GroenLinks

Kieskring weldenkendheid

GroenLinks

Een varkentje rollend in de modder, bloemen in het Vondelpark en meisjes met wapperende regenboogvlaggen tegenover grauwe ME-linies: zelden was linkse politiek de afgelopen jaren zo mooi als in het verkiezingsspotje van GroenLinks voor de Europese verkiezingen. Begeleid door Marlène Dietrichs Sag mir wo die Blumen sind trekken de beelden voorbij. Een glimp van die vergeten maar o zo noodzakelijke metafysische aanvulling op seculiere politiek: de belofte van persoonlijke en maatschappelijke Bevrijding.

GroenLinks werpt zich op als hoeder van de erfenis van ’68, als kampioen van de emancipatie, als partij die weet dat er meer is in de wereld om voor te knokken dan brood en boter alleen. Neem nu het verkiezingsprogramma. Eén grote slechting van post-fortuynistische taboes. Wie durft er anno 2006 nog te beginnen met de mededeling dat achthonderd miljoen mensen ondervoed zijn? Of de pleidooien voor de ‘brede blik’ in plaats van de ‘oogkleppen’ en voor een nuchtere omgang met migratie. Tegen de spruitjeslucht van de jaren vijftig en de schijnveiligheid van de nieuwe terrorismewetgeving. Zelfs voor ‘het goede leven’ is een paragraaf ingeruimd, inclusief het tussenkopje ‘fijn wonen’ en het voorstel ieder jaar een ‘Kok van het Goede Leven’ te benoemen! Toegegeven, de latere toevoeging van een extra kandidaat, naast ‘topkok Pierre Wind’ ook ‘de biologische kok Andy McDonald’, zorgt voor wat jeuk. Maar evengoed, de ideeën van GroenLinks zijn als een warm bad na een winterdag. Zelfs de sociale paragraaf valt best mee. In weerwil van uitspraken van Halsema de afgelopen jaren lijkt GroenLinks er in haar programma toch de voorkeur aan te geven de outsiders tot insiders te promoveren, in plaats van de gehele werkende bevolking tot ‘precariaat’ te emanciperen.

Maar toch. Ik wil stemmen op een partij. GroenLinks is dat niet. Ik hoor het van vrienden en kennissen die lid zijn: heel leuk, dat GroenLinks, uitstekende discussies, prettige mensen. Alles kan en mag gezegd worden. Maar de vrijheid en blijheid aan de basis van de partij bestaan bij de gratie van een machtige fractie die feitelijk de koers bepaalt. GroenLinks heeft daarmee iets weg van een negentiende-eeuwse debatteerclub, gegroepeerd rond een aantal intelligente politici: een kieskring.

Tel daarbij op de eenzijdige samenstelling van het electoraat. De typische GroenLinks-kiezer is hoogopgeleid, verdient bovenmodaal en woont in de Randstad of een van de grote studentensteden. Ons soort mensen. Dat praat makkelijk en is fijn in de omgang. Maar kan zo’n club iets uitrichten als er een nieuwe Fortuyn opkomt, biedt ze een alternatief voor teleurgestelde kiezers? GroenLinks maakt de vergissing die de linkse politiek de laatste decennia al zo vaak heeft gemaakt. Emancipatie en bevrijding: ik geloof best dat dat een aanlokkelijk perspectief is voor het overgrote deel van de bevolking, alle modieuze conservatieve beweringen van het tegengestelde ten spijt. Maar voorwaarde is wél dat de politiek een veilig speelveld biedt waarbinnen het geëxperimenteer met nieuwe vormen en gedachten kan plaatsvinden. Waar is die zekerheid in het GroenLinks-programma?

Daar zit ’m de pijn. Dit GroenLinks zal de Brabantse kiezer met vmbo-diploma en middenklasseauto voor de deur nooit voor zich winnen, uitzonderingen daargelaten. Dan kun je genoegen nemen met maximaal tien zetels, bij elkaar gestemd door academisch geschoold, progressief Nederland. Maar dat is niet waar het bij politiek om moet gaan. Hoe utopisch het ook lijkt of is, een politiek project moet ernaar streven op de lange termijn een meerderheid van de bevolking voor zijn ideeën te winnen. Daar kun je van afzien. Maar dan word je een Belangengroepering voor Weldenkende Burgers. Aardige naam trouwens voor de kieskring, district Randstad.