Driekwart eeuw geleden besloot Zweden dat het een kernbom nodig had. Zweden was immers pro-vrede, was formeel ongebonden en had veel uranium in de grond. Aangevuurd door de hardline vredestypes in het leger en op de ministeries werkte Zweden daar rustig aan door toen de Zweedse regering al het verdrag tegen verspreiding van kernwapens had getekend en zichzelf tot internationaal gidsland van de wereld had gebombardeerd.

Zweden was niet de enige dwergmacht die een bom moest hebben. Ook de Zwitsers, die zelfs niet waren binnengevallen toen ze een eilandje in een fascistische zee vormden, hadden een tijdje een kernbom nodig. Net als Australië, nog zo’n land dat bij vredesfora altijd veel te zeggen heeft. Spanje werkte aan een kernbom, net als Brazilië, Libië, Joegoslavië en Taiwan en nog een reeks landen meer. In totaal 31 landen hadden een kernwapenprogramma of hebben dat nog steeds.

Dat feit geeft een ongemakkelijk perspectief in de maand augustus, als de verwoesting van Hiroshima en Nagasaki jaarlijks wordt herdacht. Die herdenking valt in komkommertijd, dus doorgaans zijn er beelden van de kranslegging op de journaals, plus de observatie dat er geen nucleaire machten bijgekomen zijn, maar wel zorgen over Iran. Zo gaat het in elk geval meestal. Sinds 1970, toen het Non-proliferatieverdrag werd getekend, kwamen er maar vier landen met kernwapens bij: India, Pakistan, Israël en Noord-Korea – dat lijkt overzichtelijk. Dit jaar ging bovendien het verbod op kernwapens in, een VN-verdrag dat rechtsgeldig is, en waar maar één land tegen stemde: Nederland. Het geldt weliswaar alleen voor de ondertekenaars, en die waren allemaal kernwapenvrij, maar evengoed lijkt het met de non-proliferatie goed te gaan. De waarschuwing van Hiroshima werkt.

Het hoofdpijndossier van de internationale politiek is weer terug

De werkelijkheid is natuurlijk weerbarstiger. Sterker nog: de angst voor nucleaire proliferatie is de afgelopen jaren gegroeid. Opmerkelijk genoeg ligt dat niet aan de usual suspects. In de afgelopen veertig jaar bouwden vooral boevenstaten en bescheiden internationale spelers kernwapens: Noord-Korea, Pakistan, Iran. Maar dat kan weleens anders worden. Oost-Azië is een zorg. Zowel Noord-Korea als China breidt het kernarsenaal uit, tot grote zorg van Zuid-Korea en Japan. Zij lagen decennialang onder de Amerikaanse ‘nucleaire paraplu’, wat betekende dat de VS garandeerden dat zij hen met kernwapens zouden verdedigen. Toen kwam Donald Trump, die duidelijk maakte dat elke Amerikaanse verplichting wat hem betreft optioneel was, en tegelijkertijd verkreeg Noord-Korea de capaciteit om de westkust van de VS te raken. Trump is nu weg (voorlopig in elk geval), maar de twijfels over het commitment van de VS niet. Een meerderheid van de Zuid-Koreanen wil Amerikaanse kernwapens op hun grondgebied of anders een eigen atoombom.

Uiteraard blijft het Midden-Oosten niet achter. Iran werkt weer aan een kernwapen sinds de regering-Trump het nucleaire akkoord met dat land verliet. En president Biden heeft niet veel haast om het akkoord weer op te warmen – de onderhandelingen daarover lijken vast te zitten. Daarmee is een groot hoofdpijndossier van de internationale politiek weer terug. Een Iraans kernwapen zou de hele regio op losse schroeven zetten. Niet alleen Saoedi-Arabië zal een eigen bom willen als de overburen aan de Perzische Golf er een krijgen, maar Turkije ook.

De grote kernmachten, ten slotte, gedragen zich alsof het huidige verdragsregime wel zo’n beetje af is. Het belangrijkste kernwapenverdrag tussen Rusland en de VS verliep gelukkig net nádat Biden was aangetreden. Trump suggereerde jarenlang dat hij het verdrag niet zou vernieuwen (om de vage reden dat hij daarmee China tot concessies kon dwingen), maar Biden verlengde het binnen een paar dagen na zijn aantreden in een telefoontje met Poetin. Daar slaakten veel insiders een zucht van verlichting over. Maar tegelijkertijd werken de VS, Rusland en China aan allerlei nieuwe typen kernwapens, en die liggen allemaal buiten de huidige verdragen.

Tijd voor meer aandacht dus, voorbij het Hiroshima-moment in augustus. Misschien iets voor Nederland, dat bij de VN kennelijk een beter idee had dan het verdrag tegen kernwapens. Een eigen schuurbom (onder het motto: als het werkt voor Zweden en Zwitserland, waarom dan niet voor ons?) zal het niet zijn geweest. Tijd om met betere initiatieven te komen: wie naar de nucleaire machten kijkt, ziet helder dat het van de have-nots moet komen. Tijd voor ideeën – met vuur.