeide zich ermee. Hij belde naar Nederlandse media om te waarschuwen voor wat er dreigt te gebeuren als Nederland gaat bezuinigen op ontwikkelings­samenwerking. Zoals Wilders graag wil.

Die telefoontjes zijn vooral pijnlijk voor het cda, dat in tegenstelling tot coalitiegenoot vvd en gedoogpartner pvv ontwikkelingssamen­werking hoog in het vaandel heeft. Nog tijdens de huidige regeerperiode heeft de cda-fractie een motie ondersteund waarin wordt opgeroepen het budget voor ontwikkelingssamen­werking op 0,7 procent van het bruto binnenlands product te handhaven, wat op dit moment een goede vier miljard euro betekent. Die motie werd overigens ondersteund nadat het cda bij de kabinetsformatie akkoord had moeten gaan met een verlaging van dat percentage.

Als de cda-onderhandelaars, vice-premier Maxime Verhagen en fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma, toch instemmen met een nieuwe bezuiniging van een miljard euro, dan zal vooral hun eigen achterban daar moeite mee hebben. Gates’ voorspelling dat deze bezuinigings­maatregel duizenden malaria­doden zal kosten, zal een deel van de cda-kiezers raken, niet Wilders en zijn achterban. Het tegen­argument dat het cda in de onderhandelingen heeft weten te voorkomen dat het hele budget voor ontwikkelingssamenwerking wordt stopgezet, zoals de pvv-leider aanvankelijk al twitterend had voorgesteld, zal geen indruk maken. Zeker niet omdat wat Wilders wilde vanwege allerlei internationale verplichtingen helemaal niet kan. En het dus de zoveelste provocatie van hem was: eigen portemonnee eerst.

Door de polariserende toon waarop Wilders ontwikkelingssamenwerking wegzet, dreigt een goede inhoudelijke discussie onvoldoende van de grond te komen. Opvallend is ondertussen wel dat door de dreigende nieuwe aanslag op de ontwikkelingsgelden de kritiek op dit kabinet dat het bij ontwikkelingssamenwerking toch vooral denkt aan de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven is verstomd. Ook in de brief van de oud-cda-bewindslieden wordt onvervalst gewezen op het schaden van dat eigenbelang als er opnieuw zou worden gekort. Juist daarom verzetten zij zich ertegen. Het kan verkeren.

Waar het Wilders totaal niet lijkt te doen om het zoeken naar een nieuwe manier om landen te helpen bij het aan de praat krijgen van de eigen economie, draagt de vvd dat wel uit. Afgelopen vrijdag deed minister-president Mark Rutte dat nog tijdens zijn wekelijkse persconferentie, toen hem werd gevraagd wat het belang is van ontwikkelingssamenwerking. Ogenschijnlijk was het een vraag die los stond van de Catshuis-onderhandelingen, maar de portee was ook Rutte duidelijk en hij ging er ondanks de door hem zelf uitgeroepen mediastilte toch op in.

Volgens de minister-president is ontwikkelingssamenwerking van belang als ze – door de economie op gang te brengen – bijdraagt aan de ontwikkeling van een middenklasse, maar is ze niet van belang als ze een land afhankelijk maakt. Als voorbeelden van dat laatste noemde hij Tanzania, waar volgens hem met buitenlands geld betaalde sanitatie-programma’s alleen nog maar ’s nachts kunnen worden uitgevoerd, omdat overdag buitenlandse delegaties moeten worden rondgeleid. En Mozambique waar volgens Rutte te veel tijd verloren gaat met de verslaglegging van alle met buitenlands geld betaalde projecten.

Waarom beantwoordde Rutte deze vraag wel, en ook op deze manier? Soms moet je achter dit soort zaken niet te veel zoeken, maar hier zou het er toch wel eens mee te maken kunnen hebben dat Rutte de weg wil effenen voor de acceptatie bij de cda-achterban van nieuwe bezuini­gingen op ontwikkelingssamenwerking. Want wie trekt er niet zijn wenkbrauwen op als hij Rutte’s voorbeelden hoort? De minister-president geeft ze omdat het voortbestaan van zijn kabinet er mede van afhangt.

Want bij alle dossiers die op tafel liggen heeft het cda het op dit dossier het moeilijkst. Voor het overige ziet het ernaar uit dat de christen-democraten veel van de hervormingen waar ze op aandringen, kunnen binnenhalen. Dat zijn hervormingen zoals die op de arbeidsmarkt waar het cda al langer voor is, maar ook een hervorming van de hypotheekrenteaftrek waar de partij zich pas recenter toe heeft bekeerd.

Wilders op zijn beurt hikt juist aan tegen een kortere ww-duur, een hogere eigen bijdrage in de zorg en een soberder hypotheekrenteaftrek. Hij had zijn kiezers anders beloofd. Daarom zal hij een bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking breed uitmeten: de pvv laat niet de citroenen, maar de kleiaardappelen groeien. Om ermee te maskeren dat hij met de rest akkoord is gegaan.