Keurig

Geen jaargetijde waar ik zo van hou als van de herfst. Dat komt natuurlijk omdat alles in deze periode beschutting biedt. Alles is een beetje in verval, een beetje oud en literair verantwoord. Het is de periode waarin de weemoed die ik eigenlijk het hele jaar door voel ineens volmaakt logisch lijkt. De herfst is de ideale camouflage voor wie zwaarmoedig is of oud van geest. Ik kan rustig in mijn werkkamer zitten en naar buiten staren, diep in gedachten verzonken, zonder dat een toevallige passant denkt: ‘Weer zo’n diepzinnig kijkende dichter die geen reet zit uit te voeren.’ Nee, men snapt dat allemaal wel, in de herfst. Dus staar ik naar de bomen en de hemel en de rode daken van de huizen. En toch merk ik dat er iets niet in orde is met deze herfst. Dit jaar, bedenk ik, wordt het zo keurig gedaan dat het iets amateuristisch krijgt. Zoals je mensen hebt die, puntje van de tong tussen de tanden, een recept staan te volgen. Eén oog op het kookboek, één oog op de pan. Mensen die alles wegen en meten. Dan weet je ook: het zal prachtig worden en helemaal zijn zoals het moet, maar toch zal er iets missen. Het ‘weet je wat, we gooien er gewoon rozijnen doorheen’. Het ‘hopsakeetje, een flinke lepel pindakaas kan altijd’, dat ontbreekt deze keer. Het eigenzinnige waaraan je de meester herkent. De lucht is ofwel stralend blauw ofwel volgepakt met regenwolken van precies het juiste (leigrijze) soort. De bladeren kleuren volgens het boekje. Soms waaien ze af en belanden, in een zorgvuldig gestileerd patroon, op de stoep. Opdat het geducht knispert wanneer je buiten loopt. Roodharige kinderen, uit reclamefolders ontsnapt, huppelen tussen de bomen. En dan dat tintelende licht. Dat vleugje kou. Die combinatie waaraan je voelt dat alles op het punt van kantelen staat. Het is te veel dit jaar. Te opzichtig. Ik heb het nog niet gedacht of een kleine kruisspin laat zich, aan een glanzende draad, haast plechtig in het uitzicht zakken. Ik kijk ernaar en zucht. Van zoveel perfectie heeft niemand terug.