Kerk en staat

Rabat - Al lah, al watan, al malik, zo luidt de slogan die je in Marokko hier en daar zelfs op berghellingen ziet staan: God, het vaderland, de koning. Het zijn de onaantastbare, ja heilige waarden van Marokko, de drie pijlers die het fundament vormen van het Cherifijnse koninkrijk. Geen politieke partij die eraan durft te tornen. De enige beweging die dat wél durft, en daarmee onvervaard voor de moderniteit kiest, is Marokko’s bekendste mensenrechtenorganisatie AMDH.
Tijdens haar laatste congres een maand geleden zei de AMDH het duidelijker dan ze ooit tevoren had gedaan. In de slotverklaring sprak men zich uit vóór de laïcité - het Franse politieke systeem dat religie en staat rigoureus van elkaar scheidt. Daar is in Marokko moed voor nodig, want zoiets wordt gezien als een aanval op de eerste pijler, al lah, een aanval op de islam, de staatsgodsdienst. Wie zich vóór de laïcité uitspreekt, wordt door veel Marokkanen beschouwd als een atheïst, een afvallige. Daar maakt men zich in de regel niet populairder mee en deze stelling is de AMDH dan op heel wat kritiek afkomstig van allerlei politieke partijen komen te staan, die allemaal graag willen laten zien dat ze de koning steunen, immers de machtigste man van het land. Indirect ondergraaft de AMDH met een oproep vóór de laïciteit zelfs de pijler al malik, omdat de legitimiteit van het koningshuis eerst en vooral op de islam is gebaseerd.
De AMDH meent echter dat een strikte scheiding van kerk en staat een voorwaarde is voor een democratische rechtsstaat. Men heeft op zich niets tegen de monarchie - men heeft nog nooit voor een republiek gepleit - men zou alleen graag zien dat het land wat democratischer werd bestuurd.
Laïciteit is daarvoor niet de enige voorwaarde. Bij een democratie horen ook individuele vrijheden en rechten zoals de vrijheid van geloofsuitoefening, en het recht om, bijvoorbeeld, homoseksueel te zijn, of het recht op abortus. Het zijn hier allemaal heikele kwesties, zo heikel dat men al deze rechten en vrijheden in de slotverklaring niet eens expliciet heeft genoemd, maar er alleen naar heeft verwezen onder de noemer ‘de vrijheden zoals gedefinieerd in internationale mensenrechtenverdragen’.
Men heeft het zelfs aangedurfd de Westelijke Sahara aan de orde te stellen - een kwestie die de pijler al watan raakt, de eenheid van het vaderland. De Sahara maakt daar integraal deel van uit, zo meent men hier. De AMDH vindt echter dat deze kwestie 'op democratische wijze’ moet worden opgelost. Meer zei men niet, maar aangezien dat riekt naar zelfbestuur voor de Saharanen is ook menige brave politicus hierover gevallen, de AMDH in de regel beschuldigend van 'separatisme’.