Keurige clichés

Balie en Stimuleringsfonds organiseren debatten over tv-programma’s tussen vertegenwoordigers van ‘de wereld van kunst en cultuur’. Recent gaf Henri van Zanten, theatermaker, zijn mening over Avro’s dramaserie Oud geld. Diens inleiding over de aard van televisie bleek klassiek exempel van hoe een deel van de artistieke elite zich tot het medium verhoudt. Hij toonde zich verbolgen omdat hij kijkgeld moest betalen voor ‘dat open riool in de huiskamer’ en had uiteraard al twintig jaar niet meer gekeken behalve ‘per ongeluk bij vrienden’ waarbij misselijkheid hem overviel. Dit op een toon alsof die visie buitengewoon origineel was. Geen lachje uit het publiek, wat hij geweten zal hebben aan het feit dat dat vooral bestond uit bij de omroep betrokkenen. Maar juist de buitenstaander hoorde de bekrompenheid van wie zich beroept op een open geest; het reactionaire gewauwel van wie zich voorloper waant; het mussenperspectief van een zelfbenoemde adelaar. Wie serieus debat wil, moet dat niet door het vleesgeworden vooroordeel laten aanzwengelen, lijkt me.

Toch is het uitgangspunt interessant genoeg: laat kunstenaars tv-producten beoordelen. Vergeten we Van Zantens cultuurfilosofische inleiding en bezien we zijn oordeel over Oud geld. Dat was ronduit verrassend. Tot zijn schrik was het prachtig: ‘Hiermee is de Nederlandse televisie volwassen geworden.’ Voorwaar een geweldig compliment, aantonend dat die twintig jaar televisieonthouding niet gelogen was. Toch moeten de direct betrokkenen - Goos, Heinen, Van de Sande Backhuyzen, IDTV en Avro - die lof dubieus gevonden hebben omdat ze onder veel meer fraais verantwoordelijk waren voor Pleidooi.
Maar Van Zantens koek was niet op. Hoe goed ook gespeeld, 'de personages zijn saai; rijken die alleen zeiken over geld’. En uitzondering zag hij: de volkse popzanger, drinkebroer en cokesnuiver Eric, in het geheim getrouwd met Pup, de dochter des bankiershuizes. Die maakte tenminste wat van het leven en de inleider bracht een toast uit op dit geslaagde dramapersonage.
Uitgerekend die 'te gekke vogel’ had mij doen huiveren. Niet zozeer omdat ik in werkelijkheid de kroeg ontvlucht waar een Eric-alike aan het brallen slaat (als we in fictie alleen 'prettig gezelschap’ willen ontmoeten, betekent dat het einde van drama en roman), maar omdat 'Eric’ als dramatische figuur een cliché is. De optelsom van wat auteurs, regie en acteur met hem doen leidt tot een zo groot 'teveel’ dat je elke nieuwsgierigheid naar het hoe en waarom van de man verliest. Natuurlijk is hij tegenpool van een milieu waarin figuurlijk hooguit gefluisterd wordt; en natuurlijk valt Pup voor hem omdat zij in die stilte stikt en omdat ze in hem de oorlog aan haar ouders verklaart. Dat gegeven leidt op zich wél tot een dramatische spanning, omdat ze tegelijk ook product van dat milieu is en van die ouders houdt; en zij van haar.
Filmexpert Ingrid van Tol bleek haar nieuwsgierigheid al na drie afleveringen kwijt (er volgen er 27!): verzorgd en mooi, maar te keurig en te veel sjablonen in de tegenstellingen tussen de personages. Ik zag genoeg fraais om de bankiersfamilie voorlopig trouw te blijven en me te verbazen over het feit dat Van Zanten slechts 'geld’ zag waar eenzaamheid en menselijk tekort zo veel belangrijker zijn.