Kerstboodschap een godswonder

Nu wij het toch, aan de vooravond van Kerstmis, over Godswonderen hebben: Hoe is het in Godsnaam mogelijk dat De Groene Amsterdammer nog steeds bestaat? Bij God, wij weten het niet.

Met ogen op steeltjes kijken wij naar de beweringen elders in het medialandschap, naar Reed Elsevier met zijn miljardenomzet. Naar Hilversum en zijn Luxemburgse dependances, waar met honderden miljoenen wordt gegoocheld. Bij ons vergeleken is de dwerg Kwetal een reus. Onze jaarlijkse omzet omvat drie miljoen, waarvan vijftien monden worden gevoed en vijftig keer per jaar een volwassen opinieweekblad op de markt wordt gebracht. Drie miljoen! Olivier B. Bommel, Kwetals vaderlijke vriend, pleegt daarmee zijn pijp aan te steken.
Drie miljoen! Toegegeven, het is zelfs ons wat te weinig. Dat wij elke keer weer nipt het hoofd boven water weten te houden, is te danken aan u, abonnee, die weigert ons in de steek te laten, hoeveel duistere Franse filosofen en neerslachtig stemmende burgeroorlogen wij u ook in de maag splitsen, u, abonnee, die jaarlijks bereid is ons een extra centje te geven bovenop de toch niet onaanzienlijke prijs van een abonnement.
Het bewijst: geen krant in Nederland of waar ook ter wereld heeft zo'n trouwe en gemotiveerde achterban als De Groene Amsterdammer.
Wat zo'n vijf, zes jaar geleden een als Kerstboodschap vermomde bedelbrief was, is inmiddels gerijpt tot een zakelijke overeenkomst tussen krant en lezer, zij het een overeenkomst op basis van wederzijdse sympathie.
U doet wat voor ons - beter gezegd, u doet wat voor de minder geprivilegieerden onder de lezers, die dank zij ons sociaal tarief zich de luxe van De Groene Amsterdammer kunnen blijven veroorloven. Op onze beurt doen wij iets voor u. Veelal in de vorm van een boekje, dit jaar zelfs in de vorm van een boek, naar keuze Adriaan van Dis’ Indische duinen of A. F. Th. van der Heijdens Asbestemming. Het geldt (wij moeten even zakelijk blijven) voor de goede gevers die f50,- (of meer) kunnen missen. De donateurs die een dergelijk bedrag (of meer) niet convenieert - waarvoor wij alle begrip hebben - maar wel minimaal f25,- willen schenken, ontvangen Erik van Ree’s niet minder meeslepende minibiografie van God, waarover het laatste woord niet is gesproken, zoals ook uit dit kerstnummer van De Groene blijkt.
En iedereen, om het even of hij ons tweeeeenhalf tientje of zijn complete kerstgratificatie schenkt, krijgt dit jaar het fraaie, door Opland getekende Groene-certificaat waarmee hij een kennis of familielid drie volle maanden lang De Groene cadeau kan doen. Opdat u, lezer, enige weken na dato op onze kosten voor Sinterklaas kunt spelen. U ziet het goed: het is uit welbegrepen eigenbelang onzerzijds. Wij hopen dat uw kennis of familielid uiteindelijk besluit zich bij de Groene-familie in te laten lijven. Ons abonneebestand is weliswaar vrij constant. Helaas geldt dit niet voor de produktiekosten en de papierprijzen, zodat wij een aanwas van het abonneebestand nodig hebben als brood.
Dit abonneebestand zweeft al jaren rond de tienduizend stuks. Daarvan plegen niet minder dan tweeeneenhalfduizend lezers in onze donatiecampagne te participeren. Het is een kwart van onze aanhang, degenen die De Groene via de kiosk betrekken niet te na gesproken. Deze tweeeneenhalfduizend lezers leggen jaarlijks, alles bij elkaar opgeteld, rond honderdduizend gulden onder onze kerstboom, een bedrag waar echte uitgevers alleen maar om zullen lachen. Wij niet. Voor ons is die honderdduizend gulden net toereikend om te kunnen garanderen, dat iedereen - rijk en arm - De Groene kan blijven lezen.
Dus is het eigenlijk een Godswonder dat niet iedere denkende Nederlander - arm of rijk - De Groene leest!
Aan deze misstand hopen wij trouwens binnenkort iets te gaan doen. De tijd is nog niet rijp om in details te treden, maar wij houden u, abonnee en abonnee in spe, op de hoogte.
REDACTIE EN ADMINISTRATIE VAN DE GROENE AMSTERDAMMER