Kiezen of delen

Stelling 1:
Je kunt je verheugen, genieten en nagenieten. Maar doorlopend gelukkig is niemand.

Stelling 2:
Bidden is om hulp vragen via een speelgoedtelefoon.
Stelling 3:
Hoe ongepast en pijnlijk de stilte ook mag zijn, hij kent altijd zijn eigen schoonheid.
Stelling 4:
Leven is beweging en van bewegen krijg je pas genoeg als je doodmoe bent.
Stelling 5:
Wie niemand vertrouwt, zal zo nu en dan aangenaam verrast worden en nooit teleurgesteld.
Stelling 6:
Tussen zelfmoord en het beste ervan maken kiest men meestal de middenweg.
Stelling 7:
Verteer of laat je verteren, maar sam-sam dat nooit.
Stelling 8:
Als we te laf zijn om groots te sterven, kunnen we ook niet groots leven.
Probleemstelling:
Hoe kan je vertrouwen beschaamd zijn als je het nooit werkelijk geschonken hebt?
Stelling 9:
Het is makkelijker met God dan met een mens door een deur te gaan.
Probleemstelling:
Is gezien de erfelijke zonde het hoogst bereikbare voor de mens een schoon strafblad?
Stelling 10:
Echt vrij ben je pas als je van je vrijheid geen gebruik maakt.
Stelling 11:
Het paradijs is een plek zonder ideologieën én zonder godsdiensten.
Stelling 12:
Klein ideaal maakt kortzichtig, groot ideaal blind.