Op naar een groene afvalverwerking

‘Kijk hoe schoon dit is’

In 2050 moet onze economie circulair zijn, met amper CO2-uitstoot en zo veel mogelijk recycling en inzet van restwarmte. Afvalverwerkers doen hun best om dit te bereiken. Maar de overheid werkt niet echt mee.

Vergisting in Venlo © Bart Willemsen

Een glazen kamer kijkt uit op acht miljoen kilo’s restafval, vijf verdiepingen onder ons. Vanaf hier lijken volle afvalzakken zo groot als een pinda. We zijn in de zogeheten bunker van de afvalenergiecentrale van Attero in het Brabantse Moerdijk, waar ook afval uit Engeland ligt. ‘Hier zitten twee werknemers heel de dag met joysticks te spelen’, zegt marketing manager Robert Corijn lachend. Mehmet Sagkaya (29) bestuurt een grijper die vastzit aan het tientallen meters hoge plafond. ‘Ik kijk goed naar de kleuren’, zegt hij. Hij grijpt in één keer vijfduizend kilo vers gestort afval en mengt het met een kleurige hoop. ‘Restafval is behoorlijk divers. Door het te mengen en een dag te laten staan brandt het beter.’

Metershoge vlammen stijgen op uit de afvalhopen in de verbrandingsoven, een paar verdiepingen lager. Door een luikje van verhard glas kijken we veilig toe. ‘Binnen is het zo’n duizend graden’, zegt Corijn. Hij wijst door het luik naar grote buizen. ‘Daar zit water in. Door de hoge temperatuur gaat het stomen.’ De waterdamp gaat naar een hypermoderne turbine, vorig jaar geopend door premier Rutte. Daar wordt de damp omgezet in elektriciteit voor vierhonderdduizend huishoudens. Maar bij de omzetting gaat energie verloren. Het zou Attero – en het milieu – meer opleveren als de stoom direct naar het warmtenet van Breda en Tilburg gaat.

De Amer-kolencentrale van energiebedrijf rwe in Geertruidenberg levert die warmte nu. Hiervoor krijgt het de komende jaren zelfs een overheidssubsidie van 1,7 miljard euro, om brandhout te importeren uit onder meer Canada voor de opwekking van energie. ‘Een beetje jammer’, zegt Corijn eufemistisch, want de rwe-centrale stoot minimaal een kwart meer CO2 uit dan de afvalcentrale van Attero. ‘Door die subsidie kunnen wij niet concurreren met rwe, terwijl onze energieproductie een stuk milieuvriendelijker is.’

In 2050 moet onze economie circulair zijn, met amper CO2-uitstoot en zo veel mogelijk recycling en inzet van restwarmte. Om dit te bereiken is een sleutelrol weggelegd voor afvalverwerkers zoals Attero. Toch werkt overheidsbeleid de afvalsector tegen.

Milieusubsidies steunen productieprocessen die niet het milieuvriendelijkst zijn. De overheid geeft zelf niet het goede voorbeeld en regelgeving is vaak tegenstrijdig. De EU wil dat veertien procent van het Nederlandse energiegebruik in 2020 hernieuwbaar is. Nederland zit nu op zeven procent. Om dit percentage op te krikken geeft de overheid sde+ subsidies aan bedrijven die hernieuwbare energie produceren. Het hout van de rwe-centrale is biomassa en valt onder deze regeling. Het afval van Attero – ook al bestaat het voor de helft uit biomassa – komt hiervoor niet in aanmerking.

De grootste afvalverwerker van Nederland verwerkt vier miljard kilo afval op twintig locaties. In het Drentse Wijster recyclet het bedrijf plastic verpakkingen. De overheid wil meer recycling, maar komt niet met maatregelen om het dure gerecyclede plastic aantrekkelijk te maken voor kopers. Attero maakt ook compost van groente-, fruit- en tuinafval (gft) in Venlo, maar dit wordt steeds moeilijker omdat Den Haag én de gemeenten veel vervuiling in de groene bak toestaan.

‘De overheid is vooral bezig met het pimpen van cijfers’, zegt Corijn. ‘Er is in Nederland niet voldoende resthout. Dus je geeft 1,7 miljard uit om biomassa hierheen te halen en te verbranden. Maar wat als de subsidie stopt? Hoe gaan ze dat dan rendabel doen?’

Waarom krijgt juist een gas- en kolenbedrijf als rwe een subsidie? Dit is niet hoe de energietransitie hoort te gaan, vindt Corijn. ‘Investeer dat geld in zonne- en windenergie. Of haal warmte uit de aarde met geothermie. Wij hebben maar zeventig miljoen nodig voor een buis naar het warmtenet. Dit is niet alleen beter voor het milieu, maar ook spotgoedkoop. Het is een eenmalige investering waar we geen subsidie voor vragen.’

‘Onze economie is nog lang niet circulair: we verbranden veel meer dan we recyclen’

‘Een inefficiënte gang van zaken’, vindt ook Herman Vollebergh. Hij is buitengewoon hoogleraar economie en milieubeleid aan Tilburg University. Bij het Planbureau voor de Leefomgeving, de instantie die de plannen in het klimaatakkoord doorrekende, werkt hij als senior onderzoeker. ‘Onze economie is nog lang niet circulair: we verbranden veel meer dan we recyclen. Als dat afval toch al verbrand wordt, waarom dan niet de restwarmte gebruiken?’

‘We willen als land naar een circulaire economie, dus we willen van afval af’, laat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat weten. ‘Vanuit een duurzaamheidsperspectief is het niet gewenst om de verbranding van afval nog te stimuleren; het importeren van afval is bijvoorbeeld verre van duurzaam.’ De regering heeft voor dit jaar de belasting per verbrande ton afval verhoogd van 13 naar 31 euro. De boodschap is duidelijk: minder verbranden, meer recyclen.

‘Is de wereld beter af zonder plastic?’ vraagt presentatrice Eva Brouwer. ‘Steek je hand op als je het hiermee eens bent.’ Op het podium zit een panel met duurzaamheidsdeskundigen uit de politiek, het bedrijfsleven, de milieubeweging en het onderwijs; in de zaal vooral managers uit de profitsector. Niemand steekt een arm in de lucht.

Het is 15 maart. Een grote witte tent is het toneel van de officiële opening van Attero’s nieuwe recyclinginstallatie in Wijster. De bouw kostte dertig miljoen euro; drie miljoen kwam van de EU. Hier worden weggegooide plastic verpakkingen versnipperd, gewassen en gesmolten. Uiteindelijk blijft er granulaat over: plastic korrels die bedrijven kopen om er nieuwe verpakkingen van te maken. Veel afvalbedrijven klagen dat ze het relatief dure gerecyclede plastic niet verkocht krijgen.

De gemiddelde Nederlander gebruikt jaarlijks zo’n 490 kilo plastic. Slechts tien procent hiervan is gerecycled. Om dit te verhogen naar 35 procent in 2025 sloot de overheid dit jaar het niet-bindende Plastic Pact met 75 bedrijven. Afvalverwerkers, waaronder Attero, beloven meer plastic te recyclen. Kunststofproducenten beloven meer gerecyled plastic te kopen om er nieuwe producten van te maken.

Plastic producten zijn verschillend en bestaan vaak uit meerdere lagen, wat terugwinnen vermoeilijkt. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde folies, knijpzakjes of chipszakken die ook een aluminiumlaag hebben. Mede hierdoor valt gerecycled plastic duurder uit. Fabrikanten kopen liever het goedkopere nieuwe plastic.

Meer gerecycled kunststof is nodig. Plastic in het milieu vormt een gezondheidsgevaar voor mens en dier. Ook kost het de Europese economie jaarlijks honderden miljoenen euro’s, blijkt uit een rapport van de EU. Elke minuut stroomt een vuilniswagen aan plastic de oceanen in. Als we niet ingrijpen worden dat er in 2050 vier per minuut en is er straks meer plastic dan vis in de oceaan.

‘De overheid wil dat vijftig procent van alle kunststof verpakkingen in Nederland gerecycled wordt’, gooit Robert Corijn tijdens de paneldiscussie een steen in de vijver. ‘Maar zelf heeft ze als doelstelling om in 2022 tien procent circulair in te kopen. Wie koopt dan die andere veertig procent? De verantwoordelijkheid wordt veel te makkelijk doorgeschoven naar het bedrijfsleven.’

‘Mensen gooien steeds meer troep tussen het organisch afval. Plastic, glas, zelfs dode dieren’

‘In Nederland denkt men dat we het plasticprobleem met vrijwillige bijdrages gaan oplossen’, reageert Frans Timmermans, de tweede man van de Europese Comissie. ‘Er is regelgeving nodig om te zorgen dat bedrijven genoeg recyclen en gerecycled plastic kopen.’ Die lijkt er vooralsnog niet te komen.

De pvda’er wil daarom een Europese belasting op nieuwe plastics invoeren. ‘Vergelijk qua milieubelasting een simpele, gerecyclede fles met een nieuwe, meerlaagse fles die ingewikkeld is om te recyclen. Een enorm verschil dat je niet terugziet in de productiekosten. Met een belasting op nieuwe plastics maak je gerecyclede plastics aantrekkelijker.’

Het bedrijfsleven wacht al lange tijd op duidelijke wetgeving, zegt Rob Hamer, die Unilever vertegenwoordigt bij duurzaamheidsinitiatieven. ‘We willen dat elke lidstaat zich moet houden aan dezelfde regels, zodat er geen oneerlijke concurrentie ontstaat.’ Zijn werkgever is, naast Mars en Burberry, een van de grootste multinationals die in 2025 alleen recyclebaar plastic willen gebruiken.

Attero heeft inmiddels tonnen aan gerecyclede plastic korrels in een loods op het terrein liggen. De afvalverwerker heeft kopers gevonden, maar dat geldt niet voor andere afvalbedrijven. ‘Als er geen afzetmogelijkheden zijn, remt dat de transitie naar de circulaire economie’, laat de landelijke Vereniging Afvalbedrijven weten.

‘Bunker’ van de afvalenergiecentrale van Attero in het Brabantse Moerdijk © Attero

‘Kijk dan toch, al die troep tussen het gft’, moppert Bart Megens terwijl we door de loods lopen. Plastic flessen en verpakkingen steken uit stomende hopen tuinafval en etensresten. Megens is als bedrijfsleider organisch bij Attero verantwoordelijk voor de verwerking van gft-afval, zo ook op deze locatie in Venlo. ‘Mensen gooien steeds meer troep tussen het organisch afval. Plastic, glas, hele afvalzakken met restafval en soms zelfs dode dieren. Een beetje vlees kunnen we verwerken, een heel dier niet.’ De vervuiling in het Nederlandse gft-afval is sinds 2000 meer dan verviervoudigd: van 0,85 procent naar 4,1 procent in 2018, blijkt uit cijfers van de Vereniging Afvalbedrijven. Bijna zestig miljoen kilo vervuiling per jaar.

Dat is problematisch, want Attero maakt van gft-afval de meest hoogwaardige compost van Nederland. ‘Vroeger waren wij puur en alleen afvalverwerker, nu zijn we steeds meer grondstoffenproducent’, zegt Megens. ‘Het ging om zo veel mogelijk tonnen verwerken. Tegenwoordig maken we een hoogwaardig product, maar het wordt steeds moeilijker om dat voor elkaar te boksen.’ Het gft-afval met gemiddeld 4,1 procent vervuiling moet uiteindelijk hoogwaardige compost met maximaal 0,1 procent vervuiling worden. Anders accepteren kopers het niet.

We staan op een metalen platform. Om ons heen staat een enorme constructie van schuine lopende banden, elke band een andere snelheid. De niet-organische voorwerpen, zoals steentjes, plastic en hout, ketsen van de banden af, het gft-afval blijft over. Dit is de trots van bedrijfsleider Megens: het machinepark dat in 2014 is gebouwd en ‘ervoor zorgt dat nascheiden ons zo goed lukt. Maar anderzijds verliezen we veel gft. Het blijft aan het plastic hangen en kleven. Met vier procent vervuiling verliezen we twaalf procent bruikbaar materiaal.’

‘Verleid voorlopers met subsidies en straf achterblijvers met meer dwingende maatregelen’

Na een drie weken durend vergistingsproces ligt het eindproduct in een naastgelegen hal met grote hopen compost. Megens houdt een handvol van het goedje vast. Met zijn vinger gaat hij door de minuscule bruine en groene korrels. ‘Kijk hoe schoon het is’, zegt hij, trots maar ook lichtelijk bezorgd. ‘We moeten onze nascheidingsinstallatie blijven verbeteren. De kwaliteitseisen van onze klanten worden steeds strenger, terwijl er ook meer vervuiling komt in het aangeleverde gft-afval.’

Vervuiling in het afval, het klinkt paradoxaal. Maar als we naar een circulaire economie willen is het belangrijk dat onze afvalstromen zo zuiver mogelijk zijn. Compost houdt koolstof vast, een van de twee bestanddelen van CO2. In het klimaatakkoord staan plannen om meer compost te gebruiken op het land, zo belandt er minder koolstof in de lucht.

‘Er is door de overheid geen fatsoenlijke limiet gesteld voor de mate van vervuiling in het gft’, zegt Robert Corijn, die ook naar Venlo is afgereisd. We zitten in een kantoorruimte naast de kantine. ‘Den Haag heeft het aan de gemeenten overgelaten. Die kozen voor een limiet van gemiddeld vijf procent vervuiling. Veel te hoog. In Vlaanderen hanteren ze twee procent en in Duitsland één.’ Gesprekken met betreffende gemeenten halen niks uit, zegt Corijn. ‘De vervuiling in het gft blijft toenemen. Wat overblijft verbranden we. Dit betekent én meer CO2-uitstoot én minder vastlegging van koolstof in de bodem.’

‘Er zijn twee dingen die gemeenten kunnen doen’, zegt Arjen Brinkman over de telefoon. Hij is directeur van de Branche Vereniging Organische Reststoffen, een kenniscentrum en belangenbehartiger voor compostproducenten. ‘Gft-bakjes aanleveren voor in keukens en flatgebouwen. En mensen voorlichten: wat mag wel en niet in de bak. Dit moet wel gebeuren op een manier die iedereen aanspreekt en bereikt. In gemeenten die deze maatregelen nemen zien we minder vervuiling in het gft.’

Het probleem heeft volgens Brinkman te maken met de vang-doelstellingen – Van Afval Naar Grondstof – van de overheid. Gemeenten moeten van gemiddeld 250 kilo restafval per persoon naar honderd kilo in 2020. ‘Gemeenten hebben geen stimulans om te voorkomen dat er verkeerd afval in de groene afvalbak belandt. Voor hen is het belangrijker dat de grijze bak minder vol raakt. Zo wordt het voor de afvalverwerker steeds ingewikkelder en duurder om compost van hoge kwaliteit te maken. Terwijl dat is wat je wil in een circulaire economie: hoogwaardige producten maken door te hergebruiken.’

Uit de schoorsteen van Attero in Moerdijk komt witte rook. Een volle afvalwagen rijdt het terrein op. Erachter ligt de haven, waar zo nu en dan een schip uit Engeland aanmeert. In Europa wordt nog steeds een derde van het restafval gestort. Tot in de jaren negentig gebeurde dat in Nederland ook nog, maar uit de afvalhopen komt veel methaan vrij, een agressiever broeikasgas dan CO2. De afvalverwerkers – toen nog in staatshanden – gingen daarom over tot verbranding. De Engelse gemeente Norfolk betaalt Attero om afval te importeren en hier te verbranden.

‘Je hebt veel mensen die zeggen: “Hé, over een paar jaar verbranden we toch geen afval meer?”’, zegt Corijn in de vergaderruimte. ‘Dat is een leuke gedachte, maar de afgelopen jaren zien we de hoeveelheid te verbranden restafval stijgen. Dat moeten we allemaal zien op te lossen voordat we richting een écht circulaire economie gaan.’

Een wirwar van vaak tegengestelde doelstellingen laat zien dat de klimaattransitie in Nederland nog een flinke uitdaging wordt. Gemeenten kunnen inzetten op schoner gft, maar lopen daardoor de kans de vang-doelstellingen voor restafval niet te halen. Er moet meer gerecycled plastic op de markt komen, maar de overheid houdt het bij vrijwillige afspraken. Subsidies voor het verstoken van biomassa leveren regelmatig niet minder, maar meer CO2-uitstoot op.

Het sde+ subsidieprogramma, waar kolencentrale rwe geld van krijgt, wordt volgend jaar uitgebreid. Onder de nieuwe noemer sde++ zal de focus behalve op duurzame energie ook op CO2-reductie liggen. Het afvangen van CO2 voor het de schoorsteen verlaat, bijvoorbeeld. Niet de fossiele industrie, maar juist de afvalsector verdient dit soort subsidies, vindt Corijn. ‘Sinds 1990 stoten wij zestig procent minder CO2 uit, terwijl de landelijke uitstoot hetzelfde is gebleven. Daarom zeg ik: verleid voorlopers met subsidies en straf achterblijvers met meer dwingende maatregelen. Het zou oneerlijk zijn als wij nóg meer moeten investeren in CO2-vermindering, terwijl anderen al die tijd hebben stilgestaan.’