Kettingreacties en kortsluitingen

Sinds Charles B. Timmer in 1978 de Russische schrijver Daniil Charms (1905-1942) introduceerde met Bam en ander proza, is er vrij veel van hem vertaald. Tijdens zijn leven werd er van zijn werk - poëzie, proza en toneel - nauwelijks iets gepubliceerd. Vanaf 1931 volgde de ene arrestatie op de andere, en zoals verscheidene experimentelen zocht Charms zijn toevlucht in de kinderliteratuur. Zijn kinderverhalen waren het eerste dat in de jaren zestig van Charms in de Sovjetunie opnieuw werd uitgegeven, het begin van een rehabilitatie die volgens de KGB per abuis plaatsvond, omdat Charms nooit ergens voor veroordeeld was. Maar hij was wel in 1942 in gevangenschap van honger gestorven. Voor het eerst zijn nu een paar van zijn verhalen echt voor kinderen in het Nederlands uitgegeven. Enkele ervan stonden eerder in de bundels die je dan van de weeromstuit boeken voor volwassenen moet noemen.

‘Optisch bedrog’ heette een ultrakort verhaal uit de vroege serie 'Voorvallen’. Als iemand zijn bril opzet, ziet hij in een denneboom een boer zitten die zijn vuist naar hem schudt. Als hij zijn bril afzet, ziet hij niemand in de boom zitten. Na dit welles en nietes enkele keren herhaald te hebben, doet onze held het verschijnsel af als optisch bedrog.
Het is maar hoe je het ziet, en of je het wílt zien. Daar draait menige tekst van Charms om, bijvoorbeeld het eerste verhaal van Nietes welles. Kolka wil naar Brazilië, Petka gelooft er allemaal niks van. Toch weet Kolka een piloot te overreden hen naar Brazilië te vliegen. Van de 'inboorlingen’ krijgt Kolka een pak slaag wanneer hij hen in het Indiaans aanspreekt. Als ze weggaan, beweert Kolka dat ze voor hem op de vlucht slaan, een koe noemt hij een bizon, een denneboom een palm, mussen zijn voor hem kolibries. Niemand maakt hem wijs dat hij niet in Brazilië is geweest.
Overigens bleek de kinderliteratuur waar Charms vanaf 1928 van leefde ook weer niet zo veilig. In 1937 publiceerde hij in een jeugdblad het gedicht 'Een man verliet zijn huis’, waarin de regel voorkwam: 'Sindsdien is hij verdwenen’. Een echte realist die wat te vertellen had, stelde vast dat in de Sovjetunie niemand kón verdwijnen, zodat Charms een tijdlang helemaal niets mocht publiceren. De nonsensverhalen voor kinderen zijn, als ik op deze uitgave afga, wat minder hardhandig dan de meeste gewone verhalen die van gewelddadige botsingen aan elkaar hangen. Ook hier doen zich de nodige kortsluitingen voor, in het verhaal 'De stoute stop’ letterlijk. Vaak past Charms het procédé van de kettingreactie toe, het enige logische verband is dan dat kleine oorzaken soms grote gevolgen hebben, of nog simpeler: van het een komt het ander. Als Vanja een sprookje wil gaan schrijven, over een koning, zegt Lenotsjka dat zo'n sprookje er al is en vertelt dan zo'n serie over elkaar heen buitelende gebeurtenissen. Idem dito als Vanja een sprookje over een rover wil schrijven en over een smid; zelfs over het jongetje Vanja blijkt het sprookje al geschreven: 'Vanja kocht Nietes welles en las ditzelfde sprookje dat jij zojuist hebt gelezen.’ Charms weet aan alles een draai te geven, op naar de volgende fabel.