Kgb en voodoo

Het is in Nederland een tijdje stil geweest rond beschuldigingen van KGB-activiteiten. De meeste dateren al uit de tijd van voor de neutronenbom. De traditie kreeg afgelopen dinsdag weer nieuw leven ingeblazen in De Telegraaf. De krant weet te melden dat Ad Melkert, de nieuwe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, eind jaren zeventig actief is geweest voor een mantelorganisatie van de Russische geheime dienst.

De nu 38-jarige PvdA'er was in 1978 actief in het Nationaal Voorbereidingskomite (NVK), gevormd op instigatie van Vencemeros, een Nederlands-Cubaanse vriendschapsvereniging. Het comite had als taak de voorbereiding van een groot internationaal jongerencongres in Havanna, dat indertijd ook door Jan Pronk werd bezocht. In dat kader werd Melkert onder meer naar Oost-Berlijn gestuurd, daarbij nauwlettend in het oog gehouden door functionarissen van de Binnenlandse Veiligheidsdienst.
De Telegraaf meldt nu op gezag van Herbert Romerstein, gewezen lid van de commissie voor de inlichtingendiensten van het Amerikaanse Congres van Afgevaardigden, dat het Cubaanse jongerenfestival niets meer was dan een poging tot recrutering van potentiele KGB-spionnen. Romerstein zegt dat deze werving begon met het doorlezen van de vragenformulieren die de festivalbezoekers van tevoren moesten invullen. Deze zouden zijn doorgespeeld naar de Cubaanse geheime dienst, de Direcion General de Intelligencia, die weer een vertakking van de KGB zou zijn.
Het Telegraaf-verhaal heeft voor grote consternatie gezorgd in PvdA-kringen. De kersverse minister heeft inmiddels verklaard dat zijn missie naar de DDR alleen maar was bedoeld om de Cubaanse bijeenkomst ‘van haar communistische dominantie te ontdoen’. Melkert: 'Dat is mij toen niet gelukt en daarom ben ik ook niet naar Cuba gegaan.’
Melkert heeft hoe dan ook aan zijn inspanningen van toen een vuistdik dossier in de BVD-archieven overgehouden. Er kleeft wellicht een voordeel aan deze affaire: wellicht dat de Landelijke Vereniging voor de Openbaarmaking van BVD-dossiers eindelijk eens een steuntje in de rug krijgt nu er zich ook een minister onder de gedupeerden bevindt. Mensen die tot nu toe hun dossier hebben losgekregen bij de BVD, kregen slechts een armetierig A4-tje met daarop hun personalia.
De Surinaamse Krant onder leiding van hoofdredacteur Paulus Mungra is de jongste loot aan de stam van de Surinaamse pers in Nederland. Dit maandblad gaat met zijn visie op het politieke bedrijf in het gewezen wingewest lijnrecht in tegen de Weekkrant Suriname. Daar waar de laatste bijna wekelijks met nieuwe onthullingen komt over de banden van het politieke opperkader van Suriname met de internationale drugsmaffia, ziet De Surinaamse Krant dat soort beschuldigingen als neokoloniale opzetjes vanuit Nederland. De meest recente editie richt de pijlen vooral op president Venetiaan, die onlangs zijn fiat gaf aan het toelaten van Haitiaanse vluchtelingen in Suriname. Venetiaan werd in zijn besluit vooral gestimuleerd door de belofte van zijn Amerikaanse collega Clinton dat de Verenigde Staten royaal in de geldbuidel zullen tasten als dank voor de Surinaamse assistentie bij het oplosen van de Haitiaanse vluchtelingencrsis.
Er valt inderdaad wel wat tegenin te brengen. Het handjevol eerder in Suriname toegelaten Haitianen hield in Paramaribo verleden week nog een protestdemonstratie tegen het besluit. Zij klaagden over het gebrek aan opvang en bijstand en vonden dat eerst zij maar eens moesten worden geholpen. De kritiek van de Surinaamse Krant is echter anders: de komst van meer Haitianen zou de aidsbesmetting in Suriname aanzienlijk doen toenemen. Maar helemaal opmerkelijk is de vrees van het blad dat de nieuwe vluchtelingen met hun voodoo zullen zorgen voor een demonisering van de Surinaamse winti-cultus, het vooral op voorouderverering en windgeesten gebaseerde geloof met Afrikaanse wortels. Volgens De Surinaamse Krant is voodoo 'mede oorzaak van de verschrikkelijke armoede op Haiti’: 'Het is een kwade macht die voor alles gebruikt wordt en niets en niemand ontziet. Voodoo is een cultuur die in Suriname overgeplant zal worden en zeker culturele botsingen teweeg zal brengen. Zullen voodoo en winti elkaar verdragen? Zullen ze straks samen gaan of zal de een voor de ander capituleren? Welke offers zullen gebracht moeten worden en wat voor gevolgen zullen eventuele botsingen brengen?’