Kernwapen gastland

Over de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Nederland worden officieel geen mededelingen gedaan. Maar: ‘Túúrlijk zijn er kernwapens op vliegbasis Volkel.’ En in geval van oorlog worden ze gebruikt. Onder Nederlands commando.

EEN NAVO-LUNCH telt niet. Maar tussen de carpaccio en de gerookte zalm vertellen ze het je wél gewoon op het hoofdkwartier in Brussel. ‘Túúrlijk zijn er kernwapens op vliegbasis Volkel. Ik sprak ooit een luchtmachtofficier die zei dat-ie, als-ie vanuit de lucht kwam aanvliegen, de ontluchtingskoepeltjes kon zien van de bunkers waarin ze liggen opgeslagen.’ Buiten het Navo-hoofdkwartier verstommen echter alle stemmen als je ernaar vraagt. Nederland is een stiekeme kernmogendheid.
'Misschien speelt mee dat we zo de ellende van anti-kernwapendemonstraties trachten te voorkomen’, zegt een medewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken. 'Maar dat is natuurlijk louter speculatie’, voegt hij er haastig aan toe.
Over de aanwezigheid van kernwapens op Nederlandse bodem worden nu eenmaal officieel geen mededelingen gedaan. Scheelt een hoop gedoe. Stel je voor dat de 'hollanditis’ weer om zich heen zou grijpen. Bovendien oordeelde het Internationaal Gerechtshof in 1996 dat dreigen met kernwapens niet rechtmatig is. Op grond daarvan besloot een Schotse rechter vorige maand dat de Britse nucleaire vloot volkenrechtelijk illegaal is. Drie vredesactivisten die vernielingen hadden aangericht werden vrijgesproken. De kans dat een Nederlandse rechter tot hetzelfde oordeel zou komen wat betreft de Amerikaanse atoombommen op de vliegbasis Volkel is niet denkbeeldig. Dus hullen Defensie en Buitenlandse Zaken zich in stilzwijgen.
Wat sporadische betogingen van enkele vasthoudende vredesactivisten door de jaren heen niet vermochten, lukte met één publicatie in een Amerikaans tijdschrift: onlangs stond het kernwapenarsenaal op de luchtmachtbasis wederom volop in de belangstelling. Eind oktober publiceerde het vermaarde Bulletin of the Atomic Scientists haar bevindingen, opgedaan aan de hand van een voorheen streng geheim Pentagon-document. Het document legde de geheime geschiedenis bloot van de wereldwijde plaatsing van Amerikaanse kernwapens tussen 1945 en 1977. In totaal sloeg Washington tijdens de Koude Oorlog twaalfduizend kernwapens op in drieëntwintig landen en Amerikaanse overzeese gebiedsdelen. Volgens de onderzoekers hebben de Amerikanen kernwapens en ander nucleair materiaal geplaatst in verschillende landen waar grote afkeer van kernwapens bestond of waar dat zelfs wettelijk onmogelijk was gemaakt (zoals Japan, IJsland en Taiwan), en waar de lokale rege ring haar bevolking beloofd had dat zij geen buitenlandse kernwapens zou opnemen. Naar verluidt liggen nog steeds ongeveer honderdvijftig Amerikaanse kernwapens opgeslagen in zeven Navo-lidstaten, te weten: België, Duitsland, Griekenland, Groot-Brittannië, Italië, Nederland en Turkije.
In 'Appendix B’ van het document vonden de onderzoekers gedetailleerde informatie over de eerste plaatsingen van kernwapens buiten de VS. Ook Nederland behoorde tot de gegadigden. In 1960 werden de eerste nucleaire bommen ingevlogen. In 1961 volgden nucleaire houwitsergranaten en in 1962 de Honest John-korteafstandsraketten met kernkop. Of dat gebeurde buiten medeweten van de toenmalige regering om, is moeilijk te achterhalen. Oud-minister van Defensie De Ruiter (1982-1986) acht dat 'zeer onwaarschijnlijk’, gezien zijn eigen ervaring met de Amerikanen. De Ruiter: 'In mijn tijd had de krijgsmacht zes atoomtaken in Navo-verband. Daar was weinig geheims aan, maar over de precieze bewapening werden geen mededelingen gedaan.’
Na de Koude Oorlog maakten verschillende ontwapeningsronden vijf van de zes Nederlandse atoomtaken overbodig. Enkele van die taken berustten op totale waanzin, zoals oud-Defensie-minister Ter Beek (1989-94) schetste in zijn memoires. Nederland werd geacht in de Duitse laagvlakte, en bij een grootscheepse doorbraak van het Warschaupact zelfs op eigen grondgebied, nucleaire landmijnen in te graven. De atomaire luchtdoelraketten en dieptebommen waarover de krijgsmacht beschikte, hieven hun verbijsterende onnauwkeurigheid op door in West-Europese zeeën, respectievelijk het eigen luchtruim, kernexplosies teweeg te brengen die elke vijandige onderzeeër of bommenwerper zouden uitschakelen. Inzet van die wapens had per definitie de verwoesting van de eigen bevolking tot gevolg.
DE ENIGE TAAK die tot op heden is overgebleven is die van de jachtvliegtuigen. Twee squadrons Nederlandse F16’s, gestationeerd op luchtmachtbasis Volkel, zijn geschikt om de B61-'vrije val’-atoombom te vervoeren. Alleen al de afgestoten nu cleaire houwitsergranaten hadden elk een explosief vermogen van tien kiloton, zo'n tweederde van de explosieve kracht die de bom bezat die werd afgeworpen boven Hiroshima. De B61-atoombom is vele malen krachtiger. Nederlandse piloten worden apart getraind voor de kerntaak en de Koninklijke luchtmacht is voorzien van speciale bomlaadapparatuur. Op basis van geheime documenten en het tellen van opslagbunkers schat het Brits-Amerikaanse onderzoeksbureau Basic dat op Volkel nog elf B61’s zijn gestationeerd.
Volgens Karel Koster van Werkgroep Eurobom is het te gemakkelijk om schouderophalend te stellen dat het hier geen Nederlandse, maar Amerikaanse kernwapens betreft. Koster: 'In tijden van vrede hebben we inderdaad niets over die dingen te zeggen. Dan zijn we, net als alle andere Navo-lidstaten, gebonden aan het non-proliferatieverdrag. Maar wordt het oorlog, en vinden zowel de Amerikaanse als de Nederlandse regering dat de inzet van kernwapens moet worden overwogen, dan worden ze overgedragen aan Nederland. Nederlandse vliegers vervoeren de bom men naar het doel en laten ze vallen. Allemaal onder Nederlands commando. Wij zijn degenen die de nucleaire aanval uitvoeren, niet de Amerikanen. Vanaf het moment dat de vliegers opstijgen, verbreken we feitelijk het non-proliferatieverdrag.’
AL DOEN de autoriteiten geen mededelingen, de bewijzen voor de stationering van de kernwapens op luchtmachtbasis Volkel stapelen zich op. Of ze permanent op de basis aanwezig zijn is niet met zekerheid te zeggen. Ten tijde van de Koude Oorlog was het bon ton om de wapens zo nu en dan te verplaatsen, 'om de vijand te misleiden’. Ook tegenwoordig worden ze nog wel eens uitgevlogen, waarschijnlijk voor onderhoud. En er wordt mee geoefend. De Werkgroep Eurobom heeft 'classified’ documenten uit 1998 in handen waaruit blijkt dat de F16-squadrons van Volkel hebben deelgenomen aan 'strike operations’, zoals in Navo-jargon operaties met nucleaire wapens worden genoemd.
Maar ook niet-geheime documenten geven inzicht. Uit persberichten van de Amerikaanse luchtmacht blijkt dat op 13 september 1991 op Volkel elf speciale gepantserde bunkers (WS3 vaults geheten) operationeel werden verklaard. Per bunker zou één atoombom zijn opgeslagen. Bovendien, ook dat is nauwelijks geheim, is op Volkel een speciale Amerikaanse eenheid gestationeerd belast met nucleaire taken: het 752 Munition Support Squadron (752 MUNSS). Ten slotte publiceerde het doorgaans goed geïnformeerde tijdschrift Defense News in augustus dat Nederland in januari de beschikking krijgt over nieuwe bomlaadapparatuur, geschikt voor het aan F16’s hangen van atoomwapens. Maar nog steeds geldt van overheidswege: geen commentaar.
Enige beroering ontstond naar aanleiding van een uitspraak van minister Van Aartsen in de Eerste Kamer, november vorig jaar. In zijn antwoord op een vraag van GroenLinks-senator Tom Pitstra zou Van Aartsen de aanwezigheid van kernwapens in Volkel hebben bevestigd. Pitstra vroeg of de kernwapens op de luchtmachtbasis inderdaad waren 'gede-alert’, zoals hem ter ore was gekomen. Van Aartsen antwoordde het volgende: 'Is er nu sprake van “de-alert” voor Volkel, zo vraagt de heer Pitstra. Dat is inderdaad het geval, voorzitter’, om vervolgens naadloos over te gaan op de nucleaire strategie van de Navo.
Als je iets geheim wilt houden, moet je het zeggen in de Eerste Kamer, luidt een gezegde. Van Aartsens uitspraak viel dan ook niemand buiten de Senaat op. In een officiële reactie meldt het ministerie van Buitenlandse Zaken aan De Groene Amsterdammer dat de uitspraak geenszins een bevestiging betekent van de nucleaire status van Volkel. 'De term “de-alert” heeft betrekking op de F16’s’, zegt een woordvoerder, 'niet op hun bewapening.’ Maar Tom Pitstra beschikt over andere informatie. Pitstra: 'Later sprak ik een hoge ambtenaar van Van Aartsen. Ik vroeg hem hoe ik de uitspraak moest interpreteren, of het niet gewoon een foutje was van de minister. “Nee hoor”, zei die ambtenaar, “volgens mij is Van Aartsen de geheimdoenerij een beetje zat.”(’
HET STIEKEME GEDOE rond Volkel leek op 4 november jongstleden in één klap voorbij. 'De Verenigde Staten bereiden zich voor om hun laatste atoombommen weg te halen uit Europa’, meldde het Franse persbureau AFP. De juistheid van dat nieuws werd echter van hoog tot laag ontkend. Een welingelichte bron bij de Nederlandse Navo-delegatie: 'Kletskoek. Het is nooit officieel ter tafel gekomen. Een canard. Het bericht komt uit Franse koker, de AFP is de spreekbuis van de Franse delegatie. Die zeggen de raarste dingen.’ Een officiële Navo-woordvoerder: 'Het gaat om Amerikaanse wapens, en het Pentagon heeft het bericht publiekelijk ontkend. Voor ons komt het out of the blue. Het is hier niet officieel ter tafel geweest.’ Volgens Basic is het bericht verspreid door een jonge Franse verslaggever die nog geen twee maanden op het Navo-hoofdkwartier rondliep.
De onthulling van het Bulletin of Atomic Scientists en het merkwaardige AFP-bericht hebben tot flinke commotie geleid. In België kondigde premier Verhofstadt aan dat hij het parlement vertrouwelijk zou inlichten. Ook de Italiaanse minister van Defensie besloot daartoe. Een interessant gegeven, daar het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken stelt dat de geheimhouding berust op bindende Navo-afspraken die gelden voor álle Navo-lidstaten met een kerntaak.
OP ZIJN WEBSITE meldt de Belgische oud-minister van Landsverdediging Leo Delcroix: 'Wat een onnozele heisa! Reeds zes jaar geleden heb ik aan de commissieleden van Defensie in de besloten Senaatscommissie gezegd waar het om ging en hoe de vork aan de steel zat.’ Maar in Nederland gaat dat anders. Bauke Snoep, voorzitter van de Algemene Federatie van Militair Personeel (AFMP): 'Je zult nooit officieel te horen krijgen of er kernwapens zijn op Volkel. Er is een militaire eed van geheimhouding. Die heb ik ook moeten afleggen, in 1963. Je verklaart dan dat je alleen gevoelige informatie zult gebruiken voor zover dat van toepassing is op je taak in de krijgsmacht.’ Hij heeft 'van horen zeggen’ dat het geen Navo-afspraken zijn die de overheid doen verstommen, maar een bilateraal verdrag met de VS, dat met elk land dat Amerikaanse wapens huisvest zou zijn afgesloten. Daarin zou zijn opgenomen dat Nederland wat betreft het beheer van de atoomwapens is gebonden aan Amerikaanse wetten. Buitenlandse Zaken ontkent dit ten stelligste.
Ab Harrewijn, defensiewoordvoerder van GroenLinks, gaat er een punt van maken bij de aanstaande behandeling van de defensiebegroting in de Tweede Kamer: 'Er moet nu eindelijk eens erkend worden dat ze er liggen. En dan onomwonden. Al zou het bericht dat ze worden weggehaald een canard zijn, dan nóg kunnen we er iets moois van maken. Daar is bovendien een uitstekende politieke reden voor. We moeten het afwijzen van het kernstopverdrag (Comprehensive Test Ban Treaty - jb) door de Amerikaanse Senaat beantwoorden. Dat gebeurde om louter binnenlands-politieke redenen. Zo ga je niet met je bondgenoten om. Laat Nederland als antwoord nu maar eens het signaal geven dat wij bij deze kernwapengastland af zijn.’
Ook D66 wil af van de kerntaak en van de atoomwapens. De regeringspartij publiceerde onlangs een 21-puntenplan voor defensie waarin ze dat met zoveel woorden stelt. Defensiewoordvoerster Nicky van ’t Riet: 'De andere grote partijen denken daar anders over. De PvdA heeft ons zelfs aangevallen op dit punt. Wij vinden het hypocriet dat Nederland het non-proliferatieverdrag heeft onderschreven en zich officieel inzet voor mondiale ontwapening, terwijl we er een kerntaak op nahouden.’
DE NEDERLANDSE kernwapentaak lijkt zo langzamerhand inderdaad een ano malie van de geschiedenis. De B61-bommen die in zeven Navo-landen zijn gestationeerd, zijn hopeloos verouderd en hebben sinds de val van de Muur in feite geen enkele militair-strategische betekenis meer. Maar hun politieke betekenis is des te groter. Door hier Amerikaanse kernwapens te dulden, steunen de bondgenoten niet alleen in woord, maar ook in daad het nucleaire beleid van de Navo en de VS. Zo kunnen de lidstaten op een goedkope manier hun loyaliteit tonen.
Volgens Karel Koster van Werkgroep Eurobom zou het AFP-bericht over het weghalen van de wapens wel eens een bewust lek kunnen zijn geweest. Koster: 'Het leek wel een Amerikaans dreigement. De Atlantische band komt onder druk te staan als de VS hun kernwapens weghalen. Daarmee geven ze aan dat West-Europa voor hen strategisch gezien niet meer van belang is. En dat vinden de meeste Navo-landen geen prettig idee.’
Nederland wil niet af van de atoombommen, zoveel is duidelijk. 'Nederland is als Navo-lid van mening dat het kernbeleid voortgezet moet worden’, is het officiële standpunt van Buitenlandse Zaken. Tom McDonald van Basic: 'Natuurlijk willen de kleine Navo-landen dat de atoomwapens blijven. Als ze eenmaal zijn weggehaald, is het erg moeilijk om ze weer geïnstalleerd te krijgen, gezien de tegenstand die dat zal oproepen. Met Amerikaanse kernwapens voelen de lidstaten die geen eigen atoommacht hebben zich veel serieuzer genomen en lijkt het bondgenootschap minder een exclusieve Brits-Amerikaanse aangelegenheid met Franse steun.’
Voor AFMP-voorzitter Bauke Snoep maakt het niet veel uit: 'Echte gewetensbezwaarden hebben we niet binnen de bond. En als er al kernwapens op Volkel zouden liggen en ze worden weggehaald, dan heeft dat weinig consequenties voor de werkgelegenheid van Nederlands personeel. Het gaat om weinig materieel.’
Maar dat de regering krampachtig aan het kernwapen vasthoudt verbaast hem niks. 'Politiek wordt er waarschijnlijk als volgt gedacht: de krijgsmacht is het zwaard van de buitenlandse politiek. Dat zwaard moet natuurlijk geen aardappelschilmesje worden.’