Kernpubliek en marketinghoofdbrekens

Het was 1995 toen ik mijn low-budgetfilm Hufters en hofdames maakte. In mijn ogen een wat onbeholpen kroniekje van het leven van twintigers in zomers Amsterdam. Mijn eerste geslaagde film, misschien wel.

Ik had het samen geschreven met Rolf Engelsma en met een kleine crew en met wat vrienden voor de camera maakten we de film in tien dagen tijd.

Het productiekantoor was onze kroeg, ons transport een platte bakfiets en er werd niet verder dan een paar honderd meter van ons ‘kantoor’ gefilmd.

Het totale budget was 25.000 gulden.

Toen de film uitkwam kreeg hij goede kritieken en hij draaide bijna een paar maanden in The Movies op de Haarlemmerdijk.

Het had zijn eigen following. Maar elke film heeft zijn kernpubliek. Bij Gooische vrouwen zijn dat vrouwen van buiten het Gooi. Bij kinderfilms zijn dat brave kinderen. En bij Hufters en hofdames waren dat corpsballen. Ja. Werkelijk. Corpsballen.

De corpsballen vielen ervoor. Ik kan het ook niet nauwgezet antropologisch duiden. En van marketing weet ik niks.

De film ging over versieren en over veel babbelen mét en óver het andere geslacht op terrasjes. Daar ergens lag de sleutel naar het ballenhart.

Nu heb ik ook weer een film in de bioscoop: Meet me in Venice. Ook deze film blijkt een kernpubliek te hebben: ouderen. Althans, ouderen… veertig-plus. ‘Veertig-plussers die lezen’ zelfs, volgens de analyse van mijn distributeur.

Als ik in de buurt met mijn herkenbare haarkleur op het terras of bij de Albert Heijn ben, steeds weer word ik aangesproken door gedistingeerden van bijna-respectabele leeftijd over dat ze van de film genoten hebben of ik krijg weer een duim omhoog van een grijsgekuifde.

Fijn enerzijds, maar om onrustig van te worden anderzijds.

Wat is er aan de hand? Zijn mijn kijkers met me mee gegroeid? Zijn de corpsballen van toen in versneld tempo grijs en wijs geworden?

De film gaat over een Italiaanse vader en een Nederlandse dochter die elkaar niet kennen maar toch samen op een treinreis gaan langs de route van de Oriënt Express. Van Venetië, door de Balkan, naar Istanbul.

Ouderen houden meer van treinreizen? Zijn ze romantischer? Sentimenteler?

Beter om mijn hoofd niet over te breken. Ik ben geen expert.

Nuttiger is om te kijken hoe we deze doelgroep kunnen bereiken.

De bezoekcijfers zijn goed. Zeker in ogenschouw genomen dat het diepzomer is, de vakantie-uittocht gelijk viel met de uitbreng en dat we nul publiciteitsgeld hebben. Dus geen advertenties, maar ook geen optredens op tv in talkshows. Alleen een enkel radioprogramma en een handvol posters.

Maar hoe veroorzaken we dan toch een grijze golf naar de bioscopen? Hoe zorgen we ervoor dat de flow aanhoudt totdat Nederland terugkomt van vakantie?

De film draait door heel het land in arthouses, maar als het publiek, en zeker het kernpubliek, dat niet weet, wat dan?

‘Schrijf er iets over in De Groene’, zei een vriend van mij.

‘Dat publiek zijn lezers en… ze zijn ook vaak wat ouder.’

Het zijn zijn woorden. Niet de mijne. Die vriend van mij is 33. Voor hem is iedereen boven de veertig oud.