Kijk, de grap is…

Gerry van der Linden
Glazen jas
Nieuw Amsterdam, 64 blz., € 14,90

In de afgelopen tijd verdiepte ik me in de poëzie van Astrid Lampe, die gedichten schrijft waar ik zelfs in een heet bad de vinger niet achter wist te krijgen. Ogenschijnlijke raaskalwoordenbrij waar ik me de haren om uit het hoofd trok om dan ten einde raad, omdat ik toch nergens anders meer toe kwam, de gedichten nog maar weer eens te lezen, maar nu juist goed, als een logeerbed waar je eindeloos in woelt tot je ineens de juiste lighouding vindt. Ik was gestopt met het willen begrijpen van poëzie, in plaats daarvan ‘onderging’ ik taal, zoals je ook een bombardement niet hoeft te vatten, als je maar weet dat er clusterbommen gaan vallen. Met die merkwaardige victorie nog in het lijf begon ik Glazen jas te lezen, de nieuwe dichtbundel van Gerry van der Linden.

We praten we praten

de kilometer praat vooruit

de voorruit beraamt

het zicht

op de weg slijt een streep

rij hem overhoop!

wij slijten ook

zeg praatjesmaker

ben jij niet vierkant

met een strik?

de wagen krimpt

heb ik je niet verkozen

tot mijn passagier?

welkom dan hier

welkom ook daar

Voor dit gedicht hoef je geen bad te laten vollopen. Twee mensen zitten in een auto te praten. De reflectielijnen op het asfalt vertonen haarscheuren en dat wordt dichterlijk doorgetrokken naar de inzittenden, die ‘ook slijten’. Dat de auto kleiner wordt, wil zeggen dat de inzittenden nader tot elkaar komen. En de ander is welkom en honderd meter later ook (‘dan hier’ en ‘ook daar’). Dat laatste is dan een klein geheim, want het kan ook zijn dat de wagen is stilgezet op een parking, dat de twee letterlijk tot elkaar komen en dat de een de ander op en in verschillende gedeelten van het lichaam welkom heet. Maar dan dat ginnegapenjambement, al eindeloos veel malen uitgevoerd maar hier nog eens dunnetjes overgedaan. Hou je vast, want dit wordt lachen.

de voorruit beraamt

het zicht

Kijk, de grap is dat je als lezer eerst een ‘beraamde voorruit’ leest, oftewel dat plexiglas pas een raam wordt op het moment dat het in de sponning boven het dashboard is geplaatst en vastgekit. Natuurlijk had het voltooid deelwoord dan met een ‘d’ moeten eindigen, maar voor grammatica had je in je leesdrift geen oog. Maar dan volgen twee harde returns en het ‘het zicht’, en pas dan begrijp je dat het hier om het werkwoord ‘beramen’ gaat, dus dat de voorruit het zicht beraamde, als een plan of een moord. De voorruit is een handelend wezen geworden en de inzittenden kijken naar wat het plexiglas ze voorschotelt. Ik ken lezers die heel erg van dergelijk taalspel houden, maar ik vind het eigenlijk alleen maar flauw. Enjambementen zijn voor mietjes.

Ik moet ook huilen om gedichten waarin een vrouw op ‘schoenen van vlees’ loopt, hoeren op ‘halfverminkte pumps’ door de supermarkt stappen en tijd ‘flinterdun gonst’, omdat het als poëzie oogt van een metaalbewerker die een schriftelijke cursus creatief schrijven heeft gevolgd, waarna hij in staat was om zaken als ‘blote voeten’, ‘halfkapotte hoge hakken’ en ‘momenten waarin niet veel gebeurt’ te mystificeren. Het is trukendoospoëzie die reeds na één keer lezen niet meer boeit.

Ik moet ook huilen om gedichten waarin een ‘in gescheurde kleren’ gehulde vrouw ‘hartverscheurend’ huilt, waarin een ‘oude man’ een baard ‘grijs als sneeuw’ draagt en waarin er ‘een frisse ochtendwind’ waait, omdat het als poëzie oogt van een metaalbewerker die een schriftelijke cursus creatief schrijven overwéégt, omdat hij de dingen alleen maar kan zien zoals ze zijn, en gek wordt van de verbale clichés in zijn arbeidersbrein.

Of om gedichten waarin een vrouw met een mediterrane achtergrond een ‘honingmond’ wordt, haar lijf heeft ‘opgedoekt’, wat je letterlijk en figuurlijk kunt nemen, haar mond weet ‘afgeschreven’ en verworden is tot een ‘sluier om naast te liggen’. Ze besluit naar buiten te gaan, blijkbaar tegen de wens van iemand anders in.

honingmond sluit haar ogen

voorzichtig haar voeten

opgelucht valt de buitendeur

bang! slaat de kerktoren

goedemorgen honingmond

ramadant haar maag

haar hoofd stoot de hemel

niet rooskleurig

meer bewolkte gezichten

Als ze buiten is schrikt ze van een kerkklok, vanwege het lawaai en omdat het geen minaret is. De lucht is bewolkt, haar hoofd ook en dat van de omstanders op straat ook. Ze heeft trek omdat het ramadantijd is of omdat ze geen geld heeft voor eten. Het gaat duidelijk niet goed met de vrouw.

dicht honingmond!

mooie leugens tikken vuur

hoe heet waarheid?

hoe voelt zij? warm koud?

waarom zegt zij niets?

meer wil ze proeven

question

hoeveel waarheid eet

een gesluierde kus?

‘Hoe heet waarheid?’ is een vraag die voortvloeit uit het ‘vuur’ in de regel ervoor. ‘Waarheid heel heet’, zou je kunnen antwoorden. En een ‘gesluierde kus’ is de kus van een moslima en ook die van een gemuilkorfde. Dit is derhalve geëngageerde poëzie. Maar dat had ik liever zelf ontdekt, in een heet bad bijvoorbeeld, in plaats van dat het me als non-fictie op een presenteerblaadje wordt aangereikt.