Is zwarte piet racisme?

‘Kijk maar naar zijn dommige gedrag’

Ook dit jaar weer de vraag: kan zwarte piet nog wel? Want het is heus niet zo dat-ie zwart is van het roet. Hij is een slaaf. Toch mogen we het kinderfeest niet verstoren. ‘Alsof tradities per definitie onveranderlijk zijn.’

Medium zwartepiet

Vorig jaar 12 november werden dichter Quinsy Gario (28) en rapper Kno’Ledge Cesare (31) nationaal en internationaal nieuws toen ze in Dordrecht bij de landelijke sinterklaasintocht hardhandig werden gearresteerd. Hun vergrijp: ze droegen een T-shirt waarop stond ‘Zwarte Piet Is Racisme’. De politie had geen mede­dogen met zulke ‘oproerkraaiers’. Dordrecht had veel tijd en moeite in het kinderfeest gestopt. Toen Gario en Cesare later die dag vrijkwamen, werden ze het gezicht van een nieuwe protest­beweging tegen zwarte piet. Nu, een jaar later, kunnen de twee elkaar niet meer luchten. Ze wensen ook niet samen geïnterviewd te worden.

‘Cesare mist academische capaciteiten’, zegt Gario.

‘Gario denkt dat het allemaal om hem draait’, zegt Cesare.

Dit jaar zijn ze niet bij de landelijke sinterklaasintocht in Roermond. In de dagen daaraan voorafgaand laat Cesare nog in het midden of hij wel of niet aanwezig zal zijn. Hij wil iedereen verrassen. Tussen de omzichtige formuleringen door – ‘Er staan dingen op stapel. Wacht maar af’ – neemt hij een paar keer zijn telefoon op. Hij wordt platgebeld door journalisten die hopen op een stunt als vorig jaar.

‘Ik heb mijn taak volbracht’, verklaart Gario zijn afwezigheid in Roermond. ‘Mijn actie vorig jaar in Dordrecht was een kunstproject. Performance-art. Ik wilde een discussie op gang brengen, het bewustzijn vergroten over het racistische karakter van zwarte piet. Daar ben ik in geslaagd, dus ik hoef niet weer te protesteren. Ik wil ook niet dat mensen gaan denken: heb je hem weer.’

Na lang aandringen wil Gario wel toegeven dat hij de sinterklaasintocht in Roermond ook heeft laten schieten omdat het niet meer botert tussen hem en Cesare. Begin september hadden ze een paar voorbereidingen getroffen voor een protest in Roermond. Maar daar ging snel een streep doorheen toen Cesare en hij elkaar via social media van een te groot ego begonnen te betichten.

‘“Zwarte Piet Is Racisme” is mijn slogan, ik heb er copyright op’, zegt Gario. ‘Cesare heeft zich bij mij aangesloten omdat hij eindelijk dacht een podium gevonden te hebben om zichzelf belangrijk te maken.’

Ze botsten ook op ideologisch vlak. Cesare zegt dat hij een ‘civil rights movement’ wil opbouwen die zichzelf pas opheft als zwarte piet naar hun wens is veranderd. Gario zegt dat hij niks voelt voor zulk activisme. Daar heeft hij de slogan ‘Zwarte Piet Is Racisme’ niet voor gemunt. Hij wil bewustwording creëren met kunst. Het doel daarvan moet zijn dat de samenleving in haar geheel, en niet alleen een klein protestgroepje, naar een alternatief voor zwarte piet zoekt.

De breuk tussen Gario en Cesare is het duidelijkst te merken op Facebook. Daar zijn inmiddels twee officiële Zwarte Piet Is Racisme-pagina’s. Eentje wordt beheerd door Gario, de andere door Cesare. Op zijn pagina verklaart Gario op 13 november dat hij zijn ‘kunstproject’ Zwarte Piet Is Racisme eindigt omdat de discussie nu breder wordt gevoerd dan alleen binnen zijn eigen parochie. Cesare daarentegen plaatst op 22 november een bericht op zijn pagina waarin hij beweert dat Zwarte Piet Is Racisme gewoon doorgaat. Wie nu wel of niet namens Zwarte Piet Is Racisme spreekt, is onduidelijk. Wel duidelijk is hoezeer Cesare en Gario hun werk ondermijnen door persoonlijke onmin. Bijvoorbeeld: een alternatief sinterklaasfeest – te houden op 5 december in het Bijlmerparktheater en in samenwerking met Zwarte Piet Is Racisme – is geannuleerd omdat Gario en Cesare het niet willen bijleggen.

‘Cesare moet eerst alle shit weghalen die hij over mij heeft gezegd op Facebook’, zegt Gario.

Dat weigert Cesare te doen. Hij wil eerst toegang tot het officiële e-mailadres van Zwarte Piet Is Racisme.

Een van de weinige dingen waar Cesare en Gario elkaar nog wél in vinden, is de ruimhartige erkenning dat een groot deel van hun succes een cynische oorzaak heeft. Namelijk hun arrestatie. Beelden daarvan – inmiddels meer dan honderdduizend keer bekeken op YouTube – belandden al snel in de traditionele media. Op 3 december 2011 werd een uitzending van het programma Debat op 2 gewijd aan de vraag of zwarte piet wel of niet racistisch is. Gario en Cesare waren twee van de hoofdgasten. Presentatrice Ghislaine Plag opende met: ‘Een steeds grotere groep Nederlanders voelt zich zwaar gediscrimineerd door zwarte piet.’

Gario emigreerde op zijn achttiende met zijn familie vanuit Sint Maarten naar Nederland. De Ghanese Cesare kwam op zijn elfde in Nederland terecht. Allebei herinneren zich hoe ze in de eerste jaren zwarte piet als een leuke, beetje dwaze kindervriend bezagen. En allebei weten ze nog goed hoe dat beeld kantelde. Voor Gario begon dat in 2005 toen zijn moeder door een collega met een duidelijk denigrerende ondertoon voor zwarte piet werd uitgemaakt. Cesare was er wat eerder bij. Toen hij een paar keer werd uitgescholden voor zwarte piet legde de moeder van een Surinaams vriendje hem uit dat Sinterklaas’ knechtje gebaseerd is op een oud-koloniale visie op het zwarte ras. Gario, die toen al bezig was met spoken word poetry, begon in zijn werk het racistische karakter van zwarte piet te hekelen. Cesare deed hetzelfde in de raps die hij vanaf zijn veertiende schreef.

Begin 2011 ontstond in Amsterdam een informeel collectief van hoogopgeleide jongeren die elkaar vonden in hun overtuiging dat met zwarte piet een racistisch stereotype wordt gevierd. Cesare en Gario sloten zich onafhankelijk van elkaar bij dit groepje aan. Radicale acties om zwarte piet aan te pakken durfde de meerderheid niet aan. Ze kenden genoeg mensen die niet verlost raakten van het stigma een militante activist te zijn nadat ze het waagden om op de racistische oorsprong van zwarte piet te wijzen.

‘Ik werd er moedeloos van’, zegt Gario over de bangige houding van de mensen in dat naamloze collectief. ‘Ik stop mijn tijd in bullshit.’ Op 1 juni 2011 zou Gario voordragen op een poetry­slam in Utrecht. Daar, tussen dat keurig cultureel angehauchte publiek, diende zich de uitgelezen mogelijkheid aan om een punt te maken. ‘Het gebeurde de avond voor 1 juni. Ik bedacht dat ik een tekst moest laten drukken op een T-shirt. Maar wat? “Zwarte Piet Niet”? Toen kwam ik op “Zwarte Piet Is Racisme”. Dat is stellig. Het dwingt de lezer om te beargumenteren waarom het niet racistisch is. En elk argument, zo wist ik, zou ik met gemak kunnen weerleggen.’

Maar op de poetryslam kreeg hij een lauwe receptie. Goed dat hij vecht tegen racisme, maar is zijn reactie op zwarte piet niet een beetje overtrokken? Zijn slogan sloeg pas de volgende dag aan, toen een sympathisant een foto van zijn T-shirt op Facebook plaatste. Het werd een marketingsucces, een hebbeding. Jongeren, vooral zwarte, vroegen hoe ze aan een exemplaar konden komen.

Gario’s initiatief begon aan momentum te winnen. Een maand later, tijdens de viering van de afschaffing van de slavernij (Keti Koti, 1 juni) in het Amsterdamse Oosterpark, trok Cesare ook een ‘Zwarte Piet Is Racisme’-shirt aan en sloot zich aan bij Gario. In de weken en maanden daarop verschenen op de site zwartepietisracisme.tumblr.com steeds meer foto’s van jongeren – zwart en blank – die poseerden met hetzelfde T-shirt. Maar Gario en Cesare haalden hun grootste bereik op 12 november, toen hun arrestatie de wereld over ging. Ze zijn ervan overtuigd dat vanaf dat moment steeds meer mensen voor hun zaak werden gewonnen.

‘In kranten begonnen opeens artikelen te verschijnen waarin zwarte piet in verband werd gebracht met racisme’, zegt Gario. ‘Mensen die daarvoor nooit stil hadden gestaan bij zwarte piet schreven blogs waarin ze zich afvroegen of zwart geschminkte figuren nog wel van deze tijd zijn.’

‘Op de Facebook-pagina “Zwarte Piet Is Racisme” zijn intussen meer dan twintigduizend mensen met elkaar in debat gegaan’, zegt Cesare. Een ander klinkend bewijs van hun succes, vertelt Cesare, is de stellingname van John Helsloot, onderzoeker feest en ritueel aan het Meertens Instituut en academische autoriteit op het gebied van het sinterklaasfeest. Hij heeft zich dit jaar voor het eerst publiekelijk uitgesproken over zwarte piet. Eind maart begaf Helsloot zich in het hol van de leeuw: op een bijeenkomst van het Sint Nicolaas Genootschap in Montfoort hield hij een lezing met de titel Naar een afscheid van zwarte piet. Verdorie, in zo’n land wil ik niet leven, dacht Helsloot toen hij de beelden zag van Gario’s en Cesare’s arrestatie. Hij noemt het beslissend in zijn positiebepaling over zwarte piet.

Helsloot heeft een krap bemeten kantoortje op de tweede verdieping van het Meertens Instituut. Alle wanden zijn behangen met afbeeldingen en posters van sinterklaas en zwarte piet. ‘Ik heb er lang over gedaan om openlijk te zeggen dat zwarte piet racistisch is’, zegt hij. ‘Achteraf denk ik: hoe is dat mogelijk?’

Helsloot zoekt het antwoord op die vraag onder meer in de academische distantie die hij altijd tot zijn onderzoek naar zwarte piet heeft bewaard. Zwarte piet racistisch? Een dergelijk waardeoordeel past een wetenschapper niet. Nu realiseert hij zich dat het vooral een excuus was om niet verstrikt te raken in een emotioneel debat. ‘De meeste mensen kennen de geschiedenis van zwarte piet niet. Ze denken echt dat hij zwart is door het roet in de schoorsteen.’

Zwarte piet is geen eeuwenoude figuur, maar een bedenksel uit 1850. Helsloot vertelt dat hij is ontsproten aan de fantasie van de leraar Jan Schenkman. Schenkman schreef het boek St. Nikolaas en zijn knecht om het sinterklaasfeest – dat onder druk stond van het concurrerende kerstfeest – in een nieuw jasje te steken. Een van die vernieuwingen was de toevoeging van zwarte piet.

Helsloot heeft een digitale versie van het boek op zijn computer staan. Hij wijst naar de illustratie van een zwart, kroesharig ventje in een wit pakje. Volgens Helsloot was kunsthistorica Eugenie de Boer de eerste die vaststelde dat deze zwarte piet past in de toenmalige traditie van de page: een klein, zwart huisknechtje dat mooi werd aangekleed. Het was een teken van welstand als je er een had. In het beeld van die eerste zwarte piet is volgens Helsloot duidelijk zichtbaar wat de geldende verhouding uit die tijd was tussen zwart en blank. Die was er een van knecht en meester, slaaf en slavendrijver. Hoe kun je naar dit beeld kijken, vraagt Helsloot zich af, en er nog aan twijfelen of zwarte piet stamt uit een tijd dat zwarte mensen als ondergeschikt werden bezien? ‘In de loop van de tijd zijn de vooroordelen over zwarte mensen steeds grotesker weergegeven in zwarte piet. Kijk maar naar de dikke rode lippen, het dommige, kinderlijke gedrag. Dat beeld spiegelt een koloniaal en racistisch tijdperk. De huidige zwarte piet staat in die traditie. Dat valt niet te ontkennen. Het getuigt van een gebrek aan empathie en kennis als je niet wilt inzien waarom mensen zich daardoor gekwetst kunnen voelen.’

Op zijn bureau heeft Helsloot een stapeltje printjes met internetcomments die Cesare en Gario het afgelopen jaar voor de kiezen kregen. ‘Roetmop. Blijf van onze traditie af.’ Helsloot schudt zijn hoofd. ‘Ik vind dit wel ziek, hoor. De angst dat iemand aan onze tradities komt… alsof die per definitie onveranderlijk zijn.’

Helsloot twijfelt evenwel of Gario en Cesare echt hebben gezorgd voor een breed gedragen doorbraak in het denken over zwarte piet. Misschien mondjesmaat in stedelijke gebieden met een grote zwarte populatie waar de gevoelig­heden hierover meer aan de oppervlakte liggen. Maar dit jaar was hij bij de sinterklaasintocht in Roermond. Het debat over zwarte piet leek daar geen enkele weerklank te hebben gevonden. ‘Vreemd, ik heb Quinsy en Kno’Ledge dit jaar niet gezien bij de intocht. Of waren ze er wel en heb ik ze gemist?’

De eerste protesten tegen zwarte piet klonken al in de jaren zestig. In 1968 stelde ene mevrouw M.C. Grünbauer naar analogie van het Witte Fietsenplan het Witte Pietenplan voor, ‘want in wezen stellen wij met zwarte piet een neger voor aan onze kinderen en wel op een manier, die hun hun hele leven bijblijft’.

Vanaf de jaren tachtig, met de komst van Surinaamse en Caribische Nederlanders, werden de protesten talrijker en luider. Velen hadden vaak zonder negatieve bijgedachte in hun thuisland het sinterklaasfeest gevierd. Pas in Nederland, vaak na zelf voor zwarte piet uitgemaakt te zijn, werden ze zich bewust van de twijfelachtige oorsprong van Sinterklaas’ knecht. Zwarte piet werd ook vaker twistpunt vanwege een algeheel gevoel van achterstelling door blanke autochtonen.

In 1981 verspreidde de Utrechtse Solidariteits Beweging Suriname affiches waarin mensen werden opgeroepen geen knecht in sinterklaaspakketjes te stoppen, want ‘de slavernij is al honderd jaar geleden stopgezet’. In 1986 stelde de Beweging Surinaams Links in een brochure onomwonden vast dat Sinterklaas een racist is en riep ze iedereen op om het sinterklaasfeest met sint noch piet te vieren. Er verschenen kritische publicaties: Al is hij zo zwart als roet: De vele gezichten van Sinterklaas en zwarte piet (1988) van Rahina Hassankhan; Sinterklaasje, kom maar binnen zonder knecht (1998) van Lulu Helder en Scotty Gravenberch. In 1996 ontstond het actiecomité Zwarte Piet = Zwart Verdriet dat ernaar streefde ‘dat het fenomeen zwarte piet binnen het sinterklaasfeest wordt geschrapt’.

De lijst van actiegroepen, publicaties en activisten is oneindig, weten Gario en Cesare. Ze hadden ze goed bestudeerd en lering getrokken uit hun succes en falen. Een duidelijke les die ze uit het werk van hun voorgangers trokken, was dat een eenzijdige eis om zwarte piet af te schaffen alleen maar averechts zou werken. De maatschappij laat zich niet zo makkelijk een traditie afpakken. Daarom zetten ze in op bewustwording. Laat iedereen eerst weten wat de geschiedenis is van zwarte piet, via social media, maar ook via de ontmoeting op straat.

Deze mix van diplomatie en mediastrategie leek succesvol. Maar Zwarte Piet Is Racisme is gedesintegreerd. Hierin herhalen ze een fout van hun voorgangers, aldus Gario. Hij kent de groepjes die aan onderlinge strijd ten onder gingen. Ze formuleerden nooit een haalbaar einddoel en maakten geen duidelijke afspraken over de werkverhoudingen.

‘Ik ben Zwarte Piet Is Racisme als kunst­project begonnen’, zegt Gario.

‘Hoezo kunstproject?’ zegt Cesare. ‘Wat is hier kunstzinnig aan? We hebben het in het begin alleen kunstproject genoemd om niet meteen in de slachtofferrol gedrukt te worden.’

De ervaring stemt Gario bitter. Hij verzucht dat hij het afgelopen jaar veel reputatieschade heeft opgelopen. De komende tien jaar zal hij wel die jongen blijven die het alleen maar over zwarte piet kon hebben. En hij weet zich beschadigd door de laster die Cesare over hem heeft verspreid. Hij zal nooit meer een samenwerking met anderen aangaan zonder vooraf duidelijke afspraken te maken. Op het moment ijvert hij – solo – voor de introductie van een Dutch Black History Month, naar Amerikaans voorbeeld. Een hele maand, juli, gericht op de geschiedenis van zwarte Nederlanders.

Cesare zegt dat hij in tegenstelling tot Gario nooit zal opgeven. Hij bedoelt daarmee dat Zwarte Piet Is Racisme voor hem geen afgerond ‘kunstproject’ is. 2013 moet het jaar van uitbreiding worden. Hij praat erover met de bezieling van een activist. Hij wil conferenties ­organiseren, college-tours houden, workshops geven – alles wat de verdwijning van het racistische karakter van zwarte piet dichterbij kan brengen. ‘Change’, zegt hij. Daar gaat hij voor zorgen.

Op 3 december 1999 reageerde cabaretier Freek de Jonge in een column in Het Parool nogal gepikeerd op voorstellen die toen klonken om zwarte piet minder aanstootgevend te laten zijn voor zwarte mensen: ‘Goed bedoeld gelul. Traditie is traditie omdat het traditie is en niet omdat het lijkt op traditie.’ Vorig jaar circuleerde er een foto op internet waarop Freek de Jonge een T-shirt vasthoudt. Daarop de tekst: ‘Zwarte Piet Is Racisme’.


beeld: Sabine Joosten/HH