Interview met Ap Dijksterhuis

Kiezen volgens intuïtie

Bij moeilijke beslissingen kun je beter niet bewust nadenken, zegt de psycholoog Ap Dijksterhuis. De bewuste wil lijkt een illusie: gedrag wordt aangestuurd door onbewuste processen.

Ons bewustzijn is te vergelijken met een arrogante en naïeve persvoorlichter: hij presenteert zichzelf alsof hij het allemaal weet, maar heeft eigenlijk geen idee. Het onbewuste, dat ruim tweehonderdduizend keer meer informatie kan verwerken, trekt aan de touwtjes. Daarom kun je grote beslissingen, zoals het kopen van een huis of het aannemen van een nieuwe baan, beter aan het onbewuste overlaten.

Aldus de 38-jarige hoogleraar sociale psychologie Ap Dijksterhuis. In zijn boek Het slimme onbewuste: Denken met gevoel onderzoekt hij de rol van bewuste en onbewuste denkprocessen en de wijze waarop we tot een beslissing komen. Aanleiding voor zijn fascinatie met het onderwerp was de opvallend snelle manier waarop hijzelf overging tot de aanschaf van een huis.

Ap Dijksterhuis: ‘Ik kocht een huis in de tijd dat de woningmarkt krap was. Makelaars nodigden alle geïnteresseerden tegelijk uit en wie een goed bod deed, had het huis. Zo heb ik binnen vijf minuten besloten mijn huis te kopen. Dat zette me aan het denken: hoe belangrijk is het om goed na te denken over belangrijke en redelijk ingewikkelde beslissingen? Uit verschillende laboratoriumstudies die ik heb gedaan bleek dat je over beslissingen waarbij je een flinke hoeveelheid informatie moet verwerken, beter niet te bewust na kunt denken.’

In een van de studies kregen proefpersonen informatie over verschillende woningen. Vervolgens werd een groep gevraagd snel te beslissen, een tweede groep om goed na te denken alvorens ze een beslissing namen. De derde groep werd afgeleid met een puzzel en werd daarna gevraagd de beste woning te kiezen. Deze ‘onbewuste kiezers’ maakten de beste keuze. Dijksterhuis introduceerde de beraadslagen-zonder-aandacht-hypothese: hoe complexer de keuze, des te beter kun je je onbewuste het werk laten doen. Een grote hoeveelheid informatie is gewoonweg te veel om te verwerken voor het bewustzijn. Dijksterhuis haalt de filosoof Dennett aan: ‘The trouble with brains (…) is that when you look in them, you discover that there’s nobody home.’

Uw onderzoek toont aan dat het bewustzijn achter de beslissingen van het onbewuste aanhobbelt. Daarmee verschuift het vraagstuk in de richting van filosofie. Betekent dit dat de grens van de experimentele psychologie is bereikt?

Ap Dijksterhuis: ‘Wanneer je je bezighoudt met vragen over het bewustzijn, dan is het logisch dat je je daarmee op het terrein van de filosofie begeeft. Dat betekent zeker niet dat de grenzen van het psychologisch onderzoek zijn bereikt. Maar het zijn vooral de neurowetenschappen, in combinatie met psychologie en filosofie, die ons nieuwe inzichten zullen kunnen geven.’

Bewustzijn is slechts een podium waarop de resultaten van de keuzes van het onbewuste zich afspelen, betoogt Dijksterhuis. Hij laat zien dat onbewuste waarneming belangrijker is dan bewuste waarneming, onbewuste meningen belangrijker dan bewuste meningen en dat beslissingen op basis van onbewuste arbeid vaak beter zijn dan beslissingen op basis van bewuste arbeid. De bewuste wil lijkt bovendien een illusie: gedrag wordt aangestuurd door onbewuste processen. Neurologisch onderzoek toont aan dat iemand die zijn vinger buigt op een moment dat hij zelf uit mag kiezen de ‘bewuste’ keuze maakt nadat de hersenen al bezig zijn gegaan met de voorbereiding van de actie – het zogenaamde bereidheidspotentiaal. Toch zouden we niet zonder ons bewustzijn kunnen en willen, stelt Dijksterhuis. Het verleent kleur aan ons leven omdat het ons in staat stelt ergens van te genieten, of dat nu van muziek, goede wijn of een glimlach is. Het geeft ons, kortom, de subjectieve ervaring.

Je zou ervoor kunnen kiezen de handdoek in de ring te gooien. Wat heeft het voor zin je best te doen wanneer je eigenlijk niet in staat bent bewuste, autonome keuzes te maken?

‘Dat gevoel heb ik helemaal niet. Ik schrik er ook niet van dat het bewustzijn zo weinig invloed heeft op mijn gedrag. Ik probeer juist gebruik te maken van het feit dat ik steeds beter weet hoe mijn geest werkt. Bij het aannemen van nieuw personeel bijvoorbeeld spreken we met de sollicitatiecommissie af dat we na het gesprek niet napraten. Twee dagen later komen we samen en nemen we een besluit.’

Wat kunnen we verder met deze kennis?

‘Het is in potentie heel toepasbaar: bijvoorbeeld in het onderwijs. Daar ligt de nadruk op dit moment op rationele en bewuste processen. Sterker: ratio en bewustzijn worden vaak onterecht gelijkgesteld. Het onbewuste kan ook heel rationeel zijn. Je zou kinderen kunnen leren om op een bepaalde manier tot een beslissing te komen, vergelijkbaar met het onbewuste kiezen uit het laboratorium. Het opvallende is dat managers dit soort technieken al toepassen. Ze nemen zich bijvoorbeeld voor om over twee dagen een belangrijke knoop door te hakken en er in de tussentijd niet te veel aandacht aan te schenken.’

In 2003 zei u in een interview: ‘We draaien eigenlijk om de hete brij heen door al die onbewuste processen te bestuderen. We beantwoorden alleen de vraag waar we het bewustzijn niet voor nodig hebben.’ Hebben nieuwe onderzoeken al meer licht op de rol van het bewustzijn kunnen werpen?

Ap Dijksterhuis: ‘Hoe meer we te weten komen, hoe onbeduidender de rol van het bewustzijn wordt. En het lastige is bovendien dat wanneer je aan zou tonen dat een proces volledig bewust is, je nooit kunt aantonen of het niet tóch het resultaat van een onbewust proces is.

Een ander zwart gat rondom de vraag naar de aard van het bewustzijn is nog steeds de vraag hoe een fysiek, chemisch proces in het brein ertoe kan leiden dat je, bijvoorbeeld, de kleur blauw kunt waarderen.’

De interesse voor psychologie groeit. Zo bent u onlangs gevraagd om de Belastingdienst te helpen bij de manier waarop hun medewerkers tot beslissingen komen. Heeft u een verklaring voor die belangstelling?

‘Het heeft er voor een deel mee te maken dat mensen hoger opgeleid zijn en meer interesse krijgen voor allerlei verschillende soorten wetenschappen. Daarbij is het gewoonweg mode: de nadruk lag lange tijd op bewuste en rationele processen. De belangstelling voor intuïtie is daar wellicht een reactie op.’

Wat betekent dat voor het publieke leven?

‘Ik zie dat het vooral managers zijn die belangstelling hebben voor psychologische processen. Opvallend is dat de succesvollen onder hen al lang op die manier gebruikmaken van hun onbewuste capaciteit. Ook dat gaat onbewust. Binnen de politiek zie ik er tot nog toe weinig van terug. Onlangs werd ik geïnterviewd over de vraag hoe Wouter Bos zijn intuïtie weer terug kan krijgen. Ik zou hem in ieder geval een aantal adviseurs laten ontslaan, zodat zijn onbewuste meer de ruimte krijgt.’

Kan die nadruk op onze psyche niet juist averechts werken, omdat we aan een soort overbewustzijn gaan lijden – terwijl u in uw boek pleit voor meer ruimte voor het onbewuste en intuïtieve?

‘Theoretisch zou dat kunnen ja. Het is uiteraard van belang dat je weet op welk moment je op je intuïtieve vermogens kunt vertrouwen. Het is een cliché, maar net als met alle kennis hangt het ervan af hoe je het gebruikt. Sommige mensen zouden ook aanleiding kunnen zien om, zoals je eerder zei, de handdoek in de ring te gooien omdat ze hun bewustzijn als waardeloos gaan beschouwen.’

Ap Dijksterhuis, Het slimme onbewuste:
Denken met gevoel, Bert Bakker, € 17,95