Keten in Friesland

‘Ze denken meteen dat het een comakeet is, waar van die boeren met zware kisten zich het licht uit de ogen zuipen.’ Dat geldt niet voor de Skuorre.

DE AVOND valt over het Friese platteland. De wegen zijn verlaten en het enige geluid in Blauhûs komt van de wind. Schijn bedriegt. De jongeren van het dorp verzamelen zich in hun vertrouwde keet. En daar is het allesbehalve rustig.
‘We komen jullie wel ophalen’, sms'ten Menno-Jan en Johannes. Friezen ongastvrij? Allerminst. Nors? Integendeel. De boerenzonen rijden een half uur om ons te chauffeuren. Het is nodig, want de TomTom doet het niet. Keet de Skuorre ligt buiten het bereik van de satelliet.
'De Skuorre’ is Fries voor 'de schuur’. Van buiten lijkt het inderdaad niet meer dan een boerenloods, maar binnen staat een lange eikenhouten bar als pronkstuk, een twintigtal barkrukken eromheen, discolampen, inbouwspeakers en een groot plasmascherm aan de muur. 'Op zondag kijken we hier voetbal. En Boer zoekt vrouw natuurlijk.’
Er is alleen geen wc. Voor de jongens geen probleem, zij doen het buiten. De dames moeten met hun jas aan het erf over, zij mogen op de boerderij naar de wc. De keet staat op het erf van de vader van Jan-Simon.
De hardstyle dreunt steeds een tandje harder door de woofers. Gedanst wordt er niet. 'De keet is een plek om samen te komen. Hier nemen we de week met elkaar door. Sommigen komen hier elke dag na school of werk. Niet om te theeleuten of spelletjes te spelen. We drinken hier bier en praten over het leven. De keet is een soort familie’, zegt Robin.
'We kennen elkaar al vanaf de basisschool’, vertelt Menno-Jan. 'In de laatste klas bouwen de meeste plattelandsjongeren een keet. Je kent mekaar dan zo'n acht jaar en de keet is een vaste plek om samen te komen. Je begint met een blikje cola na school in een oude caravan en inmiddels zijn wij al aangeland bij onze vierde keet. Elke leeftijdsgroep heeft zijn eigen keet. Die van mijn zusje zit bij ons op het erf.’
Wordt er nog gedate binnen de keet? 'Bij ons zijn zo'n drie koppels ontstaan. Keetincest noemen we dat’, zegt Ruud-Folkert van de nabijgelegen keet 'het Fokhok’. Iets verder aan de bar zit Jelle. Hij gaat binnenkort naar de ALO in Groningen. Op kamers dus. 'Jazeker, maar in de weekenden kom ik gewoon terug naar de keet. Ik blijf een plattelandsjongen.’ Zijn buurman lacht en draait een shagje. Jelle heeft sinds kort een vriendin. Gaat de keet vóór het meisje? Moeilijke vraag. 'Als ze het echt, écht zou willen, zou ik op vrijdagavond wel thuisblijven. Maar dat vraagt ze me toch niet.’
Jelle denkt niet dat mensen uit de stad begrijpen hoe gezellig een keet kan zijn: 'Ze denken meteen dat het een comakeet is, waar van die boeren met zware kisten zich het licht uit de ogen zuipen.’ Dat doen de jongens doorgaans niet. Sommigen houden het de hele avond op fris. 'Ik lust geen bier’, vertelt Bram. 'Ik drink Fanta, en soms sterk.’ Jacobus houdt het vanavond ook bij fris: 'Morgen moet ik weer om negen uur beginnen op het land. Vanaf mijn zestiende werk ik zes dagen in de week op het erf bij een boer in de buurt. Daarnaast doe ik een avondstudie landbouw. Afgelopen week heb ik nog een cursus trekkerrijden gehad.’
Voor de meeste keters bestaat geen noodzaak om Blauhûs ooit te verlaten. 'Er is een jongen uit de keet die naar de universiteit gaat, maar dat is elite’, zegt Harmen. 'Iedereen doet zo'n beetje mbo of werkt’, beaamt Nienke, eindexamenklas havo.
Wietske opent een bierflesje met haar ring. 'We rossen en drinken bier, ik kan kruipend naar huis.’ Er gebeuren ook ongelukken. 'Vorig jaar is een meisje van de keet omgekomen bij een auto-ongeluk. Eigenlijk zat ze toen al meer bij een andere keet, omdat haar vriendje daarbij zat. Er was toen concurrentie tussen de keten, maar na de begrafenis hebben we de strijdbijl begraven. We zijn bij die andere keet langsgegaan en hebben haar samen herdacht.’ Wietske opent een nieuw flesje met haar ring.
Om twaalf uur is een meisje jarig. 'Daar moet een piemel in!’ zingt Niels haar toe uit volle borst. Zijn cadeautje? 'Nee hoor’, lacht hij, 'dat is gewoon een beetje ruien.’ Volgens hem is het grote verschil tussen het platteland en de stad dat de jongeren hier eerder beginnen aan 'huisje, boompje, beestje’. Hij weet al dat hij jong vader wil worden. 'En alle baby’s komen dan ook gewoon naar de keet, die kleine van Frans met die van mij!’


Vrijplaats
Huiskamerketen vallen niet onder de Horeca- en Drankwet. De Raad van State heeft eind vorig jaar een advies van Koninklijke Horeca Nederland afgewezen. Wel zijn enkele voorwaarden geformuleerd. Zo moet de keet zijn voorbehouden aan een kleine vaste vriendengroep die zich bij voorkeur verzamelt op een plek vlak bij de woning van (de ouders van) een van de leden en mag er geen entree worden gevraagd, noch een geldelijke bijdrage in de kosten. De keet mag geen winst maken en keetleden mogen de kosten ook niet onderling verrekenen.