Kijk, Bobbejaan

Vrede - Vier jaar geleden, toen ik de openingswedstrijd van het WK in Duitsland wilde zien in Tassies Bar in het conservatieve Afrikaner dorpje Vrede, werd er in de rust van zender veranderd. Toen ik verhaal ging halen bij de barman kreeg ik te horen: ‘Hier kyk ons rugby.’
Inmiddels is Tassies niet meer de enige bar in Vrede. Ouhout trekt een jonger, wat ruimdenkender publiek. Maar alles is relatief in Vrede. En van voetbalkoorts is in het blanke deel van het dorp in elk geval geen sprake. Ik zie zegge en schrijve één auto met een vlaggetje, een Duits. Van de in Johannesburg gepropageerde mythe dat het toernooi alle bevolkingsgroepen dichter bij elkaar brengt is hier weinig te merken.
Dus is het niet verwonderlijk dat de drie televisies in Ouhout om acht uur, een half uur voor Zuid-Afrika tegen Uruguay, nog op een rugbykanaal staan. Jazeker, verzekert de barman me, hij zal straks van zender veranderen. 'Maar hier zijn we toch meer van de rugby.’ Het barmeisje voegt toe dat ze niks van voetbal begrijpt. Ook zij is rugbyfanaat.
Een man of tien, allemaal blank, hebben zich inmiddels in de bar verzameld. Onder hen is Stoffies de politieman, al flink aangeschoten. Ook Nelis, de gespierde ex-politieman die een beetje op Richard Gere lijkt, is er, en probeert de rest van de aanwezigen wat bij te brengen over de spelregels en de kansen van Bafana.
Het zwarte keukenpersoneel is blij dat de televisie nu op voetbal staat. Vanuit de keuken kunnen zij door het gangpad precies een van de toestellen in de bar zien. Opgewonden staan de drie meisjes in de deuropening. 'Bafana!’ De barman zet het geluid wat harder en draait het toestel zo dat ze het op afstand goed kunnen zien.
Op de kruk naast me zit een Fransman met een verweerde kop en een groene jagersjas. Hij kauwt op een 'boere-pizza’ met biltong. Als er een nieuwe klant binnenkomt die aan onze kant van de bar wil plaatsnemen, roept Stoffies: 'Nee man, kom hier zitten, niet bij die volksvreemdes.’ De man spoedt zich naar Stoffies’ kant.
Ouhout is minder verkrampt dan Tassies, waar ze volgens de barman nog in de jaren tachtig leven. Slechts eenmaal klinkt er vanavond racistische taal, als de camera inzoomt op een uitbundig uitgedoste Bafana-fan. 'Kyk, Bobbejaan kom oor die berg’, haalt iemand een oud Afrikaner volksdeuntje aan, waarin bobbejaan = baviaan = zwarte.
De Bafana’s brengen er niks van terecht. De barman geeft me als troost een shooter met kalua en tequila. Als ik licht duizelig Ouhout verlaat is het buiten pikdonker, doodstil en ijskoud. De zondag na de 3-0 nederlaag opent de Afrikaner krant Rapport weer als vanouds met rugby.