Keukentafelleed

Ze kon maar negen uur per week vrijmaken om te schrijven. Toch bracht Marlen Haushofer (1920-1970) een indrukwekkend oeuvre voort, waarin man-vrouwverhoudingen genadeloos worden geanalyseerd. Maar hoe zat het met haar eigen leven? Behalve Eine Handvoll Leben, Die Tapetentur en enkele hoor- en televisiespelen is al haar werk in het Nederlands vertaald en verschenen bij uitgeverij Bzzthoh, behalve Wij doden Stella, dat werd uitgegeven door de Hema. De wand is inmiddels ook als Rainbowpocket verkrijgbaar.
DIT JAAR IS het 25 jaar geleden dat Marlen Haushofer stierf, enkele weken voor haar vijftigste verjaardag. In de twintig jaar dat ze beroepsmatig schreef, bouwde ze een oeuvre op dat behoort tot het beste dat de Oostenrijkse literatuur heeft voortgebracht. Vanaf haar professionele start tot aan haar dood werd haar werk veelvuldig bekroond, onder andere met - tot twee maal toe - een Oostenrijkse staatsprijs.

Haar werk werd in die tijd niet alleen in literaire kringen buitengewoon gewaardeerd, maar ook daarbuiten. Ze schreef veelvuldig verhalen voor kranten en tijdschriften en ze schreef ook hoorspelen. Het was de tijd van de radio en daar werd veel uit haar werk voorgelezen. Ten behoeve van die uitzendingen moest een telefoonnummer worden opengesteld, zo groot was bij de luisteraars de behoefte aan het geven van een reactie. Dat was toen iets heel buitengewoons, maar ook nu zal het een schrijver niet snel overkomen.
Haushofer heeft altijd emoties opgeroepen en vooral persoonlijke reacties. Toch had, op het moment van haar dood, de literaire wereld alle belangstelling voor haar verloren. Die terugval in de belangstelling, die zich over de gehele jaren zeventig uitstrekt, zou te maken kunnen hebben met de manier waarop Haushofer omgaat met een van haar belangrijkste thema’s: de verhouding tussen mannen en vrouwen. Haar visie daarop wijkt volledig af van die van de vrouwenbeweging van die tijd: Haushofers vrouwen voelen zich nooit slachtoffer.
De vrouwen uit haar romans Die Tapetentur en Die Mansarde, de hoofdpersoon uit de novelle Wir toten Stella, maar ook veel vrouwen uit de verhalen - ze leiden allemaal een allertreurigst huisvrouwenbestaan. Ze hebben ongeinteresseerde en ontrouwe mannen, maar staan desondanks uren voor hen in de keuken en slikken iedere smoes zonder commentaar. De vrouw uit Wir toten Stella beschouwt zich zelfs medeschuldig aan het drama dat haar man bij een van zijn buitenechtelijke uitstapjes heeft veroorzaakt. Het zijn depressieve vrouwen, hun seksuele leven is van een onvoorstelbare treurigheid en ontsnappen is er al helemaal niet bij.
Toch voelen ze zich geen slachtoffer, ze zijn meestal niet eens bitter. Ze behouden een raadselachtig, ongrijpbaar soort autonomie en blijven volharden in hun eigen leefsituatie. Allemaal dingen die slecht passen in de rigoureuze ideologieen van de jaren zeventig.
IN HET BEGIN van de jaren tachtig, ten tijde van de anti-neutronenbomacties, wordt Haushofer plotseling weer ontdekt. Dan wordt, twintig jaar na de oorspronkelijke verschijningsdatum, haar roman Die Wand opnieuw uitgebracht. Haushofer beschrijft in deze roman een situatie zoals die er na het gebruik van een neutronenbom zou kunnen uitzien - en dat twee decennia voor de uitvinding van het wapen. Het is maar een van de aspecten van het boek, dat al snel blijkt aan te sluiten bij veel meer ontwikkelingen in de vrouwenbeweging.
Begin jaren tachtig keert de vrouwenbeweging zich namelijk af van een emancipatie naar ‘mannelijk model’. Het krijgen van kinderen, het geven van borstvoeding; het mag allemaal weer. Sommigen zien het zelfs als een middel tot vrouwelijke zelfverwerkelijking. De vraag komt op of vrouwen niet eigenlijk een betere mensensoort zijn dan de mannen, die vooral als agressoren worden gezien. Binnen die zoektocht past Haushofers werk, en dan vooral De Wand, heel goed. Het is waarschijnlijk hierdoor dat de 'Haushoferwelle’ een enorme omvang krijgt.
Haushofers benadering van man-vrouwverhoudingen wordt en blijft het centrale thema van de beschouwingen. Daarbij richt zich de belangstelling ineens volop op de persoon van Marlen Haushofer. Dat ze haar korte leven doorbracht in een klein Oostenrijks stadje als huisvrouw, moeder en assistente in de tandartspraktijk van haar man, was tot op dat moment wel bekend, maar werd negatief geduid: een vrouw die zich conformeert, een vrouw van voor de emancipatie. Nu verandert dat. Haushofers lezers raken geinteresseerd in het huisvrouwenbestaan van de schrijfster en in haar ervaringen met mannen.
Haushofer laat zich in haar werk kennen als iemand die man-vrouwrelaties analyseert, klinisch, realistisch en genadeloos, iemand die haar analyse bovendien inbedt in alle nuances van het gevoel dat een afhankelijkheidsrelatie oproept. Dat roept de vraag op hoe iemand die dat allemaal zo scherp ziet, zelf kon blijven leven in vergelijkbare omstandigheden. Waarom breken haar hoofdpersonen er niet uit, waarom deed ze het zelf niet? Waarop berust die merkwaardige autonomie waardoor haar vrouwen zich geen slachtoffer voelen?
Deze speurtocht naar Haushofers leven is nog steeds niet afgelopen en kan dat ook niet zijn. Haushofer hield tijdens haar leven alles wat met haar huwelijk en gezinsleven te maken had, zorgvuldig buiten beeld en na haar dood deden de nabestaanden niet anders. 'Auch die Geschichte der Ehe wird hier nicht erzahlt’, zegt na haar dood haar beste vriend en vertrouweling Hans Weigel. Hij was de centrale figuur in de Weense literaire kring waartoe ook Haushofer behoorde.
In een in 1993 door de Bayerische Rundfunk uitgebrachte documentaire over Haushofers leven komen diverse vriendinnen aan het woord. Ook zij laten zich niet uit over het persoonlijk leven van de schrijfster. Haar beste vriendin, de schrijfster Jeannie Ebner, zegt zelfs expliciet dat dat niet moet en ook niet nodig is: 'In ihre Bucher steht genug.’ Er zijn dagboeken, maar daaruit mag van de familie niet meer gepubliceerd worden dan een paar vaste, inmiddels al lang bekende passages. De dood van Manfred Haushofer, haar echtgenoot, in juli vorig jaar heeft in deze situatie geen verandering gebracht.
Niet alleen worden de dagboeken node gemist, er ontbreekt nog meer. Zo zijn er twee onuitgegeven romans zoek. Van beide heeft Hans Weigel haar de publikatie indertijd afgeraden. De ene omdat hij te platvloers zou zijn, de andere op morele gronden. Haushofer, die zich totaal verliet op de adviezen van haar vriend, zou ze vernietigd hebben. Vooral in het geval van het tweede boek zou het om een groot verlies kunnen gaan. Van het verloren gegane boek is namelijk bekend dat het een perfecte moord behandelt. Die moord wordt begaan door een aantal vrouwen en betreft een door hen allen gehate man. Omdat Haushofers vrouwen nooit komen tot een afrekening met de naast hen levende mannen (de dood van de man in Die Wand is veeleer een liquidatie op praktische gronden), valt de vermissing van het manuscript buitengewoon te betreuren.
DE ENIGE PERIODE uit Marlen Haushofers leven waarover veel bekend is, is haar jeugd. Ze beschreef die zelf, in Himmel der nirgendwo endet en Eine Handvoll Leben. Het eerstgenoemde boek (dat later verscheen), 'eine Autobiographie meiner Kindheit’, beschrijft Haushofers confrontaties tijdens haar vroegste kinderjaren met alle conflictstof die het leven biedt, en daarmee met al haar latere thema’s. Een overweldigende natuur is het materiaal waarin alles wordt ingetekend, een rol die ze in veel van Haushofers werk vervult. Het is die animistisch beleefde natuur waarin het overmatig intelligente en gevoelige, maar ook ondernemende en uitbundige kind zichzelf als heel en ongespleten kan ervaren. Marlen Haushofer zelf hield van dit boek het meest.
De beschrijving van haar jeugd gaat verder in Eine Handvoll Leben, Haushofers eerste roman. De scheiding die in de kinderjaren is begonnen tussen Haushofers gevoels- en gedachtenleven en haar omgeving wordt hier grotendeels nog ingebed in autobiografische ervaringen: een verschrikkelijk kostschoolleven en allerlei benauwde, lesbisch getinte dweperij.
Op het moment dat het in deze roman komt tot een huwelijk, een kind en een buitenechtelijke verhouding, verdwijnt de autobiografie uit het verhaal. Net als in het vrijwel gelijktijdig uitgekomen verhaal Stiller van de Zwitser Max Frisch, verdwijnt de hoofdpersoon. De vrouw die terugkomt, net als Stiller uit 'Amerika’, is een romanfiguur die gescheiden door twintig jaar en letterlijk door een gekleurde bril het vroegere leven van haar lijfelijke voorgangster en de overblijfselen daarvan met een ongelofelijke afstand bekijkt.
In Haushofers volgende boeken komen dan alleen nog romanfiguren voor. De schrijfster zal ze later betitelen als 'allemaal afsplitsingen van mezelf’. Ze kunnen ook niet anders geinterpreteerd worden, maar juist hun kennelijke authenticiteit doet verlangen naar inzicht in de persoonlijke ervaringen van de schrijfster - vooral die als volwassene - en naar haar keuzen en motivatie. Dat die zo worden weggehouden, is jammer en onbegrijpelijk. Aanknopingspunten zijn er wel, want met name over de jaren tot aan haar huwelijk en kort daarna is toch wel wat bekend geworden.
ZO WAS ER EEN eerste liefde, een jongen die op negentienjarige leeftijd sneuvelde. Dan de 'verleiding’ door een tweede vriend, volgens een jeugdvriendin tegen haar wil. 'Ik ben pedofiel en alleen jij kunt me genezen’, zou hij tegen het jonge meisje hebben gezegd. Het liep uit op een zwangerschap op haar twintigste, ongehuwd uitgedragen, want ook deze man sneuvelde binnen enkele maanden. Dan de voor iedereen, inclusief haar ouders, verborgen gehouden geboorte. Het kind zou jarenlang door de moeder van een vriendin worden verzorgd.
Binnen drie maanden na de bevalling sluit ze een huwelijk met de student medicijnen Manfred Haushofer, die op dat moment ook pas twintig is. Het is 1941 en er volgen diverse evacuaties vanwege het oorlogsgeweld. Er komt een tweede kind. Dan, na de oorlog, de tandartspraktijk in het kleinsteedse Steyr en het familieleven met beide kinderen en haar man.
In de jaren vijftig, in haar eerste periode van succes als schrijfster, laat ze zich scheiden van haar echtgenoot. Ze verblijft af en toe op een eigen kamer in Wenen, waar ze deel uitmaakt van Hans Weigels 'kring rond cafe Raimundo’, maar blijft verder in Steyr wonen in de gemeenschappelijke woning. Daar zorgt ze nog steeds voor alles, tot de praktijkadministratie toe. Haar literaire vrienden zijn verbijsterd. Ze beschouwden haar huwelijk als heel slecht. Na een paar jaar trouwt ze weer met Haushofer en alles blijft zoals het altijd is geweest.
Ze lijdt in toenemende mate onder haar totale werkdruk en ook onder de gespletenheid van haar bestaan, die uit haar brieven blijkt. Slechts driemaal in de week vindt ze drie uren voor haar schrijfwerk, dat zich meestal aan de keukentafel afspeelt. Bezoeken aan haar literaire vrienden in Wenen moeten voortdurend uitgesteld worden door gezinsomstandigheden.
Tegen het eind van de jaren zestig krijgt ze botkanker. Ze is enkele jaren ziek, maar ziet toch nog kans haar laatste roman af te maken. Op 21 maart 1970 sterft ze tijdens een operatie, kort voor haar vijftigste verjaardag.
De vrouwen in Haushofers romans beschikken allen over een ruimte, of soms alleen een zeker tijdsbestek, waarin ze zich kunnen afzonderen van de rest van de wereld. In die ruimte proberen ze, meestal schrijvend, te komen tot een of andere interpretatie van hun bestaan.
Alleen in Die Wand is dat anders. Daar is de situatie net omgekeerd: de kleine plek in de bergen waar de hoofdpersoon in leven blijft, is het enige wat er nog van de wereld rest. De naamloze hoofdpersoon uit deze roman leeft er alleen met een paar dieren. Het is een vrouw uit de stad, lichamelijk niet erg sterk en ook haar geest neigt tot 'onvruchtbare gedachten’. Haar situatie als, waarschijnlijk, de 'laatst overgeblevene op de wereld’ maakt dat ze zich voor dergelijke gedachten maar weinig tijd gunt. Ze werkt alle uren dat het licht is, jaagt, werkt op het land, bouwt en herstelt. Terwille van zichzelf en haar dieren zet ze het leven voort en al heel snel doet ze dat zonder enige hoop op menselijke interventie.
In dit boek gaat het om veel meer dan om het omcirkelen en doorsnijden van de man-vrouwproblematiek zoals in de andere romans. Die Wand gaat over de gehele condition humaine. Het gaat over de menselijke geschiedenis en over verantwoordelijkheid voor het bestaan, over de plaats van de mens in de natuur en uiteindelijk ook nog weer over het merkwaardige verschil tussen man en vrouw.
Die Wand raakt aan alles en het doet dat in de eenvoudige, opsommende vorm van een naverteld dagboek: dagelijkse gebeurtenissen, opgeschreven in de allersimpelste taal. Het gaat over de kat en de bonenaanplant, over de regen en de reparatie van de stal. Tegelijkertijd wordt al vanaf het begin binnen al die gewone woorden een spanning opgebouwd die de lezer klem zet tot aan het gruwelijke slot. Het is Haushofers meesterwerk en wordt met recht gerekend tot het allergrootste uit de wereldliteratuur.
'ALTIJD ALS IK moet kiezen, kies ik voor de levende mens’, zei Marlen Haushofer ooit. Maar ook: 'Ik zie heel scherp en daarom moet ik veel liegen, want ik wil niemand pijn doen.’ Uit haar werk blijkt dat haar blik reikte tot in de diepste motivatie van haar medemensen en tot in de verste uithoeken van het maatschappelijk leven. Toch koos ze zelf primair voor de zorg voor haar gezin, voor een vrolijke jeugd voor haar kinderen. Het was haar keus, ook als het betekende dat ze vanaf de keukentafel moest schrijven en er hooguit negen uur per week de tijd voor had.
Het was, in het Oostenrijk van de jaren vijftig en zestig, misschien een voor de hand liggende keus, maar zeker geen vanzelfsprekende. In haar eigen Weense literaire kring waren, ook toen al, relaties niet onverbreekbaar. In de periode van haar eigen scheiding-voor-de-wet vond ze er alle begrip. Daarbij moet de kloof die gaapte tussen haar dagelijkse wereld en die van haar gedachten maximaal zijn geweest. Ze leed hevig onder die 'dagelijkse schizofrenie’, maar moet haar uiteindelijk toch voor lief hebben genomen.
In de documentaire over Marlen Haushofer komt een scene voor waarin haar beide, inmiddels middelbare zonen een stukje voorlezen uit een brief van hun moeder. Ze staan er vrolijk bij, daar op die brug over de Steyr, een toonbeeld van welgedaanheid en onbekommerde stabiliteit. Het is overduidelijk dat hun moeder er, ondanks haar eigen tragiek, in geslaagd moet zijn ze op te voeden tot evenwichtige en vrolijke mensen. De scene lijkt de sleutel te bevatten tot haar, in deze tijd veel moeilijker na te voelen keuze voor een gespleten bestaan. Ze kon immers niet anders dan 'altijd de levende mens voor laten gaan’?
Toch is het onmiskenbaar juist vanuit die gespletenheid dat Marlen Haushofers werk zijn kracht krijgt. Daardoor heeft het die merkwaardige, raadselachtige sfeer, een sfeer die wrang is en troostend tegelijkertijd. Marlen Haushofer heeft dat effect zeker onderkend. En het moet de voortdurende nabijheid van het gewone leven zijn geweest die haar stijl de alledaagsheid heeft gegeven die zo ongewoon is in de literatuur. Net zo min als haar romanfiguren was Marlen Haushofer slachtoffer. Het waren haar eigen autonome keuzes waardoor ze van het leven toch het, althans voor haar, beste deel heeft gehad. Behalve dan in de duur ervan, maar die kan niemand kiezen.
Zelf zag ze haar te vroege dood ook als iets dat normaal is, normaal in de zin dat het nu eenmaal soms zo gaat. Op de laatste bladzijde van haar dagboek schreef ze het neer: 'Maak je geen zorgen’ en: 'Alles zal vergeefs geweest zijn, net zoals bij alle mensen voor je. Een doodgewone geschiedenis.’ Misschien was het een normaal leven, het leven van Marlen Haushofer. Het leidde tot een ongewoon oeuvre. Maar waarom was dan toch uiteindelijk alles, en zo zonder bitterheid, 'vergeefs’?
'WAARSCHIJNLIJK HEB JE NOOIT EEN ZIEL GEHAD’
'Maak je geen zorgen. Je hebt te veel en te weinig gezien, net als alle mensen voor je. Je hebt te veel gehuild, misschien ook te weinig, net als alle mensen voor je. Misschien heb je te veel bemind en gehaat - maar dat slechts weinig jaren - twintig of zo. Wat is nu helemaal twintig jaar? Daarna was een deel van je dood, net zoals bij alle mensen die niet meer beminnen of haten kunnen. Je hebt veel pijn verdragen, met tegenzin - zoals alle mensen voor je. Je lichaam was je al gauw tot last, je hebt er nooit van gehouden. Dat was slecht voor je - maar misschien ook goed, want aan een onbemind lichaam hangt de ziel niet zo erg. En wat is de ziel? Waarschijnlijk heb je er nooit een gehad, alleen verstand, en dat was niet bedacht op gevoelens. Of was er af en toe nog iets anders? Even maar? Bij het zien van campanula’s of katteogen en de zorg om een mens, of sommige stenen, bomen of beelden; de zwaluwen boven de grote stad Rome. Maak je geen zorgen.
Ook als je met een ziel zou zijn toegerust, ze zou niets anders wensen dan diepe droomloze slaap. Het onbeminde lijf zal niet meer pijn doen. Bloed, vlees, botten en huid, alles zal een hoopje as zijn en ook de hersenen zullen eindelijk ophouden met denken. Daarvoor mogen we God bedanken, die er niet is.
Maak je geen zorgen - alles zal vergeefs geweest zijn - net zoals bij alle mensen voor je.
Een doodgewone geschiedenis.’
Uit het dagboek van Haushofer, Steyr, 26-2-1970. In: Oder war da manchmal noch etwas anderes? Texte zu Marlen haushofer. Fischer Verlag, 1986