Hoe noodzakelijk is Borssele-2?

Kernenergie maakt lui

De komst van een tweede kernreactor is lang voorbereid, met de informele hulp van de vorige staatssecretaris van Milieu. Maar als maatregel tegen de klimaatcrisis is hij overbodig.

Medium kernenergie

De geschiedenis van de tweede kerncentrale in Borssele begon niet afgelopen week, toen het Zeeuwse energiebedrijf Delta het traject van de gecompliceerde vergunningsaanvraag betrad, maar al drie jaar geleden. Op 16 juni 2006 hield toenmalig staatssecretaris Pieter van Geel de eerste ‘duurzaamheidslezing’, georganiseerd door Delta. Van Geel vond het, zo zei hij in Goes, zelf ook wat vreemd om als staatssecretaris van Milieu een lezing over duurzaamheid te beginnen met kernenergie. Toch pleitte hij nadrukkelijk voor het ‘openhouden van de optie kernenergie’, ook al was hij ‘geen fan’, hij zag ‘de realiteiten rond het klimaat en energievraagstuk groeien’.
Van Geels optreden in Goes geeft een aardig inkijkje in de wereld van topbestuurders. De duurzaamheidslezing viel samen met het afscheid van Delta-directeur David Luteijn, oud-senator voor de VVD. In zijn inleiding was de staatssecretaris nogal amicaal jegens de scheidende Delta-directeur, die, zo leerden de toehoorders, net als hij een fervent wielrenner was. Het is moeilijk voorstelbaar dat deze staatssecretaris in staat was op het scherpst van de snede met zijn wielermaatje te onderhandelen.
Dat was echter precies wat de Tweede Kamer van hem verwachtte. De kernreactor van Borssele zou in 2013 hebben moeten sluiten, maar Van Geel wilde hem langer openhouden, ook al was dat in strijd met het regeerakkoord. Er volgden scherpe discussies in het parlement, maar uiteindelijk kreeg de staatssecretaris het voor elkaar. Het regeerakkoord werd opengebroken op voorwaarde dat de eigenaars van de Borssele-centrale (Delta en Essent) een convenant met de overheid sloten. Van Geel sloeg aan het onderhandelen met Luteijn en kwam terug met een convenant waarin de centrale tot 2033 zou blijven functioneren.

Het parlement vond het resultaat echter te slap. Het Rijk zou op enkele punten een aanzienlijk financieel risico lopen en zelfs mogelijk miljoenen aan schadevergoeding moeten betalen aan Delta en Essent als de centrale om onvoorziene redenen moest sluiten – door een politieke beslissing bijvoorbeeld, of omdat de splijtstofstaven niet meer opgewerkt konden worden. De parlementsadvocaat vroeg zich af waarom Van Geel zich niet had verzet tegen de vastlegging dat de staat garant stond voor een ‘ongestoorde bedrijfsvoering’ – een bepaling die zo ruim is dat ze elke ondernemer zou doen likkebaarden.
Van Geel moest terug naar de onderhandelingstafel. Op de dag van de duurzaamheidslezing in Goes lag er dan eindelijk een convenant waar een Kamermeerderheid achter kon staan. Het werd ter plaatse ondertekend. De kern was dat Delta en Essent in ruil voor het openblijven van de reactor 250 miljoen euro zouden investeren in duurzame energie.
Maar ook dat bleek een slecht onderhandelingsresultaat. Volgens milieudeskundige Wouter van Dieren, lid van de Club van Rome, die in opdracht van de staatssecretaris bij de onderhandelingen betrokken was, was dat bedrag veel te laag. Hij had uitgerekend hoeveel de energiebedrijven zouden verdienen aan het blijven draaien van de reactor. ‘Op grond van dat bedrag was het reëel dat ze 1,5 miljard zouden afstaan aan een fonds voor duurzame energie. Ik vind dat de energiebedrijven en de overheid er met een fooi vanaf zijn gekomen’, zei hij in 2007 in het VPRO-radioprogramma De Ochtenden. Van Dieren wees naar D66, dat volgens hem te gemakkelijk akkoord was gegaan met het onderhandelingsresultaat. Maar dat de fooi überhaupt ter tafel lag, was Van Geels verantwoordelijkheid.
Tijdens zijn bewindsperiode schoof Van Geel gestaag op richting kernenergie. In oktober 2005 vond hij het nog ‘niet realistisch’ dat er nieuwe kerncentrales in Nederland zouden komen, in januari 2006 wilde hij ‘nieuwe kerncentrales niet uitsluiten’, in juni 2006 voorkwam hij de sluiting van Borssele en een maand later ‘voorzag’ hij ‘een nieuwe kerncentrale in 2016’. Twee jaar later meende hij dat kernenergie ‘onvermijdelijk’ was en zou hij een nieuwe kerncentrale ‘toejuichen’. In mei 2008, schreef Van Geel, inmiddels fractievoorzitter van het CDA, op zijn weblog: ‘Nederland heeft kernenergie de komende decennia gewoon hard nodig. Daarom is het goed dat het kabinet heeft besloten om Borssele open te houden. Dit was natuurlijk alleen maar mogelijk omdat een zekere eigenwijze staatssecretaris in de vorige periode de centrale openhield, ondanks dat het toenmalige regeerakkoord iets anders zei.’
Vorige week gebeurde wat Van Geel al wist en waarop Delta al enige tijd hintte: de vergunningsaanvraag voor de bouw van een nieuwe kerncentrale werd gestart met het indienen van een ‘startnotitie milieurapport’. Het moet een centrale worden van de derde generatie met een flink vermogen (2500 megawatt). Binnen de huidige regeringscoalitie van PVDA, CDA en ChristenUnie bestaan spanningen over kernenergie. PVDA is tegen, in tegenstelling tot het CDA van Van Geel. In het regeerakkoord staat echter dat er in deze bewindsperiode geen kerncentrales bijkomen. Dat had kunnen leiden tot een nieuwe breekactie van Van Geel, maar Delta maakte bekend de eigenlijke vergunning pas eind 2011 aan te vragen, en dan regeert een nieuw kabinet.

Minister Jacqueline Cramer van VROM (PVDA), Van Geels opvolger op het dossier ‘milieu en duurzaamheid’ is zijn tegenpool. Háár korte lijntjes gaan uit naar de milieubeweging, niet naar de energiebedrijven. In mei 2008 noemde zij Van Geels pleidooi voorbarig, maar het lukte haar niet zijn nucleaire erfenis te vernietigen. Op de startnotitie van Delta reageerde ze afgelopen week bits. Ze noemde een nieuwe kernreactor ‘overbodig’. ‘Dit kabinet zet in op duurzame energie. Kernenergie is niet duurzaam, zolang er een afvalprobleem is’, zei de minister.
Kernenergie mag dan een renaissance doormaken wegens de klimaatcrisis (relatief weinig productie van het broeikasgas CO2) en het opraken van olie en gas, de bezwaren die kernsplijting decennialang buiten de orde plaatsten, gelden nog steeds. Het afvalprobleem is verre van opgelost en hoewel de reactoren van de derde generatie veel veiliger zijn dan die van Harrisburg en Tsjernobyl, waar respectievelijk in 1979 en in 1986 ongelukken plaatsvonden waarbij radioactief materiaal vrijkwam, zijn de gevolgen van die ene zeldzame ramp zo groot dat kerncentrales niet te verzekeren zijn. Ook is er het gevaar van verspreiding van kernwapens en nucleair terrorisme. Als het afvalprobleem en de overige maatschappelijke risico’s in ogenschouw worden genomen, is kernenergie minder schoon en goedkoop dan vaak wordt beweerd.
Bovendien maakt kernenergie lui, meent Ernst Worrell, hoogleraar energie, materialen en milieu te Utrecht. ‘Als je graag een eenvoudige manier wilt vinden om door te gaan met ons huidige energiegebruik zonder het klimaatprobleem al te veel te verergeren, kun je uitkomen op kernenergie.’ Maar dat biedt slechts tijdelijk soelaas, meent hij. Ook uranium raakt op, waardoor de winning steeds duurder wordt. CO2-afvang en -opslag is eveneens van tijdelijke aard. ‘Je kunt niet blíjven opslaan’, zegt Worrell.
Kernenergie wordt doorgaans gepresenteerd als transitietechnologie. Ernst Worrell: ‘Het is de bedoeling dat je er tijd mee koopt voor het ontwikkelen van duurzame technologieën.’ In 2050 moet de emissie van broeikasgassen, zoals CO2, met zestig tot tachtig procent zijn gereduceerd. ‘Niet iedereen beseft dat dit betekent dat we wereldwijd terug moeten naar het niveau van energiegebruik van 1970. Maar nu delen we die energie met hard gegroeide economieën, zoals die van China.’
Door te investeren in kernenergie verdwijnt volgens Worrell het gevoel van urgentie. ‘We spreken over een gigantische verandering van de maatschappij die nodig is om het energiegebruik te verminderen. Als wij als samenleving de uitdaging van de klimaatcrisis serieus nemen, moeten we nu echt aan de slag, maar de politiek gaat ingrijpende maatregelen uit de weg. Door de economische crisis halen we wel de Kyoto-doelstellingen van 2012, maar die van 2020 en 2030 halen we niet als er niet snel iets gebeurt, en 2050 kunnen we helemaal vergeten. Ik zie meer woorden dan daden. Het gaat veel te langzaam.’
Er is volgens Worrell meer te winnen met efficiënt energiegebruik dan met een tweede kerncentrale. ‘We lijden aan energetische obesitas. We gebruiken veel te veel energie. Tachtig procent van de energie gaat onderweg verloren. Dat kunnen we verbeteren, bijvoorbeeld door huizen te bouwen die vrijwel geen energie meer nodig hebben. Dat kunnen we nu al, maar we doen het te weinig.’ Hij is niet pertinent tegen kernenergie, maar, zegt hij: ‘We moeten ons niet in slaap laten sussen. We moeten als maatschappij de urgentie blijven zien om te veranderen. Als we die tweede kerncentrale bouwen, wat doen we dan met de nieuwe kolencentrales die nu gepland zijn? Die hebben we dan niet meer nodig.’

Sinds de klimaatcrisis brede belangstelling krijgt, is de noodzaak van kernenergie een logische aanname geworden. Maar als de overheid doortastend zou optreden, is kernenergie niet nodig, ook niet als transitietechnologie. ‘De Noordzee, als je daar een gebied van twintig bij dertig kilometer vol zet met grote windmolens, kun je heel Nederland van energie voorzien’, zei de Wageningse klimaathoogleraar Pier Vellinga onlangs. Drie jaar geleden liet Greenpeace door het Duitse Lucht- en Ruimtevaartcentrum een scenario opstellen voor schone en klimaatveilige energievoorziening, zonder kernenergie en CO2-opslag. In het Greenpeace-scenario is gas de overgangbrandstof waarmee in hoogrendementscentrales elektriciteit wordt opgewekt. Met energie-efficiëntie, wind- en zonne-energie zullen de Kyoto-doelstellingen ruimschoots worden gehaald tegen nauwelijks extra kosten.
Los van de bezwaren tegen kernenergie en de doorgeprikte mythe van haar noodzaak, zou het plan voor Borssele-2 volgens Ernst Worell best eens een economische misser kunnen blijken. ‘Kernenergie is niet zo goedkoop als men beweert. De prijs is in dertig jaar niet gedaald, terwijl dat bij wind- en zonne-energie wel gaande is.’ Ook wijst hij erop dat er weinig ervaring is met centrales van de derde generatie. ‘In Finland wordt er momenteel één gebouwd, maar die wordt geplaagd door enorme kostenoverschrijdingen. Het budget is nu al bijna verdubbeld.’ In 1998 werd de vergunning voor de centrale in het Finse Olkiluoto verstrekt en pas in 2011 zal die, als er nu niets meer misgaat, in gebruik worden genomen. Het Delta-traject rekent met een bouwtijd van slechts vijf jaar. Ernst Worrell: ‘In Finland bleek de bouw alleen mogelijk door financiële garanties van de overheid. Ik vraag me af of de Nederlandse overheid dat wil in onze gedereguleerde energiemarkt.’
Toch zou het wel eens moeilijk kunnen worden om de bouw van Borssele-2 tegen te houden, zelfs wanneer in 2011, als Delta zijn definitieve vergunningsaanvraag indient, een coalitie regeert die afwijzend staat tegenover kernenergie. CDA-fractieleider Pieter van Geel wees daar fijntjes op. Volgens de wet is het toegestaan een kernenergiecentrale te bouwen. Wanneer een vergunningsaanvraag voldoet aan alle wettelijke eisen, dan móet de vergunning uiteindelijk worden verleend. ‘Ik zou daarom minister Cramer en het kabinet willen oproepen hier met een open mind naar te kijken’, schreef hij op zijn weblog. ‘Want we hebben niets aan jarenlange juridische procedures.’
Voor het nageslacht: Van Geel deed zijn waarschuwing niet vorige week, toen het nieuws over een tweede kerncentrale bekend werd, maar al in mei 2008, ruim een jaar voordat Delta de vergunningsprocedure startte.