Kentucky Fried en bio-krat in Kenia

Nairobi – Reza is een grijze ezel met hangende oren. Op een veldje in de tuin van de boerderij balkt hij onophoudelijk. Dagelijks verwerkt hij een zak vol bloemkolen tot stevige ezelstront. Boer Kamande strooit de mest over zijn groenten, die een paar honderd meter verderop richting zon groeien. Puur natuur, lacht hij. Aan chemicaliën doet Kamande niet. De biologische boer uit Limuru bestrooit zijn twintig acres liever met natuurlijke mest en compost.

Toen Kamande vijf jaar geleden zijn braakliggende familieland nieuw leven inblies, begon hij met een veldje aardappelen, net als de meeste van zijn buren. Inmiddels levert hij wekelijks kratten vol rabarber, prei, broccoli, bloemkool en wortels aan bewust levende expats met heimwee naar hun verantwoorde organic lifestyle. Onder zijn afnemers is ook een handjevol Kenianen uit de middenklasse. Kamande’s groentekrat is een veilig baken te midden van de verhalen over in bleekmiddel gedoopte bananen of de met afvalwater besproeide supermarktsla. Die verhalen over dubieus geproduceerd voedsel beroeren ook steeds meer Keniaanse gemoederen. Parallel aan de stijgende bezoekersaantallen van de Kentucky Fried Chicken groeit voorzichtig een gezondheidsbeweging in Nairobi.

Hoewel een voluptueus lichaam nog steeds als statussymbool geldt, verspreidt ook de kennis over de gevolgen van ongezond eten zich: de opkomst van diabetes en hoge bloeddruk is moeilijk te ontkennen. Tegen die achtergrond vinden de eerste biologische markten en restaurants hun weg in de stad en starten jonge Kenianen op kleine schaal hun eigen biologische boerenbedrijven, met hun eigen afzetmarkt.

De Keniaanse tak van de wereldwijde food movement mag dan nieuw zijn, dat geldt niet voor het biologische boeren zelf. In het dorp van boer Kamande zijn nauwelijks boeren te vinden die kunstmest gebruiken. Dat geldt ook voor vele andere kleine boertjes in Kenia. Niet uit idealistische overwegingen, zoals bij Kamande en zijn Nederlandse vrouw het geval is, maar uit economische noodzaak: een zak kunstmest is vaak veel te duur voor het kleine lapje grond dat ze bebouwen, meestal met slechts één gewas. De opbrengst is voor eigen gebruik of lokale verkoop, verder reikt de distributie meestal niet.

Van hen hoeft boer Kamande geen concurrentie te verwachten. Totdat handige kleine boeren hun eigen biologische klanten zullen vinden. Wie weet lukt het de twee bejaarde boertjes die spinazie verbouwen langs de asfaltweg. Volledig biologisch, afgezien van de uitlaatgassen. Hun potentiële afnemers wonen in de riante appartementen naast het landje. Maar voorlopig wint de groentekrat het daar.