De oorlog tegen drugs is er ook nog

Ketters en kardinalen

In 1998 beloofden de Verenigde Naties een drugsvrije wereld in het jaar 2008. De Amerikaanse «war on drugs» werd een wereldwijd geloofsartikel. Vorige week kwam de drugscommissie van de VN in Wenen bijeen om de balans op te maken. Tegelijkertijd speelde zich in hetzelfde gebouw een schaduwconferentie af om de VN te overtuigen van de implicaties van deze koers. Het liep uit op een cultuurclash.

WENEN — Het Vienna Information Centre, een koepelvormige nieuwbouwkolos aan de rand van Wenen, pal grenzend aan het permanente VN-kwartier, bood afgelopen week onderdak aan de VN-commissie voor Narcotic Drugs (UNODC), bijeen voor haar 46ste vergadering in successie. Afgevaardigden van 140 landen, onder wie ministers, staatssecretarissen, generaals, topambtenaren en politiediensten als DEA en Europol, zetten zich hier aan een vergadermarathon over de vorderingen van de strijd. Het was een krijgshaftige bijeenkomst, waar «zero tolerance» vooropstond, en de — overwegend Europese — landen die het wat rustiger aan willen doen met de «war on drugs» op niet mis te verstane wijze de wacht kregen aangezegd.

De dreigende taal aan het adres van de «oprukkende horden van de legalisering» die de directeur van de UNODC, de Italiaanse econoom Antonio Costa, sprak in zijn welkomstwoord tot de congregatie zette de toon voor de gehele top. Costa stond bij zijn aantreden bekend als een man van de dialoog, maar is zich gaandeweg steeds harder gaan opstellen. Naar verluidt vooral onder druk van de VS, die beloofden de noodlijdende UNODC — die onder de vorige directeur Pino Arlacchi, ook een Italiaan, financieel fors de boot in ging — met een verhoging van de bijdrage van negentien naar 25 miljoen dollar per jaar tegemoet te komen. Vorige maand stak Costa in Zweden nog de loftrompet over het uiterst repressieve Zweedse drugsbeleid, terwijl Nederland de wind van voren kreeg vanwege zijn gedoogbeleid. Volgens ingewijden was Costa tot deze stap gedwongen nadat een van zijn directe ondergeschikten, de Brit Mike Trace, directeur van de afdeling Demand Reduction, in de Britse en Zweedse pers was aangeduid als lid van de «vijfde colonne» ten bate van de legalisering van drugs. Aanleiding voor die beschuldigingen was onderschepte e-mail van de VN-ambtenaar, waarin deze onder meer bleek te onderhandelen met multimiljonair/weldoener George Soros over een strategie om een kentering in de war on drugs op VN-niveau te forceren.

Trace werd onverwijld de laan uitgestuurd. Sindsdien is Costa bezig met damage control. Zo ook zijn VN-collega Philip Emafo, de uit Nigeria afkomstige president van het International Narcotics Control Board (INCB). Hij oefende grote druk uit op Engeland, waar de regering-Blair op het punt staat een op Nederlands model geïnspireerde cannabispolitiek in te voeren. Emafo beschuldigde de «lenient nations» dan wel «de laissez-faire-gemeenschap» van het Westen ten koste van de Derde Wereld een pact aan te gaan met de drugs industrie, en daarmee ook met het internationale terrorisme. Want getrouw aan de nieuwste inzichten van de Amerikaanse regering dienen terrorisme en drugs nu in één adem te worden genoemd. Zo kon het gebeuren dat zelfs de toespraak van de afgevaardigde van de Chinese Volksrepubliek, waar men de war on drugs vooral door middel van massa-executies pleegt te voeren, op een beleefd applaus mocht rekenen, terwijl ieder woord van de arme Nederlandse staatssecretaris Ross op een goudschaaltje werd gewogen.

Toch gaat het niet goed met de war on drugs. In 1998 namen de VN, bijeen in New York, zich onder het motto «a drugs free world, we can do it» voor de wereld binnen tien jaar geheel drugsvrij te hebben. Anno 2003 lijkt dat doel verder weg dan ooit. De cocavelden die in Colombia met allerhande chemicaliën worden weggesproeid, komen er in Peru even hard weer bij. De Colombiaanse drugsonderzoeker Franciso Thoumi, gewezen VN-medewerker en tegenwoordig gestationeerd op de universiteit van Miami, merkte op dat zelfs het neerschieten van vliegtuigen met mogelijk drugs aan boord — usance geworden in het zogeheten «Plan Colombia» — een kwestie is van sluwe berekening: «Het gaat er de schutters om de concurrentie uit te schakelen, niet om de beperking van de cocaïnetoevoer richting de VS. Netto komt er geen kilo minder het land binnen.»

De heroïne is zelfs weer helemaal terug van weggeweest, met name dankzij de opgebloeide opiumhandel in Afghanistan, die sinds de val van de Taliban weer op volle toeren draait, en wordt gerund door de Noordelijke Alliantie, die eerder zo broederlijk aan de zijde van de Amerikanen meevocht tegen de getrouwen van Bin Laden. De handel in synthetische drugs heeft sinds 1998 juist een enorme vlucht genomen, waarbij het rijke Westen voor de verandering niet alleen consument is, maar ook de grootste producent. Wereldwijd is de drugsproductie alleen maar gestegen, ondanks al het wapengekletter van de war on drugs.

Ondertussen vallen er aan alle kanten slachtoffers: niet alleen de inheemse volkeren in Zuid-Amerika die hun waterputten vergiftigd zien door vanuit Washington betaalde sproeivliegtuigjes, maar ook de pakweg miljoen Amerikanen die opgesloten zitten in de gevangenis wegens «drug related crimes» (op een totale gevangenisbevolking van 2,5 miljoen in de VS); het immer groeiende aantal HIV-slachtoffers in de mondiale verslaafdenpopulatie; de vele doden en gewonden in een oorlog die inmiddels op talloze plaatsen wordt uitgevochten, van de jungle in Colombia tot de favelas van Rio de Janeiro, van de straten van Moskou tot in Amsterdam Buitenveldert.

Net zoals de Drooglegging van de jaren twintig heeft het antidrugsgebod vooralsnog alleen maar averechts gewerkt. Daarom hebben veel landen de buik vol van de war on drugs. In Europa leidde dat recentelijk tot de oprichting van het European Drugs Policy Fund, met als comité van aanbeveling een zogeheten comité des sages (comité van wijze mensen), waarin onder anderen zitting hebben de Portugese oud-president Mario Soares en ex-Bondsdagvoorzitter Rita Sussmuth, alsmede de oud-ambassadeur van de Bondsrepubliek in Nederland Otto von der Gablentz en Sir Keith Morris, de gewezen ambassadeur van het Verenigd Koninkrijk in Colombia. Een opvallend lid is ook Raymond Kendall, oud secretaris-generaal van Interpol, pal naast Dario Fo, het orakel van alternatief Italië, die de oorlog tegen drugs in een open brief aan de VN onlangs omschreef als «een oorlog tegen drugsgebruikers».

De doelstellingen van het European Drugs Policy Fund werden vorige maand geadopteerd door de Griekse regering, die momenteel het voorzitterschap van de Europese Unie bekleedt. Van 6 tot 8 maart organiseerden de Grieken in Athene al een conferentie over de aanstaande VN-top, met als doelstelling het doorbreken van taboes. Speciale onderhandelaar namens de Griekse minister van Buitenlandse Zaken in Wenen was overigens Thanasis Apostolou, de gewezen volksvertegenwoordiger van de Partij van de Arbeid.

Om de boodschap van de Europese trendbreuk meer kracht bij te zetten organiseerde het European Drugs Policy Fund in het Vienna Information Centre een driedaagse schaduwconferentie over deze dissidente richting. Nederland sprak een woordje mee. Terwijl één verdieping lager, in de kelder van het gebouw, juist werd gesproken over een intensivering van de oorlog, stond men hier in alle openheid stil bij het succes van het Nederlandse gedoogbeleid, over legalisering van cannabis en andere drugs, over het verleggen van het accent van repressie naar «harm reduction», over de acceptatie van drugsgebruik ten bate van de verslaafde. Een groepje Scandinavische voorstanders van legalisering van marihuana waagde het zelfs demonstratief een joint te doen rondgaan in het vergadergebouw.

Van alle delegaties van deze schaduwconferentie was Nederland getalsmatig in de meerderheid. Onder de deelnemers bevonden zich oud-diplomaat Jan van der Tas, directeur Peter Cohen van het Instituut voor Drugsonderzoek van de Universiteit van Amsterdam, de Amsterdamse psychiater Frederick Cohen, Martin Jelsma en Tom Blickman van het Drugs & Democracy-programma van het Trans National Institute (TNI), criminoloog Frank Bovenkerk van het Willem Pompe-instituut in Utrecht, en europarlementariër Kathalijne Buitenweg van GroenLinks. De laatste was tamelijk ontzet naar Wenen getogen. Een motie van haar om een Europese breuk met de war on drugs te organiseren, verloor met één stem. In de motie had Buitenweg er onder meer op aangedrongen cannabis in de drugsverdragen te declassificeren, met andere woorden niet langer op één lijn te stellen met harddrugs als heroïne. Voorts had ze aangedrongen op een «evaluatie» van het drugsverdrag van 1998, een exercitie die de VN-top ten koste van alles wil vermijden, omdat men anders zou moeten erkennen dat het niet echt wil vlotten met de strijd.

Als de motie van Buitenweg het had gehaald, zou dat een belangrijke doorbraak hebben opgeleverd in de Europese houding ten opzichte van de war on drugs. Niet iedereen nam haar dat in dank af. Buitenweg: «Mijn Zweedse collega Pyrken van de conservatieven verweet mij zelfs dat ik het bloed van miljoenen kinderen aan mijn handen had. Het ergste moment kwam toen op voorstel van Pyrken met 223 tegen 222 stemmen een amendement op mijn motie werd aangenomen waarin het parlement de volle steun uitsprak aan de huidige war on drugs. Dan liever geen motie, vond ik. Het eind van het liedje was dat ik mijn eigen kindje de nek moest omdraaien: ik heb mijn motie moeten terugtrekken.»

Van alle kanten ontving de jonge europarlementariër troost. Peter Cohen, een veteraan in het gevecht om normalisering van de drugspolitiek, zei dat het op zich al een hele prestatie is geweest: «Zo dicht zijn we er nog nooit bij geweest.» Bij een volgende gelegenheid lukt het wel, is de overtuiging van Cohen, die de VN-drugsconventie zelf beschouwt als een verlengstuk van de Heilige Inquisitie in de strijd tegen ketters en in zijn speech aandrong op een «nieuwe reformatie». Dat was sowieso de geest van de schaduwconferentie, die af en toe schielijk werd bezocht door een hoge VN-official van beneden.

Ook dissidenten uit VN-kring kwamen aan het woord. Zoals Tony White, gewezen chef van de «supply reduction and law enforcement section» van het VN-Drug Control Programma (UNDCP). De boodschap van White, een gewezen officier van Scotland Yard, was weinig opwekkend. Volgens hem is de war on drugs in de fase van het «eindspel» terechtgekomen, en zal hij de komende jaren alleen maar aan grimmigheid winnen. Volgens hem staan de VS zelfs op het punt «biologische agenten» in te zetten in de strijd. Begin maart 2003, vertelde White de bezoekers van de schaduwconferentie, vonden besprekingen plaats tussen de UNODC in Wenen met de Amerikaanse scheikundige David Sands, uitvinder van de zogeheten «killer fungi», oftewel «mycoherbicides», een schimmelbacterie die zou moeten worden ingezet tegen de teelt van coca, opium of marihuana. Drie jaar geleden probeerde Sands zijn waar ook al aan de VN te slijten, maar na veel ophef in de pers werden de besprekingen toen gestaakt.

Nu is Sands weer meer dan welkom bij de VN, aldus White, die tegenwoordig als «onafhankelijk onderzoeker» werkzaam is. White: «Niemand weet wat de gevolgen van dat strijdmiddel zullen zijn, maar dat het gebruikt zal worden, daar maak ik me geen illusies meer over. De voorstanders van de war on drugs zijn aan de winnende hand nu drugs en terrorisme op één lijn worden gesteld. We gaan behoorlijk angstige tijden tegemoet.»

Niet iedereen was geneigd zich door deze apocalyptische visie te laten meeslepen. De Italiaanse europarlementariër Marco Carpatto van de Transnationale Radicale Partij van Emma Bonino, onlangs verkozen tot europarlementariër van het jaar, pleitte voor algemeen verzet op «neo-gandhiaanse wijze» tegen de war on drugs, die volgens hem meer dan zeventigduizend doden per jaar tot gevolg heeft. Zelf gaf de parlementariër het voorbeeld door in Manchester demonstratief marihuana uit te venten, hetgeen hem kwam te staan op 48 uur verblijf in een Engelse cel. «Het is een burgerlijke plicht immorele wetten te overtreden», aldus Carpatto.

Evenmin te remmen toonde zich de Britse drugsactiviste Andria Efthimiou-Mordaunt, weduwe van een drugsdode, en zelf sinds tien jaar ex-gebruikster. In emotioneel getoonzette hartenkreten richtte zij zich tot de VN-vertegenwoordigers in de kelder, die zich in haar ogen schuldig maken aan dehumanisering van de verslaafden.

«Als je een kind dat nog moet leren lopen iedere keer een klap geeft als het valt, leert dat kind nooit lopen», aldus Efthimiou. «Dat is precies wat de VN-drugsconventies doen met de verslaafden. Elke misstap wordt bestraft, en daardoor gaat het van kwaad tot erger. Alleen door drugsgebruikers ook als mens te zien, kan er iets worden gedaan aan de huidige malaise.» Ze spoorde de drugsofficials van de VN aan eens een paar dagen als vrijwilliger te werken bij een project voor drugsverslaafden, alvorens zich een oordeel aan te matigen over een verdere verharding van de war on drugs.

Ex-Interpol-topman Ray Kendall viel haar bij. Volgens hem is de internationale politiewereld vergeven van de dissidenten die vinden dat drugs op een of andere manier uit het strafrecht moeten worden gehaald, maar is de VN-top te conservatief om aan dit soort geluiden een stem te geven.

Kendall: «Het is twintig jaar geleden dat ik mijn eerste VN-conferentie over drugs meemaakte, sindsdien hebben ze het nog steeds over dezelfde dingen. Terwijl er in de wereld momenteel grote ommezwaaien zijn te bespeuren in het denken over drugs, zit de VN nog steeds op de lijn van totale repressie. Ondertussen raakt de wereld steeds verder ontwricht door de war on drugs, en stijgt de productie van die drugs ook nog eens alleen maar sterker. Ik ben niet voor legalisering, maar de huidige lijn van steeds meer mensen arresteren werkt ook niet. Er zal een compromis nodig zijn, maar daarvoor zullen de VN-drugsverdragen wel moeten worden aangepast. Jammer genoeg wordt iedere poging dat aan de orde te stellen door de VN-top gezien als een stap richting legalisering. Die impasse zal vroeg of laat worden doorbroken. Ik kan me herinneren van mijn tijd bij de politie dat men Amnesty International een gevaarlijke, gezagsondermijnende club vond. Nu is het een belangrijke, gezaghebbende organisatie. Datzelfde zal in mijn ogen gebeuren met het European Drugs Policy Fund. We moeten gewoon modder blijven gooien, op den duur zal er wat van blijven plakken.»

Ondertussen liepen Martin Jelsma en Tom Blickman van het Trans National Institute in Amsterdam kilometers heen en weer tussen de beide conferenties. Jelsma, al evenzeer een veteraan in het circuit, toonde zich redelijk beduusd over de plotselinge hardheid die zich van de VN meester had gemaakt. «Dit is veel erger dan ik verwacht had», zei hij nadat hij als afgevaardigde een week had doorgebracht bij de onderhandelingssessies. «De Nederlandse afvaardiging weert zich kranig, maar het is een hondsmoeilijk gevecht. De Amerikanen hebben de ontwikkelingslanden gemobiliseerd tegen de Europeanen, waardoor nu zelfs elementaire zaken als spuitenruilprojecten — zeer essentieel bij de preventie van HIV-infecties — plotseling omstreden zijn. Over elke komma wordt gevochten, tot op het laatste moment. Ik heb nog nooit zo’n felle vergadering meegemaakt op VN-niveau. Maar juist die verharde tegenstand toont in mijn ogen aan dat er forse barsten zijn opgetreden in de consensus. Er bestaat ontzettend veel twijfel binnen de VN aan de war on drugs, veel meer dan men wil laten merken. De VN zitten nu in een fase van ontkenning van deze geloofwaardigheidscrisis. Die probeert men te overschreeuwen met de roep om nog meer harde maatregelen.»

Niettemin presenteerde UNODC-directeur Antonio Maria Costa zich op de slotdag van de VN-vergadering aan de internationale pers als een tevreden man. «Barsten in de consensus?» sprak de Italiaan smalend, «ik heb hier de eindverklaring van de ministeriële vergadering voor me, en die laat geen ruimte voor welke twijfel dan ook.» Waarna hij op gehaaste wijze het inderdaad niet malse artikel 6 van de ook door Nederland ondertekende slotverklaring voorlas, waarin «ernstige zorgen» worden uitgesproken over pogingen «ten faveure van de legalisatie van illegale drugs en psychotropische substanties die niet in overeenstemming zijn met de internationale drugsverdragen en die wellicht het gehele internationale drugsbeleid in gevaar zouden kunnen brengen». Met name de normalisering van de cannabis had bij de VN tot grote zorgen geleid, aldus Costa, die voor het overige nogal schichtig deed toen hem werd gevraagd of het voornemen om de wereld anno 2008 drugsvrij te hebben nog altijd staat. «Soms is de fles vol, soms half vol, en soms leeg», aldus de drugstsaar van Wenen, waarna niemand wist waar men aan toe was.

Ondertussen dendert de trein naar een nieuwe drugspolitiek ook zonder instemming van de Verenigde Naties gewoon verder. In Canada heeft het parlement zelfs een wet in voorbereiding ter legalisering van marihuanagebruik en -teelt. Net als in Zwitserland, een land dat zo slim is geweest sinds de Drugsconventie van 1961 geen enkel VN-verdrag meer te tekenen en daardoor meer manoeuvreerruimte heeft dan de rest. België, Griekenland en Portugal zijn eveneens op weg richting liberalisering. Met ruggensteun van Mario Soares organiseert ex-staatssecretaris Algemene Zaken Vitalino Canas komende herfst weer een alternatieve drugstop, dit keer in Lissabon. Portugal, dat enkele jaren een recordaantal van tachtigduizend zware drugsverslaafden telde, is net als Griekenland zeer geporteerd voor het Nederlandse model, waarin heroïneverslaving is teruggedrongen.

Tegen die achtergrond bleef het vanuit de officiële Nederlandse delegatie in Wenen opvallend rustig. De toespraak van staatssecretaris Ross van Volksgezondheid (CDA) van afgelopen woensdag viel vooral op door de aangepastheid aan de VN-gebruiken. En dat terwijl Ross door de Tweede Kamer nog per motie op het hart was gedrukt promotie te maken voor de vruchten van dertig jaar Nederlands drugsbeleid. Kennelijk kreeg de staatssecretaris op het laatst last van koudwatervrees. Zelfs leden van de Amerikaanse VN-delegatie kenschetsten de speech van de Nederlandse bewindsvrouw als «opvallend defensief». Wat dat betreft werd Pim Fortuyn node gemist. De gedoodverfde LPF-premier verklaarde bij leven en welzijn overal het failliet van de war on drugs, en pleitte zelfs voor legalisering van alle drugs, met een fiks winstaandeel voor de overheid.

Dat soort libertaire geluiden was nu niet te horen uit de Nederlandse delegatie. Toch is het de vraag of al te veel aanpassing aan de restrictieve retoriek in VN-kringen uiteindelijk niet contraproductief is. Door het ondertekenen van de slotverklaring van Wenen ondergraaft Nederland een essentieel gedeelte van zijn eigen bewegingsvrijheid. En dat terwijl diverse VN-vertegenwoordigers achter de schermen lieten doorschemeren dat er wel degelijk kansen zijn in de richting van het verwijderen van drugs uit het strafrecht, te beginnen met cannabis. Uiteindelijk zijn de strafmaatregelen die de VN hebben tegen overtreders van de conventies beperkt.

De VN kunnen een zondig land verstoken doen blijven van wettelijk geteelde opium ten bate van morfine en andere pijnbestrijders, maar niemand houdt het voor mogelijk dat zo’n boycot ook daadwerkelijk zou worden uitgevoerd. Kortom, iets meer moed zou Nederland sieren. Uiteindelijk zijn er weinig landen ter wereld die zo veel hebben te verliezen bij een ongewijzigd beleid van de huidige war on drugs.

______________________________

Nederland levert zich verder uit

Vorige maand heeft minister Donner van Justitie een nieuw akkoord met de Amerikanen gesloten. Met dat akkoord, waarvan kopieën circuleerden tijdens de VN-drugsconferentie in Wenen, levert Nederland zich met huid en haar uit aan de Amerikanen.

Het gemak waarmee premier Kok indertijd gehoor gaf aan Amerikaanse druk om Nederlandse drugsverdachten uit te leveren aan de Verenigde Staten baarde vorig jaar zorgen. Met name de zaak rond de Zwolse dj die op grond van vage aanklachten op het vliegtuig naar de VS werd gezet, ontlokte bij tal van hooggeplaatste juristen de verzuchting dat Nederland nu definitief als kolonie bij de VS was ingelijfd.

Maar straks gaat het nog verder. De door Donner ondertekende overeenkomst geldt zowel voor Nederland als de overzeese gebiedsdelen in de Cariben en voorziet in stringente samenwerking op politioneel gebied, bij de douanediensten en op juridisch terrein. Gezamenlijke undercover-acties worden nadrukkelijk tot de mogelijkheden gerekend. De samenwerking krijgt gestalte door de komst van een extra «global issues officer» van het State Department per april 2003 bij de Amerikaanse ambassade in Den Haag. Daarnaast zullen omstreeks juni dit jaar nog een «special agent» en een analist van de Drug Enforcement Agency (dea) worden aangesteld bij die ambassade. Dit alles «ter versterking van de operationele coördinatie». Ook de fbi zal een nieuwe coördinator aanstellen bij de ambassade.

Het akkoord meldt verder dat «de DEA voornemens is in overleg te treden met de Unit Synthetische Drugs (usd) en andere Nederlandse opsporingseenheden om de onderzoekstechnieken die worden gebruikt tegen methamfetaminelabs in de VS, nauwkeurig te beschrijven. Ter bevordering van strafrechtelijk onderzoek van wederzijds belang, zijn de VS en Nederland voornemens zoveel mogelijk informatiebronnen inzake strafrechtelijke samenwerking te verzamelen en te delen. Deskundigen uit de VS en Nederland zijn voornemens bijeen te komen om de mogelijkheid van gezamenlijke opsporingsonderzoeken naar grote internationale drugsorganisaties te bestuderen.»

Volgens het akkoord zal het voortaan mogelijk zijn om inbeslagnames van geld van vermeende drugshandelaren die in Amerika verordonneerd zijn, ook in Nederland uit te voeren. Het overdragen van verdachten van Nederland aan Amerika wordt eveneens versoepeld, waarbij moet worden aangetekend dat Nederland nog steeds aandringt op de mogelijkheid om mensen die in Amerika wegens drugshandel zijn veroordeeld hun straf in Nederland te laten uitzitten.

Overigens krijgen de Amerikanen niet alleen meer greep op de Nederlandse drugssituatie. Via het in Den Haag gevestigde Europol, de pan-Europese politiedienst, krijgen ze ook veel informatie binnen over andere landen. Afgelopen week werd in Wenen verdere samenwerking overeengekomen tussen Europol en dea en fbi.