Hoofdcommentaar

Keynes in het Witte Huis

‘We are all Keynesians now’, verkondigde de Amerikaanse president Richard Nixon begin jaren zeventig toen een economische crisis dreigde. Zijn partij- en ambtsgenoot George W. Bush handelde afgelopen week in dezelfde geest. Om te voorkomen dat de nu al maanden voortsluimerende kredietcrisis overslaat op de rest van de economie kondigde hij ‘een injectie in de arm’ aan. Iedere Amerikaanse belastingbetaler krijgt deze zomer een cheque toegestuurd ter waarde van achthonderd dollar. Families ontvangen maximaal zestienhonderd dollar. De bijbehorende boodschap is simpel: smijt dit geld zo snel mogelijk over de balk. Het noodplan moet de vastlopende economie aanzwengelen. De kosten bedragen tussen de 140 en 150 miljard dollar.

De Amerikaanse regering is niet de enige die haar toevlucht neemt tot ouderwets overheidsingrijpen. De Britse overheid overweegt zelfs nationalisatie. Op dit moment houdt zij de bank Northern Rock overeind. De lening ter waarde van miljarden ponden aan het bedrijf, dat in grote problemen verkeert door de handel in risicovolle hypotheken, is omgezet in staatsobligaties. Het betekent dat de Britse belastingbetaler garant staat voor alle risico’s. Mocht zich geen investeerder melden met een goed bod, dan neemt de overheid de bank zelfs in haar geheel over.

Dat mag opmerkelijk heten in het post-thatcheriaanse Engeland. Maar nieuw is die neoliberale overheidsbemoeienis niet. In de achteraf vaak belachelijk gemaakte uitspraak van Nixon schuilt de nodige waarheid. Grote bedrijven en investeerders hebben de afgelopen decennia miljarden verdiend door onverantwoorde risico’s te nemen. Als het mis ging, zoals eind jaren negentig bij het hedgefonds Long Term Capital Management, sprong de overheid bij. Voorkomen moest worden dat noodlijdende partijen in hun val de rest van de economie zouden meesleuren. Alleen al de financiële crisis van 1987-1988 zou de Amerikaanse belastingbetaler mede hierdoor volgens sommige schattingen zo’n 150 miljard dollar hebben gekost.

Als de nood aan de man komt, zijn blijkbaar ook de meest overtuigde kapitalisten het erover eens dat het systeem niet vlekkeloos functioneert en er een hogere instantie nodig is om orde op zaken te stellen. Dat de overheid zich met de economie bemoeit, is dan ook pure noodzaak. Het probleem zit hem in de wijze waarop zij dit doet. Bush is niet alleen een keynesiaan maar ook nog een heel slechte. Nu de economie in het slop dreigt te raken, spendeert hij vele miljarden. In 2001 deed hij hetzelfde om een recessie tegen te gaan. Maar in weerwil van de keynesiaanse theorie laat hij na te bezuinigen in tijden van hoogconjunctuur. Sterker nog: George W. heeft de belastingen voor de rijken verlaagd en voert geldverslindende oorlogen. Ook de manier waarop de economie nu gestimuleerd wordt, verdient geen schoonheidsprijs. Van gerichte investeringen is geen sprake. Iedere Amerikaan krijgt hetzelfde bedrag, wat neerkomt op een schot hagel. Immers, waar mensen op bijstandsniveau ieder extraatje dat zij ontvangen onmiddellijk in de economie pompen, lekt bij de hogere inkomens een groot deel van het geld weg. Bovendien kan het noodplan van Bush bij de huidige internationale economische verhoudingen wel eens vooral neerkomen op een exportstimulans voor China en Europa. Als klap op de vuurpijl ligt inflatie op de loer.

Het kan ook anders. Niet door hardnekkig het braafste jongetje van de neoliberale klas te blijven spelen en extra te bezuinigen, zoals president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank dit weekeinde voorstelde. Ook niet door klakkeloos noodkrediet op noodkrediet te verstrekken aan de falende financiële instellingen zonder daar inhoudelijke voorwaarden aan te verbinden, iets wat onder meer de Europese Centrale Bank al maanden doet. Om het in managersjargon te zeggen: de kredietcrisis vormt niet alleen een bedreiging, ze biedt ook kansen. Het afgelopen jaar liepen pleidooien voor het afromen van topinkomens, de aanpak van kwalijke praktijken van hedgefondsen en het aan banden leggen van het gegoochel met risicovolle financiële producten steevast stuk op het argument van het vestigingsklimaat. In een globaliserende wereld moeten we het investeerders en topmannen wel naar de zin maken, was de gedachte. Anders vertrekken ze naar elders. Nu zijn de rollen heel even omgekeerd. Het zijn de financiële instellingen die in de penarie zitten en naar de overheid kijken voor hulp. Daar mag best wat tegenover staan. Wie een beroep doet op de gemeenschap dient daar ook een fatsoenlijke financiële bijdrage aan te leveren. De democratisch vastgestelde spelregels moeten bovendien worden nageleefd.

De kredietcrisis biedt zo de politiek een unieke mogelijkheid om het primaat over de economie opnieuw te vestigen. Ziehier het sociaal-democratische momentum. Maar vooralsnog doet alleen Bush er wat mee.