Minister van Stemhokjes Alexander Pechtold

Kiezen op elkaar

Alexander Pechtold, minister van Bestuurlijke Vernieuwing, wil dat de kiezers bij gemeenteraadsverkiezingen kunnen stemmen in een stembureau naar keuze. Een weinig opwindende ambitie.

Voor degenen die bang zijn dat ze in maart volgend jaar bij de kassa van hun supermarkt niet alleen de vraag moeten beantwoorden of ze Airmiles sparen maar ook of ze hun stem willen uitbrengen voor de gemeenteraadsverkiezingen: geen paniek, zo’n vaart zal het niet lopen. Sterker, het zit er dik in dat de kiezer weinig tot niets van deze vernieuwing zal merken.

Minister Alexander Pechtold van Bestuurlijke Vernieuwing wil komend jaar alle ge meenten de mogelijkheid geven hun inwoners te laten stemmen in een stembureau naar keuze. Daarmee maakt hij het aantrekkelijk voor gemeenten om stembureaus in te richten op een station, bij een supermarkt of in een winkelcentrum, kortom op een plek waar dagelijks veel mensen komen. Traditioneel zijn stembureaus gevestigd in scholen of kerken, geen plekken die de moderne stemgerechtigde mens dagelijks in groten getale aandoet.

Vorig jaar, bij de Europese verkiezingen, mocht een klein aantal gemeenten experimenteren met wat in het formele jargon de «stempas» heet. Wat bleek? Nieuwegein ging voortvarend van start en plaatste inderdaad stembureaus bij winkelcentra. Maar in Deventer en Heerlen, die ook proefgemeente waren, veranderde er niet zo veel. Daar bleven de stemlokalen gevestigd waar ze altijd al gevestigd waren.

Of het daaraan lag zal nooit meer te achterhalen zijn, maar het aantal mensen dat van de mogelijkheid gebruik maakte om ergens an ders te gaan stemmen dan in het «eigen» stembureau lag vorig jaar in Heerlen, bij de Europese verkiezingen, op slechts 7,5 procent. Een jaar eerder, toen de kiezer nog zelf moest aanvragen of hij in een ander stembureau mocht stemmen, deed 0,25 procent van de kiezers dat. Op zich een verschil, maar feitelijk zijn de meeste mensen gewoon gaan stemmen op het bureau waar ze dat altijd al deden. Ook in De venter weten ze dat de mens een gewoontedier is. Daar maakte bij de Europese verkiezingen 6,5 procent van de mensen gebruik van een «ander» stembureau. Van een stembureau op het station zag Deventer af, omdat in het verleden van een bureau op die plek weinig gebruik werd gemaakt. Beide gemeenten laten weten dat het totaal uitgebrachte stemmen niet noemenswaardig hoger was dan bij andere verkiezingen of vergeleken bij andere gemeenten.

Eigenlijk waren het vooral de leden van het stembureau in de proefgemeenten die hun rol zagen veranderen en daarmee de toch al trage uren nog trager voorbij zagen gaan. Moesten ze eerst nog elke kiezer met behulp van het nummer op de oproepingskaart opzoeken in het grote registerboek en daar afvinken, in het nieuwe systeem hoefde dat niet meer. Ze moesten alleen met behulp van een lijstje na gaan of degene die kwam stemmen niet de stemkaart had meegenomen van iemand die onlangs was overleden, van een kiezer die zijn stemkaart als vermist had opgegeven of van een stemgerechtigde die een ander had ge machtigd. Controle op regelrechte fraude dus.

Het klinkt allemaal niet zo spectaculair, deze vernieuwing, zelfs zo weinig opwindend dat een speciale minister van Bestuurlijke Vernieuwing hiervoor wel wat veel van het goede lijkt. En het zit er dik in dat Alexander Pechtold de landelijke invoering van de stempas als zijn enige en grootste wapenfeit de geschiedenisboeken in zal zien gaan. Wie zijn agenda langsloopt, kan slechts constateren dat er verder niet veel concreets uit zijn handen zal komen in deze kabinetsperiode.

Van het referendum, bijvoorbeeld, zet het ka binet binnenkort nog maar weer eens alle vormen en de daarbij horende voor- en nadelen op een rijtje, alsof die niet al honderd keer op een rijtje zijn gezet. Voor het kiesstelsel doet het kabinet dat niet eens zelf, maar roept het de hulp van gewone burgers in. Een nog in te stellen Burgerforum mag een advies over een eventueel nieuw kiesstelsel uiteindelijk na tuur lijk aan het kabinet, dit of het volgende, aanbieden. Maar daarna zal politiek Den Haag weer in dezelfde ruzies vervallen – over districten stelsels, aantallen districten of twee stemmen per kiezer – als ze gewend zijn. Grote kans dat het zo ook loopt met de constitutionele agenda voor de komende decennia die een eveneens nog in te stellen Nationale Conventie moet gaan vaststellen. Zou de Eerste Kamer op voorspraak van zo’n Conventie wél ineens ge negen zijn zichzelf op te heffen?

Pechtold schuift niet alleen maar voor zich uit, hij wil zelf ook nog wat aanpakken: de voorkeursdrempel bij de Tweede-Kamerverkiezingen. Die wil hij halveren van 25 procent nu naar 12,5 procent straks. Dat klinkt concreet, maar het is de vraag of hij dit ook daadwerkelijk voor elkaar krijgt. Weerstand genoeg. Tegen standers van een lagere voorkeursdrempel zien politici beloften doen aan hun naaste achterban waarbij ze het grote verband uit het oog verliezen, vrezen cliëntelisme of zelfs corruptie. Omgekeerd zullen bij de VVD, coalitiegenoot van D66’er Pechtold in dit kabinet, weer stemmen opgaan om die hele kiesdrempel dan maar af te schaffen en uit te gaan van het principe «de meeste stemmen gelden». Oud-partijleider Frits Bolkestein heeft dat al eens voorgesteld. Iemand met tweeduizend stemmen komt dan eerder in de Kamer dan iemand die slechts driehonderd kiezers op zich zag stemmen. Oftewel iedere kandidaat zal zijn best moeten doen om de band met de kiezer zo sterk mogelijk te maken.

In een recent interview met de Volkskrant liet de minister weten een klein neefje te hebben dat ook Alexander Pechtold heet. Die naam zou voor «dat manneke» een hele impact hebben, meende de minister van Bestuurlijke Vernieuwing. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat die jongen later bij het noemen van zijn naam op straat veel heeft uit te leggen, zoals zijn oom denkt. Of het moet zijn wat zijn oom eigenlijk concreet gedaan heeft als minister.