Film

KIEZEN VOOR HET WERTHERDOM

FILM Control

Dat Anton Corbijn, hoffotograaf van de celebs, via Joy Division een nieuw metier betreedt als cineast heeft de charme van een rond verhaal. Naar eigen zeggen deed de impact van Unknown Pleasures, het inktzwarte debuutalbum van Joy Division uit 1979, de jonge Corbijn naar Engeland verhuizen, waar hij al snel de beroemdste foto van zijn helden wist te maken: vier raafachtige gestalten in een metrostation, waarvan alleen de zanger terugkijkt naar de fotograaf. Niet lang daarna hing Curtis zichzelf op en viel Joy Division uiteen, om later in de hoedanigheid van New Order opnieuw een zeer invloedrijke positie in de pop in te nemen.

Wat is de inzet van een wereldberoemd fotograaf die op zijn eigen vakgebied weinig meer te winnen heeft? Welbeschouwd is Corbijn geen debutant. Eerder maakte hij vele videoclips en Some Yo Yo Stuff (1993), een korte film over Captain Beefheart, waarbij hij heel precies de uit het lood geslagen denkwereld van Beefheart in beeld wist te vertalen.

Control opent ijzersterk. In het troosteloze Macclesfield, een voorstad van Manchester, komt de jonge Curtis thuis met een nieuwe plaat van David Bowie. Naar vinyl luisteren, dat was ooit voor pubers een ritueel met existentialistische connotaties – niet van dezelfde orde als het gestaar naar het digitale display van cd-speler of iPod. Dit _teenage-_ritueel zet de toon van de film; aan volwassenheid is Curtis nooit toegekomen.

Eerder al had Michael Winterbottom in 24 Hour Party People (2003) de biotoop waarin de muziek van Joy Division ontstond, het Manchester van eind jaren zeventig, magistraal vereeuwigd. Winterbottom brengt de cruciale zelfmoordscène van Curtis bijna tragikomisch in beeld. Ineens zie je twee bungelende benen, terwijl op de televisie de dansende kippen uit Werner Herzogs Stroszek te zien zijn – de laatste film die Ian Curtis zag. Corbijn waagt zich niet aan dit intiemste moment uit het leven van de getroebleerde zanger. In een ogenblik, bijna achteloos is het gedaan met Curtis.

Control is visueel gelaagd en vaak beklemmend. De sensatie van de fotograaf die ineens driedimensionaal mag gaan, is invoelbaar. Het verhaal daarentegen is, hoewel waarheidsgetrouw, te banaal om werkelijk te kunnen boeien. Het tekort van de film is het tekort van Ian Curtis, die op 23-jarige leeftijd voor het wertherdom koos. De slotscène van Control is hartverscheurend en laat weinig ruimte over voor eventuele filosofische rechtvaardigingen over zelfmoord. Voor wie dit wil zien als artistiek integer is het boek van Deborah Curtis – waarop de film is gebaseerd – verplicht leesvoer.

In hoeverre Corbijns film de kijker die geheel onbekend is met de muziek van Joy Division kan bekoren, blijft een interessante vraag, die wellicht pas te beantwoorden is als Corbijn zijn derde film heeft voltooid (er zijn plannen voor een thriller). De puberale wanhoop van Joy Division, zowel in hun muziek als in Corbijns visuele weergave hiervan, deed althans bij deze kijker het besef ontstaan dat hij zich niet als puber depressief voelde en daar vervolgens de bijpassende muziek bij zocht, maar andersom – een klassieke verwarring van oorzaak en gevolg. Het jeugdige onbehagen maakt de reikwijdte van deze film beperkt: nostalgie is een krachtige motor voor muziekwaardering, maar nostalgie naar adolescente tobberigheid?

Anton Corbijn, Control. Nu overal te zien