Kigeli V 29 juni 1936 – 16 oktober 2016

De Rwandese koning Kigeli V wilde er zijn voor Hutu’s en Tutsi’s. De jonge monarch was echter te onervaren om de crisis in zijn land te bezweren.

Mijn hart, dat klopt met het bloed van zowel Tutsi’s als Hutu’s, treurt. Dat zei koning Kigeli de Vijfde in 1994, toen naar schatting achthonderdduizend Tutsi’s en gematigde Hutu’s werden gedood tijdens de honderd dagen durende furie in Rwanda. Kigeli V wilde boven de partijen staan en riep op tot verzoening. Zijn tragiek was dat hij Rwanda al moest ontvluchten voor de onafhankelijkheid van 1962, toen etnische polarisatie uitmondde in het eerste geweld door Hutu’s, en dat hij niet meer erg welkom was na de cumulatie van 1994, toen officieel een nieuw Rwanda werd uitgeroepen door de uiteindelijk zegevierende Tutsi’s.

Kigeli V stierf 16 oktober in ballingschap in Amerika waar hij zijn laatste jaren doorbracht in een sociale huurwoning in de staat Virginia, levend van voedselbonnen, sporadische donaties en de verkoop van ridderschappen. De voorzover bekend kinderloze ‘koning zonder land’ werd tachtig jaar.

Kigeli V – doopnaam Jean-Baptiste Ndahindurwa – werd geboren op 29 juni 1936 in een tijd waarin gestaag het zaadje ontkiemde van Rwanda’s vergiftigde verhoudingen. Een zaadje dat was overgebracht vanuit Europa. Voor de komst van de blanken, eind negentiende eeuw, leefden Tutsi’s en Hutu’s nog relatief goed samen. Tutsi’s waren vaak veehouders en Hutu’s vaak akkerbouwers, maar de groepen deelden – en delen nu nog – één cultuur en één taal, het Kinyarwanda. Gemengde huwelijken waren niet ongewoon. Rwanda was geen typisch koloniale constructie van sterk verschillende groepen die louter bij elkaar werden gehouden door een artificiële landsgrens.

Maar de Duitsers en, na de Eerste Wereldoorlog de Belgen, deden met hun beleid de betrekkelijk vloeibare sociale verhoudingen stollen. Tutsi’s werden voorgetrokken in scholen en lokale besturen. Tutsi’s, een kleine minderheid, golden als nobel, als natuurlijke leiders tegenover de kinderlijke Hutu’s. Rassentheorieën speelden een grote rol. In hun streven om hun macht te bestendigen kwamen de Europeanen ook uit bij de honderden jaren oude Tutsi-monarchie als bruikbare onderaannemer. Sommige hovelingen stonden wel open voor deze kans op versterking van het centralisme van hun koning, de mwami. Onder de Hutu-meerderheid ontstond een gevoel tweederangsburgers te zijn.

De bom barstte kort voor de onafhankelijkheid. Eind jaren vijftig werden politieke partijen opgericht op etnische grondslag. Radicale Hutu’s riepen op tot afschaffing van de ‘onderdrukkende’ Tutsi-monarchie. De Belgen keken al vooruit naar de postkoloniale tijd van een Rwanda met een Hutu-meerderheid en trokken hun handen af van het koninkrijk. Hierbij speelde mee dat Tutsi-monarchisten zich inmiddels sterk antikoloniaal opstelden en steun kregen uit het Oostblok.

In deze gespannen situatie besteeg Jean-Baptiste Ndahindurwa op 28 juli 1959 de troon, nog geen 25 jaar oud. Hij volgde zijn overleden halfbroer op, met wie hij als kind pingpongde en voetbalde. Enkele maanden later begonnen de eerste aanvallen op Tutsi’s. Tienduizenden sloegen op de vlucht. In juli 1960 vertrok ook Kigeli V en in januari 1961 riep Hutu-leider Grégoire Kayibanda eenzijdig Rwanda’s onafhankelijkheid uit. De monarchie werd afgeschaft. In 1962 werd Rwanda formeel onafhankelijk.

Voor de komst van de blanken leefden Tutsi’s en Hutu’s relatief goed samen

Kigeli V verklaarde ook destijds al dat hij koning wilde zijn van alle Rwandezen maar hij was onervaren en werd ‘opgeslokt’ door de crisis, noteerde de Franse geschiedschrijver Gérard Prunier in zijn standaardwerk The Rwanda Crisis: History of a Genocide (1995). ‘De situatie van gewelddadige politieke confrontatie waar hij mee werd geconfronteerd was veel meer dan hij aankon.’

Kigeli V belandde na jarenlange omzwervingen in Oost-Afrika in 1992 in Amerika waar hij politiek asiel kreeg. De verarmde koning kreeg steun van de Monarchist League in Groot-Brittannië die ijvert voor het behoud van vorstendommen. Kigeli’s persoonlijk assistent, Boniface Benzinge, was een parttime verkoper van matrassen, zo valt op te maken uit een even vermakelijk als treurigstemmend artikel uit 2013 in maandblad The Washingtonian.

Na de genocide van 1994 liet Kigeli V weten dat hij wilde terugkeren naar wederopbouwend Rwanda. President Paul Kagame, die als Tutsi-rebellenleider een einde had gemaakt aan de volkerenmoord, zei dat Kigeli V kon terugkomen als gewoon burger. De koning stelde voor dat het Rwandese volk zou beslissen over zijn status. In 2013 zei hij dat hij hierover nooit meer iets had gehoord van Kagame.

In Rwanda is het een publiek geheim dat Paul Kagame niet zat te wachten op een terugkeer van de monarch. Op persoonlijk vlak speelt mee dat Kagame afstamt van de laatste Tutsi-koningin. Er bestaan van oudsher rivaliteiten tussen de bloedlijn van Kigeli en die van de Tutsi-koningen. Wellicht belangrijker is dat Kagame’s bewind officieel een beleid uitdraagt waarin geen Hutu’s en Tutsi’s meer bestaan – alleen nog Rwandezen. Dit beleid moet volgens de regering nieuwe spanningen voorkomen. In deze context is er geen ruimte voor een vorst die – al is het tegen wil en dank – herinnert aan het verleden van verdeeldheid. Critici van Kagame suggereren daarentegen dat hedendaags Rwanda in feite opnieuw een standenmaatschappij is met bovenaan Tutsi’s en onderaan Hutu’s, en dat dit verdekte onderscheid zou worden blootgelegd door een koning die praat over het vertegenwoordigen van Tutsi’s én Hutu’s.

De regering reageerde op het overlijden van Kigeli V met een vijfregelige verklaring. We zijn bereid te helpen bij het regelen van de begrafenis, zo was de boodschap. De vraag is of Kigeli V postuum terugkeert in Rwanda.


Beeld: 1961 (Universal History Archive / Uig Via Getty Images)