Kijk haar zitten

Jan Siebelink, Het lichaam van Clara. € 19,90

Het vergt een speciaal soort talent om volledig buiten de tijd te kunnen schrijven. Om een wereld op te roepen die een klassieke waarde heeft, waarin de dauw der geschiedenis maagdelijk op de straatstenen ligt, ongestoord door de moderne tijd.

Medium siebelink   het lichaam van clara

In de vorige roman van Jan Siebelink, Suezkade uit 2008, moest ik regelmatig heen en weer bladeren om me ervan te vergewissen wanneer het zich voltrok. Nu, zo bleek. De school waar zich de geschiedenis afspeelde was door de auteur ontdaan van zoemende mobieltjes, merkkleding en intercoms; het was een wereld die nog steeds omkaderd werd door Debussy, Rimbaud, de gebroeders De Goncourt.
In zijn nieuwe roman, Het lichaam van Clara, schetst Siebelink die tijdloosheid nog mooier. Het licht dat op het Den Haag van Clara valt is een oud licht, het is hetzelfde licht dat Couperus gezien moet hebben. Siebelink beschrijft het in de eerste bladzijden herhaaldelijk, hoe het tussen de bladeren door valt, hoe het licht ‘het witte ragfijne weefsel van de vitrage’ verrafelt en 'de glazen tochtdeur, versierd met ingeslepen guirlandes, bijna onzichtbaar’ maakt. Het past bij Siebelink: de wereld wordt overheerst door het ontastbare.
Suezkade, Siebelinks eerste roman na het megasucces van Knielen op een bed violen in 2005, was een elegante roman over een jonge docent die aan zijn eigen onaantastbaarheid ten onder gaat. De roman dreef op de stilistische brille van Siebelink, maar kampte met te veel ongeloofwaardigheden. Centraal daarin de anorexia van de lievelingsleerlinge; die overtuigde niet, bleef banaal gemotiveerd. Het is dan ook even vrezen als je leest, in persmateriaal van de uitgeverij, dat zijn nieuwe roman over een vrouw gaat die aan automutilatie doet. Lukt het hem dan wél te overtuigen?
Het antwoord daarop kan een kort en duidelijk 'ja’ zijn, misschien wel juist omdat Siebelink deze keer nauwelijks motiveert. Het lichaam van Clara is een roman, dat is evident vanaf de eerste bladzijde, over de teloorgang van een mens, van een vrouw die als kind al weet dat geluk er voor haar niet in zit (het doet onwillekeurig aan het motto van Knielen op een bed violen denken: ’… en had de liefde niet’) en zich op alle mogelijke manieren probeert af te reageren. De lezer ontmoet de eenzame Clara als ze op de terugweg van de dierenarts (haar hond, een hazewind, is doodziek) wordt aangehouden door een man die vraagt of ze een foto van hem wil maken, staand voor het standbeeld van Louis Couperus. De man blijkt de successchrijver Oscar Sprenger, die haar later opzoekt en haar zijn nieuwe roman overhandigt; niet alleen draagt de hoofdpersoon haar naam, Clara heeft het gevoel dat het verhaal háár verhaal is. Op de boekpresentatie maakt ze dit kenbaar en de rest van de roman wordt verteld vanuit het Haagse restaurant waar Clara op Sprenger wacht, in de hoop samen met hem weg te vluchten, en aan haar leven terugdenkt.
Dat leven wordt gedomineerd door twee ouders die afwisselend overbezorgd en ongeïnteresseerd zijn. Vader die al haar vriendjes wegpest, en tegelijkertijd zelf probeert aan het gezin te ontsnappen. Ze zoekt liefde bij mannen, die ze vervolgens afwijst zodra ze voor haar vallen. Ze zoekt steeds wat ze niet kan krijgen.
De vergelijking met Emma Bovary - of die andere fatale vrouwen: Anna Karenina of Eline Vere - ligt voor de hand, maar het spreekt voor zich dat Siebelink, zo modern is hij dan ook wel weer, harder is. Zijn Clara gaat met veel mannen naar bed, onderwerpt zich aan God, hongert zich uit, prostitueert zichzelf, masturbeert erop los, snijdt in haar vlees om aan zichzelf te ontsnappen, om controle te krijgen.
Een boek als dit vergt iets van de lezer. In het Siebelink-universum zijn de emoties groot en de gebaren ook - verdriet, schuldgevoel, angst en schaamte worden theatraal gebracht, en wanneer theater te ver wordt doorgevoerd, wordt het pathetisch, of kitsch. De beelden zijn sterk repetitief, soms tot vervelens toe. Zo nu en dan zoomt Siebelink uit, bekijkt hij Clara van een afstandje - kijk haar zitten, wat wil je nou? Soms is hij afstandelijk formeel, dan weer intiem. Het houdt de roman soepel, bijna speels. Maar wat je toch het verhaal steeds weer in trekt is die hardheid van Siebelink: je accepteert Clara’s verdriet omdat het niet tot in den treuren uitgelegd wordt. Er is wanhoop, en that’s it. Ironisch genoeg laat Siebelink zijn succesauteur Sprenger (herkennen wij Siebelink in hem?) zeggen: 'Ben ik een auteur die zich niet om zijn personages bekommert? Ik koester ze. Ik lijd met hen. Ik ben hen.’
'Madame Bovary, c'est moi’, zei Flaubert, en hij stortte haar de afgrond in. Siebelink doet hetzelfde in deze klassieke roman, van een tijdloze klasse.

JAN SIEBELINK
HET LICHAAM VAN CLARA
De Bezige Bij, 336 blz., € 19,90