Hoofdcommentaar

Kiekeboe met een gedachtegoed

Op alle flanken is er beweging. De stellingen worden betrokken. Sinds 2002 zijn er immers ongeveer 25 zetels in de Tweede Kamer zoek. Omdat een zesde van het electoraat zich na de verdamping van het «gedachtegoed van Pim» heeft verstopt onder de vleugels van de klassieke politieke partijen, wekken de meeste partijen de indruk dat ze ontspannen op zoek zijn naar deze dolende burger, sterker, dat ze die ook iets te bieden hebben. De pvda schotelt een strenge maar wel solidaire collectieve verzorgingsstaat voor. Het cda wil de vrijwillige gemeenschappen emanciperen door hen zoveel mogelijk verantwoordelijkheid in de maag te splitsen. De vvd heft juist de individuele burger op het schild. En daartussendoor scharrelen d66 en GroenLinks met hun varianten voor individu en gemeenschap. Iedereen zoekt het midden, wetend dat er kiekeboe à la Pim dreigt.

Nu het tweede kabinet-Balkenende langzaam maar toch zeker de geest laat – moties over ambtenaren bij het homohuwelijk en de omroeppolitiek liggen naargeestig op de loer – worden de manoeuvres dan ook met de dag spectaculairder. Alleen Balkenende zelf, afgelopen zondag vijftig jaar oud geworden, laat zich niet van de wijs brengen. Niet door skateboards of spelletjes die hij in zijn jeugd had kunnen spelen maar waaraan hij toen – net als ondergetekende – niet is toegekomen. En evenmin door fractievoorzitter Verhagen die steeds openlijker preludeert op een eventuele coalitie met de pvda en dus op een afscheid van de premier als partijleider. Die stralende rust van Balkenende kan niet verbloemen dat er al over wordt gedacht. Is de nakende vacature voor Verhagen zelf of voor europarlementariër Eurlings? Of neemt het cda straks artikel 7 van zijn eigen beginselen («Het cda gaat uit van de fundamentele gelijkwaardigheid van mensen, ongeacht overtuiging, ras, geslacht, geaardheid, afkomst en/of economische positie») wel serieus en krijgt staatssecretaris Wijn een kans?

Buiten het cda is er evenmin één ministeriabele politieke partij meer te vinden waar het rustig is. Anders dan het cda, dat ter wille van de premierbonus moet veinzen dat alles op schema ligt, heeft daar iedereen bovendien haast. Indien de banaan voor het kabinet geschild wordt, moet de verkiezingscampagne al op gang zijn.

De kleinste regeringspartij is op dit moment het grootste gevaar voor Balkenende II én voor zichzelf. Fractievoorzitter Van der Laan heeft genoeg van het cda als denkende partij maar niet van het cda als regerende partner, een redenering waaraan zo weinig touw is vast te knopen dat ze iedereen een alibi verschaft om van alles te roepen, inclusief het drieste idee om álle Nederlanders voortaan over álle partijleiders te laten stemmen. Alleen minister Pechtold houdt zich even rustig. Radio-Pechtold is even uit de lucht. Een oplossing ligt voor de hand. d66 blaast het kabinet op om zichzelf in leven te houden. Voor onverschrokken heroïek zijn misschien nog wel wat burgers te porren, zelfs als Pechtold die belichaamt.

Om die reden voert de pvda het tempo op. Premier-in-statu-nascendi Bos heeft een paar weken geleden zijn partij in het gelid gezet. Gewone volksvertegenwoordigers van de pvda moeten eerst ruggespraak houden met de chef voordat ze een idee mogen lanceren. Het is een stap op weg naar codificatie van de al bestaande hofhouding rond Bos, die daarmee een voorbeeld neemt aan de militaire tucht die zijn geestverwant Blair in Groot-Brittannië in 1997 aan de verkiezingszege hielp. Dat Blair zijn Labour Party heeft laten verdwalen in de lokale democratie mag het enthousiasme van Bos voor diens cultuur van de war room niet drukken.

Groeiend zelfvertrouwen, gebaseerd op zijn eigen intelligentie én de juichende peilingen, stimuleerde hem vervolgens tot zijn interventie rond de fiscalisering van de aow. Dat oudgediende Van Dam, die hem uitdaagde met een nieuwe bejaardenpartij, geen lid meer bleek te zijn van de pvda en dus ook geen aanspraak kon maken op het epitheton «prominent» was slechts een geestig detail. Na enkele steunbetuigingen – plus een partijtje afdrogen van Van Dam door de op vijf jaar na gepensioneerde hoogleraar én partijgenoot De Kam bij Buitenhof – was de nieuw-linkse Steenwijk-groep van weleer veilig op een ongevaarlijke tippelzone geparkeerd. De aow zal hem blijven achtervolgen. Maar Bos heeft toch een voorsprong genomen. Als hij wakker ligt van de onheilstijdingen van De Hond is één blik op de stabiele politieke barometer van Nova genoeg voor een ongestoorde nachtrust.

Daarom heeft ook kandidaat-leider Rutte in de vvd nu haast. De boedel van d66 is voor Bos of voor hem. Rutte doet alsof alleen hij een zinderende campagne kan voeren tégen de pvda, wier electoraat ook is vergeven van sociaal-liberalen die wél wakker liggen van Taïda Pasic.

Met zijn sluikse suggestie voor Paars III – althans mits de vvd de grootste wordt – speelt Rutte zijn concurrent echter in de kaart. Verdonk, die nog niet is betrapt op twee zinnen die onderling coherent zijn, ondanks haar frequente tussenwerpsel «ja» op sergeanttoon, heeft aan de macht geroken en ontwaakt niet in één dag uit die roes. Ze vindt het zichtbaar lekker en ze heeft electorale positie. Alleen zij kan de nationaal-liberale beweging – die na Fortuyn verweesd is en in Wilders geen stiefvader heeft gevonden – «plezierig klein houden», zoals Rutte zichzelf juist toedicht. Omgekeerd is Verdonk bijna een garantie voor de oppositiebanken. Hoe meer het cda wordt leeggegeten, des te minder kans op een coalitie met de christen-democraten. En een tandem met de een of de ander voorop is slechts camouflage van de nu zichtbare breuklijnen in de vvd. Sterker, dat Amerikaanse model lost de kwestie-cda niet op.

Bos heeft dat beter door. Met zijn aow-vlieger kan hij nu al met het cda onderhandelen over kwesties als ontslagrecht en wao, ondertussen hopend op een leuke crisis rond de omroep. De vvd is, zich blind starend op de flatteuze peilingen, ondertussen met zichzelf bezig. De boze buitenwereld dient zich sneller aan dan de liberale enthousiastelingen denken. Dat krijg je ervan als je politiek ziet als «marketing» en kiezers als «klanten». Het politieke bewustzijn van de kiezers laat zich nu eenmaal niet reduceren tot een weblog meer of minder.