Hasj uit Marokko

Kif uit de rif

Marokko is de grootste exporteur van hasj ter wereld, waarvan Nederland de grootste importeur is. De handel uit het Rifgebied laat zich moeilijk bestrijden. Bij de uitvoer over zee wordt een oogje dichtgeknepen. De boeren zijn volledig afhankelijk van kifteelt.

KETAMA/NADOR – Aan een bijna onbegaanbaar weggetje ergens in de bergen van de Rif liggen een paar huisjes. In een daarvan woont Ahmed met zijn gezin. Zijn Nederlandse neef Driss komt op bezoek, noodgedwongen per verrassing, want telefoonlijn of elektriciteit is hier niet. Ook stromend water, post-bezorging en een schooltje voor de kinderen zijn verre dromen.
Driss moet de laatste paar honderd meter naar dit gehucht lopen, want per auto lukt het niet meer. In zijn inmiddels kreukelig geworden pak en stoffige nette schoenen wordt hij als held en heer verwelkomd. Ooit ontvluchtte zijn vader het gehucht. Nu omhelst hij Ahmed, geeft diens blonde en blauwogige vrouw een hand en gaat de andere huisjes langs, waar ook familie woont. Onderwijl aait hij een stuk of wat neefjes en nichtjes met pluizig haar en snotneuzen over het hoofd.
Ahmed is een arme kifboer, niet ouder dan begin dertig, maar zijn gezicht is al gelooid door het klimaat en de armoede. Op de vraag hoeveel hij verdient, haalt hij een klein brokje hasj uit de borstzak van zijn houthakkershemd. Hij laat eraan ruiken. ‘Nog geen vierduizend dirham per jaar’, zegt hij. Dat is minder dan vierhonderd euro. In deze behuizing woont dit gezin zonder kleed op de lemen vloer en zonder kachel, terwijl hier in de winter soms sneeuw valt. Dan wordt het familiekapitaal, een koe, op de halfopen binnenplaats gestald. ‘Mijn neven in Nederland zitten in de hasj, maar ik niet’, zegt Driss. ‘Ik wil net als zij natuurlijk ook graag Ahmed en de andere familie hier helpen, maar ik heb geen zin in de stress en het gedonder van de business.’
Het spreekt vanzelf dat Ahmed liever zaken doet met familieleden dan met gewetenloze drugsbazen die hij niet kent. Een schoonmaakoperatie van de Marokkaanse overheid in 1996 vernietigde een deel van de familienetwerken die tot dan toe de handel beheersten. In het ontstane vacuüm nestelden zich internationale drugsbaronnen die opereren vanuit de Noord-Marokkaanse en Zuid-Spaanse kusten. De teelt van kif, cannabis, breidde zich nadien uit, ondanks weerwerk van de Marokkaanse overheid.

Het hart van het cannabisgebied is de streek Ketama rond de berg Tidghine (2800 meter). Het dorpje aan de voet van de berg, Issagun, bestaat uit niet veel meer dan een armzalige markt en vuile, ongeplaveide straten met auto’s die nog net rijden. In het dorpscafé naast de moskee wordt openlijk hasj ge-rookt en aangeboden. Op de flanken van de Tidghine wordt kif in terrasbouw geteeld en via een netwerk van tuinslangen vanaf de bergbeekjes ruim bevloeid. Overal waar je kijkt zie je cannabis, sappig en groen, vlak voor de oogst in juni soms meer dan een meter hoog. Hier en daar klinkt het geklop van de kifboeren op de gedroogde cannabisplanten. Hakim, bioloog, zegt tijdens een beklimming van de Tidghine: ‘Ieder jaar worden tientallen hectares bos van cederbomen of zeldzame pijnbomen vernietigd om er kif te planten. Kif is slecht voor het milieu, het put de grond uit. Eigenlijk zou je wisselbouw moeten toepassen. Maar de boeren weten inmiddels niet meer hoe ze groente of aardappelen moeten telen. Ze zijn volledig afhankelijk van de kif.’ Alleen al in de provincie Chefchouen, waarin Ketama ligt, ging in 2004 meer dan 3500 hectare bos in vlammen op, moedwillig aangestoken om de grond voor de canna-bisteelt in gebruik te nemen.
In Ketama telen de bewoners al eeuwen kif. Na bloedig neergeslagen volksopstanden in de Rif, in 1958 en 1959, moedigde koning Hassan II de Riffijnen aan te emigreren of kif te telen. Deze lucratieve bronnen van inkomsten zouden de Riffijnen de mond snoeren. Volgens een deskundige wil de koning de teelt en de handel vooral beheersbaar houden: ‘Zo nu en dan worden er een paar drugsbaronnen gear-resteerd, voor het overige is het pappen en nathouden.’

Toen hippies in de jaren zeventig wereldwijd massaal aan de hasj gingen, nam in Marokko de cannabisteelt een enorme vlucht. Een van de belangrijkste uitvoerhavens is Nador aan de Middellandse Zee, grenzend aan de Spaanse enclave Melilla. Per vrachtwagen komt de hasj uit Ketama, in de westelijke Rif, naar Nador. Daar wordt de vracht overgeladen in grote, zeewaardige rubberen boten: de zodiacs.
Chakib el-Khayari, een journalist die een verwoede kruistocht tegen de drugstransporten voert, zegt dat de ongeveer tweehonderd zodiacs binnen vijf tot zeven uur aan de overkant zijn, in het Spaanse Almeria. Nador ligt als een krab met twee lange scharen aan de Middellandse Zee. Tot aan het einde van de strandsliert staan nieuwe villa’s. ‘Van de vissers’, zegt Chakib met een vette knipoog. Op het water lig-gen acht zodiacs. Verder weg liggen er nog meer. Chakib wijst naar een boot van de marine: ‘Er kan hier zelfs zwemmend niemand uit zonder dat de gendarme of politie het opmerkt.’ Dan scheert er een zodiac de lagune uit. ‘Hier in de lagune hebben ze allemaal hun eigen aanlegplek.’ Hij gebaart naar de paaltjes vlak aan de kust. ‘Daar worden de hasj en de jerrycans met benzine ingeladen. Iedere zodiac vervoert duizend tot vijfduizend kilo, wat uiteindelijk twintig tot vijfentwintig miljoen euro oplevert. Er zijn natuurlijk wel kosten voor het transport. Een zodiac kost ongeveer driehonderdduizend euro. De chauffeur van de vrachtwagen die van Ketama naar Nador rijdt, krijgt 120 tot 150 dirham per kilo per rit, dat is tien tot twaalf euro. Hij krijgt een wachtwoord mee, dat meldt hij bij iedere gendarmepost die hij passeert. Zij hebben geld ontvangen om na het horen van dat wachtwoord een oogje dicht te knijpen. Dat gaat om bedragen in de orde van enkele tienduizenden dirham per keer. De hoger geplaatsten in het administratieve apparaat worden nog beter betaald om ongehinderd de transporten door te laten. De schipper van de zodiac krijgt geld en ook degene die verantwoordelijk is voor het laden van de benzine.’

Achter ons, aan een ander tafeltje op het terras, luisteren twee mannen met zwarte zonnebrillen aandachtig mee. Chakib: ‘Ja, natuurlijk zijn dat agenten.’ Hij is na de publicatie van zijn rapport flink aan de tand gevoeld door de politie, maar ze konden hem niet vasthouden. ‘Allah beschermt me.’
Chakib bevestigt dat in toenemende mate Aziatische heroïne en Zuid-Amerikaanse cocaïne via de Marokkaanse transportnetwerken Europa binnengesmokkeld worden: ‘We hebben in Nador ook al enkele tientallen heroïnejunks, dat was tien jaar geleden nog niet zo.’ Moedeloos: ‘In Europa is de bestrijding van hasj gescheiden van de harddrugsbestrijding en ook van de strijd tegen terrorisme of tegen mensensmokkel. Terwijl het allemaal handel is, in handen van dezelfde internationale netwerken die gebruikmaken van de bestaande transportmiddelen en transportroutes. Met geld verdiend aan de hasj is het gemakkelijk wapens aan te schaffen.’
De Marokkaanse drugsbestrijdingsdienst Agence du Nord is gevestigd in een glazen kantoortoren in het nieuwe, flitsende zakencentrum Hey Riyad in Rabat, lichtjaren verwijderd van het ruige noorden. Een ambtenaar van het agentschap zegt: ‘We hebben het rapport over de cannabisteelt opgesteld in samenwerking met de drugsbestrijdingsdienst van de VN. Het officiële beleid is gericht op uitroeiing van de cannabisteelt en we willen graag dat Europa ons helpt. Maar de EU heeft maar één miljoen euro gegeven voor de kifbestrijding, waarvan de helft is opgegaan aan salarissen voor Europeanen die onderzoek deden of projecten opzetten. Persoonlijk zou ik het toejuichen als in Europa de cannabis gelegaliseerd zou worden, dat zou de prijs drukken waardoor het voor ons in Marokko gemakkelijker wordt de teelt uit te roeien en de boeren ertoe te brengen andere gewassen te verbouwen. En hier ook legaliseren? Ah, non!