Het kabinet was opgebrand

Kentering van een huwelijk

Ogenschijnlijk is het kabinet-Balkenende II gevallen om de kwestie-Ayaan Hirsi Ali. Maar het kabinet was al opgebrand door de interne machtsstrijd binnen zowel vvd als d66.

Pas acht jaar zit Jan Peter Balkenende in de politiek. Al vier jaar is hij premier. In deze korte loopbaan heeft hij al twee gevallen kabinetten op zijn naam staan. Zijn eerste ministersploeg was door de aanwezigheid van inmiddels vergeten lpf-ministers, zoals de over elkaar struikelende zakenman Herman Heinsbroek en professor Eduard Bomhoff, een rariteitenkabinet. Behalve de lpf zelf treurde er op het Binnenhof niemand toen Balkenende in 2002 al na een kleine drie maanden de handdoek in de ring gooide.

Met Balkenende II had de partijleider van het cda de termijn echter wel willen uitzitten. Niet alleen om wille van zijn eigen reputatie, maar ook omdat hij echt geloofde dat de grote hervormingen van dit kabinet absoluut nodig waren en hij heel goed wist dat zijn partij daar pas na vier jaar de vruchten van zou kunnen plukken. Maar ook dit kabinet is hem te vroeg ontglipt, tot zijn eigen wanhoop en ongeloof. Zelfs toen d66 hem vorige week binnenskamers duidelijk maakte dat zij als kleinste coalitiepartner het vertrouwen in het hele kabinet ging opzeggen, riep hij volgens betrouwbare bronnen nog: «Maar dat kan helemaal niet, het gaat juist zo goed met de economie en in de peilingen.» Het onbegrip bij de werkgevers over het politieke gekonkel in Den Haag heeft hij wellicht ervaren als steun. Ten onrechte. Want werkgevers vinden meestal dat het kabinet er voor hen is en dienstbaar moet zijn aan hun belangen.

De allerlaatste aanleiding voor zijn eigen val gaf Balkenende nota bene zelf. Donderdagochtend vroeg, in het nachtelijke debat over de nationaliteit van het voormalige vvd-kamerlid Ayaan Hirsi Ali, versprak hij zich, door vermoeidheid overmand, en vertelde hij de waarheid. Vice-premier Gerrit Zalm van de vvd, die in het rookhok van de Tweede Kamer via een televisiescherm het debat volgde, had het direct door. Tot dan toe had Zalm instemmend zitten knikken, constant mompelend dat het goed, zelfs heel goed ging. Maar op het moment dat Balkenende toegaf dat Hirsi Ali schuld had moeten bekennen aan de hele affaire omdat zijn vvd-minister Verdonk er ook mee moest kunnen leven dat ze haar Nederlandse paspoort mocht houden, vloog hij op. Toen pvda-leider Wouter Bos na Balkenendes al te openhartige tongslippertje naar de interruptiemicrofoon liep, zei Zalm: «Hij pakt hem, hij pakt hem.» Hetgeen ook gebeurde.

Toch waren de pvda-kamerleden verbaasd toen Balkenende, na een hazenslaapje en intensief intern beraad, donderdagavond in de Tweede Kamer daadwerkelijk aankondigde dat hij na het vertrek van de drie d66-bewindslieden met de nog resterende ministers en staatssecretarissen naar de koningin zou gaan en in die verklaring zelfs het woord «verkiezingen» in de mond nam. De oppositie was er de afgelopen drie jaar zo aan gewend geraakt dat Balkenende koste wat het kost wilde blijven zitten dat voor hen het onvermijdelijke gevolg van het handelen van d66 toch nog onverwacht kwam.

De affaire waarover Balkenende II struikelde is bizar. Althans, voor wie er van buitenaf tegenaan kijkt. De buitenstaander ziet dat minister Rita Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie een motie uitvoert van de Tweede Kamer door Ayaan Hirsi Ali alsnog haar paspoort te laten behouden. Ziet dat die minister desondanks een motie van wantrouwen krijgt van oppositiepartij GroenLinks, de partij die juist het hardst riep dat het een schande was dat Hirsi Ali haar paspoort dreigde te worden afgenomen. Ziet dat de vvd-minister die motie overleeft omdat deze niet wordt aangenomen. En ziet vervolgens dat alsnog het hele kabinet opstapt.

Maar er gebeurt niet wat er lijkt te gebeuren. Achter dit beknopte feitenrelaas gaat het verhaal schuil van een kabinet dat op was. Niet omdat de ministers uitgeregeerd waren. Er was nog genoeg te doen. Veel was gericht op de begroting voor het laatste jaar van het kabinet waarin het daadwerkelijk kon laten zien dat na het zuur het zoet kwam. Nee, het kabinet was opgebrand door interne twisten. Het ging mis omdat er intern bij zowel de vvd als d66 volop strijd werd geleverd, een strijd tussen ego’s over richting, imago en macht. Jan Peter Balkenende zal niet de geschiedenis ingaan als de premier die uitblonk in het voeren van regie, maar het is de eerste man van het cda moeilijk kwalijk te nemen dat hij niet ook nog eens de vvd en d66 wist te leiden.

Enigszins schamper zou gezegd kunnen worden dat de interne ruzies bij de vvd en d66 het gevolg zijn van een teveel aan interne partijdemocratie. Dat de nieuwe vvd-fractievoorzitter Mark Rutte zijn maidenspeech als kamerlid hield toen het kabinet al bij de uitgang stond en Alexander Pechtold vijf dagen na zijn verkiezing tot d66-lijsttrekker zijn ministerschap al kwijt was, is heerlijk voedsel voor die ironische gedachte. Maar de kentering in het huwelijk tussen cda, vvd en d66 was er al voordat Mark Rutte en Rita Verdonk dit voorjaar met elkaar de strijd aangingen om het leiderschap van de vvd, en voordat Alexander Pechtold en Lousewies van der Laan datzelfde deden bij d66. Beide partijen ontbeerden al veel langer een leider. Dat gemis is Balkenende II fataal geworden.

Wanneer was dan wel die kentering? Net als in een echt huwelijk zal elke partner daar zijn eigen moment voor aanwijzen, met ook weer een eigen visie daarop. Maar in elk van die verhalen zal wél een aantal dezelfde gebeurtenissen zitten. Bij d66 voltrok de kentering zich eigenlijk al voordat het huwelijk gesloten werd. De kleinste van de drie coalitiepartners ging in 2003 meeregeren na aanvankelijk verkondigd te hebben cda en vvd niet aan een kamermeerderheid te zullen helpen. Deze draai van 180 graden heeft de achterban toen weliswaar geslikt, maar nooit echt goed kunnen verkroppen. De partijleden slikten vorig jaar opnieuw toen d66 de gekozen burgemeester werd ontnomen en toenmalig leider Thom de Graaf opstapte als minister van Bestuurlijke Vernieuwing. Al enigszins kokhalzend deed de achterban dat nog een keer na de beschamende gang van zaken binnen de partij rondom de uitzending van Nederlandse militairen naar Uruzgan en het aftreden van Boris Dittrich als hun partijleider ten gevolge daarvan.

Meer konden de d66-leden niet hebben. Op het partijcongres in Zutphen, half mei, werd zonneklaar dat, behalve het bovengenoemde, de leden het harde vreemdelingenbeleid van Verdonk, en daarmee ook van hun eigen partij, niet meer met hun geweten in overeenstemming konden brengen. Een motie die beoogde de d66-fractie te verordonneren Verdonk tot aftreden te dwingen werd toen nog met behulp van oud-minister Rogier van Boxtel onschadelijk gemaakt. Maar zoals diezelfde Van Boxtel in Zutphen zei: dit is wel de laatste keer.

Lousewies van der Laan, de opvolger van fractievoorzitter Dittrich, was deze uitspraak niet vergeten nadat ze een kleine twee weken geleden de strijd om het lijsttrekkerschap had verloren van Alexander Pechtold. Zoals Van der Laan en de andere vijf leden van haar fractie ook niet waren vergeten dat minister Pechtold, zijn collega en vice-premier Laurens-Jan Brinkhorst en de rest van de partijtop hen hadden gedwongen het kabinet te blijven steunen na hun stem tégen de missie in Uruzgan.

Toen Balkenende zich ten slotte vorige week versprak en de waarheid onthulde over de politieke deal rondom het paspoort van Ayaan Hirsi Ali kwam alles samen: de weerzin tegen Verdonk, de schaamte haar beleid drie jaar lang te hebben moeten steunen en alle opgekropte woede over de vernedering in het Uruzgan-debat.

Natuurlijk wordt in alle toonaarden ontkend dat de fractie als geheel en Lousewies van der Laan ook nog eens strikt persoonlijk ultieme wraak wilden nemen door de motie van wantrouwen van GroenLinks tegen Verdonk te steunen. Maar Van der Laan kon vorige week donderdag niet nalaten te verkondigen dat bij het interne nachtelijke overleg van d66 over die motie van wantrouwen het primaat bij de fractie lag. Die had, zonder aanwezigheid van de bewindslieden, besloten voor deze motie te stemmen. Hetgeen vervolgens aan de eigen bewindslieden werd meegedeeld die toen ook wel inzagen dat ze niet anders konden dan op hun beurt het standpunt van de fractie inhoudelijk te steunen.

Door het gezwabber van Pechtold ging het politieke eindspel in het Uruzgan-debat begin dit jaar helemaal fout. Maar de fractie werd vervolgens verweten de regels van dat spel niet te beheersen. Vorige week ging het beter, omdat de bewindslieden van d66 beseften dat ze nu echt niet meer konden blijven zitten. Het eindspel was erop gericht het hele kabinet te laten opstappen en niet alleen als d66, inclusief de eigen bewindslieden, uit de coalitie te treden.

Toen het kabinet een dag later de bal terugkaatste naar de Tweede Kamer kon de d66-fractie daar haar vertrouwen in het kabinet als geheel opzeggen. Ten slotte had de fractie het kabinet gevraagd te kiezen tussen de samenwerking met d66 of het doorgaan met minister Verdonk. Het kabinet koos voor het laatste.

Dat was overigens noodgedwongen. Coalitiegenoot vvd kon het zich niet veroorloven Rita Verdonk te laten vallen. Velen in de partij, en met name in kabinet en fractie, zouden dat wel hebben gewild. Ze kunnen Verdonks bloed wel drinken. Maar nadat deze vorige maand 45 procent van de vvd-leden achter zich kreeg in de machtsstrijd binnen die partij, zou het tot oproer en verzet in de eigen gelederen hebben geleid en een mogelijke A_lleingang_ van stemmentrekker Verdonk. Haar opponent in de machtsstrijd, Mark Rutte, wilde dat te allen tijde voorkomen. Hij, en zijn partij, kunnen zich voorlopig niet losmaken uit deze beklemmende omhelzing met Verdonk.

Maar ook bij de liberalen ligt de kentering niet bij deze interne verkiezingsstrijd. Eigenlijk begint ook bij de vvd het verhaal al vóór de kabinetsformatie van 2003. Met Gerrit Zalm als lijsttrekker heeft de vvd van begin af aan een voorman gehad die een vakminister is, maar geen goed leider met oog voor gevoelige onderwerpen in de samenleving en het belang van samenwerking met de hele fractie. Degene die hoopte zijn opvolger te worden, Jozias van Aartsen, is inmiddels ook al naar de achterste bankjes verdwenen en Rutte is net begonnen.

Daardoor waren het drie roerige jaren voor de vvd. Met een Geert Wilders die alle vrijheid kreeg, zelfs zoveel dat hij zich loszong. Met een Ayaan Hirsi Ali die ook de vrijheid opzocht, menigeen tegen de schenen schopte – ook in de eigen partij – met haar houding ten opzichte van de islam, maar die omdat ze de beschermelinge was van Zalm binnenboord bleef. En met een Rita Verdonk, net als Ayaan een vrouw zonder vvd-verleden, die weliswaar het stringente vreemdelingenbeleid uitvoerde dat de liberalen voor ogen stond, maar dat op zo’n manier deed dat menig vvd’er schrok van de hardvochtigheid.

De nieuwe partijleider van de vvd heeft in zijn eerste proeve van bekwaamheid ook alweer gefaald. Als Rutte het kabinet de eindstreep had willen laten halen, dan had hij ervoor moeten zorgen dat Verdonk Ayaan Hirsi Ali niet had gedwongen de gewraakte brief te ondertekenen waarin zij de schuld op zich zou nemen voor het hele gebeuren. Had hij – en overigens ook Verdonk, Zalm, Balkenende en Brinkhorst – nou echt gedacht dat Hirsi Ali niet per ommegaande zou melden dat ze daartoe gedwongen was in ruil voor een snelle beslissing over haar nationaliteit? Wie zich enigszins verdiept in Ayaan Hirsi Ali weet dat ze dit niet geheim zal houden, zelfs niet als je dat met haar afspreekt. Ze hadden het minister Piet Hein Donner maar hoeven vragen. Die herinnert zich nog wel het gedoe rondom haar bewaking en geheime verblijfplaats.

Die laatste zinnen in het briefje van Ayaan Hirsi Ali werden zo de druppel die een einde maakte aan een huwelijk dat al heel lang zijn beste tijd had gehad. Aan gezamenlijke boottochtjes werd al niet meer door alle kabinetsleden meegedaan. Voorlichters hoefden vorige maand ook niet bang te zijn dat bij een wedstrijd van het Nederlands voetbalelftal op het WK de kabinetsleden naast elkaar zouden kruipen, iets wat het altijd slecht doet bij de bevolking omdat die dan denkt dat het zakkenvullers zijn die de beste plaatsen voor zichzelf houden. Alleen de mantra over de hervormingsagenda van dit kabinet werd herhaald en herhaald, zonder dat er nog werd geloofd in echte samenwerking.

Zo kon Balkenende voor de tweede keer binnen vier jaar naar de koningin om haar te vertellen dat zijn ploeg de eindstreep niet haalt. Het zal zwaar zijn gevallen. Juist omdat deze tweede keer ook voor hem persoonlijk gevolgen kan hebben. Zijn loopbaan zou door deze val wel eens totaal kunnen kenteren. Helemaal zijn schuld is het niet, maar ook bij het cda krabben ze zich nu achter de oren. Is dit de man die nog een keer hun lijst moet aanvoeren? Moeten zij niet van deze gelegenheid gebruik maken om snel te wisselen in plaats van nog vier jaar met dezelfde man door te gaan waardoor ook bij hen een sluimerende opvolgingsstrijd kan doorrotten?

Er zijn al cda’ers die een goede opvolger weten: Karla Peijs. Van haar wordt gezegd dat ze zeker als nummer twee op de cda-lijst moet komen te staan. Ze heeft de warmte en charme die Balkenende mist. Ze formuleert kort, bondig en met humor. Maar bovenal, ze zou pvda-leider Wouter Bos totaal kunnen ontregelen tijdens het debat. Want Bos is nu toch echt de grootste tegenstander van het cda geworden.