Kersenhout

Een zo min mogelijk vooraanstaand romancier zei mij (door te sterven is hij aan illustratie van dat idee in een kort verhaal niet toegekomen) dat geluk een overgangstoestand is. Daarom van korte duur. Dat begreep ik best. Vanaf dat ogenblik heb ik er geen enkele moeite mee mijn geluksmomenten thuis te brengen. Het zweven tijdens de sprong. De schommel op zijn hoogste punt aangekomen. Een illusie van het perpetuum mobile. Maar ook de scheiding waar de ene kleur het contrast met de andere tot stand brengt.

Met de limo of de bokkewagen naar de volksgaarkeuken. Zolang het nog kan. In het jaar 2011 worden in de buurt van de 371 etablissementen die teruggedrongen zijn in het voormalige Rijksmuseum en daar de Smulhokfusie hebben gevormd, alleen nog maar eenpersoonsstrijdwagens die op frambozenazijn lopen toegelaten.
Tien jaar daarvoor kon je mij zien zitten in Restaurant X-terra in de Schreierstoren waar de regionale keuken van Totaal Amsterdam eer werd aangedaan. Geuzenveldse osseworst en KNSM Strip Steak. Ik was nog nat van de periode dat ik in de omarming van het gg-woord woonde. Toen de groenteman te bereiken was in de tijd nodig voor het levend doorslikken van een dozijn piepgarnalen en de Phaseolus vulgaris, de gewone kidney bean vrij verkrijgbaar. Maar nu, wat gebeurt er nu?
Bij thuiskomst staat daar een jongetje met een mooi bruin amandelvormig hoofd tegen de deur geleund. Desgevraagd blijkt hij Eenkilo te heten. ‘Dag Eenkilo’, zei ik. Waarop hij vroeg of ik Kelvin kende. 'Die van de kleurtemperatuur bedoel je?’ Toen waren we snel uitgepraat.
Naar later blijkt wordt Eenkilo door zijn moeder Angelo genoemd en het gerucht dat ze hiernaast in het gebouw een lift van kersenhout hebben berust ook al op niets.