Kevers in het gras

De tijd die alles overwoekert. Het is een beeld dat in films nogal eens gebruikt wordt: terwijl een sequens van versneld afgedraaide beelden een razendsnel groeiende klimop laat zien, is de auditieve suggestie wellicht nog sterker. Een zwoegend geritsel laat horen hoe de plant groeit, alsof dat een actieve daad is.

Dat was de eerste associatie die de klankinstallaties van de Canadese geluidskunstenaar Robin Minard opriep. Silent Music toont drie ‘plantaardige luidsprekerinstallaties’ die als rozenstruiken tegen de muren van de expositieruimte in het Apollohuis zijn geplakt. Het geluid dat de honderden luidsprekertjes voortbrengen - een fijn geknisper en gesmoord gezoem - doet even denken aan die dreigend overwoekerende planten, maar toch lijken hier de stengels van zwart elektriciteitsdraad en de lieftallige speakerbloemknopjes zich vooral levenslustig naar de zon te richten.
Het tweede beeld dat zich - via de oren - opdringt is dat van een grasveld in Zuid- Frankrijk. Die cocktail van gezoem en geritsel wijst erop dat er onder het uitgedroogde gras een heel universum schuilgaat. Kevers, sprinkhanen en wormen vormen een mikrokosmos die aan het oog onttrokken is. Ook de luidsprekerinstallaties in Silent Music suggeren een dergelijke complexiteit - en zeker naarmate je langer luistert wordt de differentiatie in de geluiden steeds groter - terwijl het beeld juist sterk gestileerd is. De zwarte bloemen steken als strenge silhouetten tegen de spierwitte muur af - messcherpe contouren als in een Javaans schaduwspel. Die combinatie van beeld en geluid is van een ontroerende schoonheid.
De twee installaties die in de zijruimten staan opgesteld, getuigen van een zelfde soort geheimzinnigheid. In de halfdonkere ruimte werpt een kaal peertje via een houten pilaar een schaduw op de grond. In die schaduw heeft Minard honderden luidsprekertjes als dakpannen op elkaar gestapeld. De speakertjes zijn zo zorgvuldig binnen de lijnen van de schaduw geplaatst dat de bezoeker voor de veiligheid gewaarschuwd wordt er niet bovenop te gaan staan.
Ook hier is sprake van een eenvoudig maar heel sprekend idee: weliswaar zien we een pilaar, maar het werkelijke leven zit verscholen in zijn schaduw. Een stroom van zacht gesis en getik attendeert de bezoeker op een verborgen leven achter het direct waarneembare. Dit idee wordt niet zozeer als een verrassing of een waarheid gepresenteerd als wel als een bewustzijnsniveau. Als je wat langer naar deze klankstromen luistert, ontstaat een idee van oneindigheid, zoals het ruisen van de zee elk gevoel voor tijd weg kan nemen.
Het is alsof de luisteraar zijn zintuigen vanzelf fijner gaat afstellen. Want ook de expositieruimte gaat een eigen leven leiden: de kale ruimte, de tegelvloer, de witgekalkte muren en het karkas van houten balken zijn opeens haast confronterend - zo aanwezig en naakt.
De installaties, die alles bij elkaar zo'n duizend speakertjes herbergen, zijn een toonbeeld van minutieus handwerk (Minard is een maand lang aan het solderen en monteren geweest). Dit correspondeert met de geest die uit de werken spreekt: een liefde voor het kleine, voor het onzichtbare, voor datgene wat achter de dingen verscholen gaat.
JACQUELINE OSKAMP Silent Music van Robin Minard. Tot en met 28 april in het Apollohuis te Eindhoven (Tongelresestraat 81), donderdag tot en met zondag van 14.00 tot 18.00 uur.