Europese Literatuurprijs

Kijk naar buiten

De Schotse schrijfster Ali Smith werpt zich in het tweede deel van haar seizoenscyclus, Winter, op als grote verzoener.

Ali Smith, 4 juli 2018 © Leonardo Cendamo / HH

De feestdagen in de laatste weken van het jaar vormen het ideale moment voor familieconflict. Juist wanneer mensen samenkomen om stil te staan bij wat hen verbindt, wordt duidelijk hoe betrekkelijk en kwetsbaar die gemeenschappelijke kern is. Als er gereflecteerd wordt op het collectieve borrelen er ook fundamentele vragen op, die de sfeer tijdens een feestelijk diner flink onder druk kunnen zetten: wie zijn ‘wij’? En wie mag er bij ons horen? Waar liggen de grenzen van het onze, en mogen anderen die wel of niet overschrijden?

Daarom is kerstavond de uitgelezen setting voor het tweede deel van het seizoenskwartet van de Schotse schrijver Ali Smith (1962), Winter. Hoewel de auteur zelf beweert dat ze al jaren van plan was om een vierdelige romanserie over tijd en duur te schrijven, is het project door het moment van uitvoering onlosmakelijk verbonden geraakt met de Brexit. Het Engeland dat Smith beschrijft is namelijk uiteengevallen in twee kampen, Leave en Remain, die liever niets met elkaar te maken zouden hebben, maar veroordeeld zijn tot samenleven. Geen betere situatie dan een familiediner om deze spanning aan het licht te brengen en te ontleden, moet de schrijver gedacht hebben.

Smith heeft wel duidelijk een eigen draai aan deze gemeenplaats gegeven. In Winter staat een wat rommelige kerstlunch in de villa van Sofia Cleves te Cornwall centraal. Sofia is een nostalgische babyboomer die in eenzaamheid aan het aftakelen is. Ze krijgt bezoek van haar zoon Arthur, roepnaam Art, een copyrightbeschermer en blogger. Hij is kort daarvoor verlaten door zijn vriendin Charlotte, en omdat hij zijn moeder niet wil teleurstellen betaalt hij Lux, een meisje dat hij toevallig op straat heeft ontmoet, duizend pond om hem te vergezellen naar Cornwall en te doen alsof ze Charlotte is.

Hoewel deze opzet anders doet vermoeden, leidt Smith de Britse politieke verdeeldheid niet terug tot een generatiekloof. Er is namelijk pas echt sprake van wrijving wanneer Iris, de zus van Sofia, verschijnt. De twee vrouwen leiden totaal andere levens en hebben elkaar als gevolg bijna dertig jaar niet gesproken. Waar de blik van Sofia op het verleden is gericht, houdt Iris zich bezig met heden en toekomst: als twintiger was ze een ‘ban-de-bommer’, en als vrouw op leeftijd vangt ze bootvluchtelingen op in Griekenland. Deze twee levensvisies verbindt Smith impliciet met de twee kanten van het politieke conflict, die boven de geïmproviseerde lunch tot een frontale botsing komen. Het resultaat is een felle, maar door de hoge dosis ironische Britse humor ook bijzonder geestige discussie, die de kerstgedachte dreigt te verdringen.

Ondanks alle tweestrijd, politieke onrust en verdriet gaat het leven door

Maar na alle frictie komt er weer ruimte voor reconciliatie. De schrijver laat aan de hand van flashbacks zien hoe de levensverhalen van de zussen verbonden zijn, en beschrijft hoe ze ondanks hun onenigheid toch toenadering zoeken. Deze opeenvolging van botsing en vereniging is, samen met het spelen met verschillen en overeenkomsten, inmiddels te beschouwen als een centraal motief in het latere werk van Ali Smith.

Autumn (2016), het eerste deel van haar seizoenscyclus, draait om een langdurige, intieme vriendschap tussen een hoogbejaarde man en een jonge vrouw, die elkaar vinden in een gedeelde liefde voor kunst. Ook Winter culmineert in de ontdekking van verwantschap en de overstijging van schijnbaar tegengestelde posities. De zussen gaan ondanks hun meningsverschillen zorg voor elkaar dragen, en de onverschillige, bleue Art en de geharde Lux, voor wie als immigrant vrijwel niets vanzelfsprekend is geweest, blijken goede maatjes te kunnen worden. Smith scheert regelmatig langs de sentimentaliteit: als auteur treedt zij consequent op als een grote verzoener, die haar begrijpende, zachtaardige personages over hun rancune heen laat stappen, en daarbij niet terugschrikt voor een happy end.

Het zijn de opgewekte, springerige vertelstijl en de vele enerverende zijpaden die ervoor zorgen dat Winter nergens kitscherig wordt. Smith heeft het ogenschijnlijk simpele verhaal gelardeerd met essayistische uitweidingen over kunst en literatuur, waarin zij onder meer het werk van Shakespeare, Dickens, Barbara Hepworth en Charlie Chaplin nonchalant en scherpzinnig van nieuwe interpretaties voorziet. Zo reikt ze de lezer en passant prikkelende bronnen aan en verbindt ze haar roman met andere teksten, die Winter een extra betekenislaag geven.

En dan zijn er ook nog enkele excentrieke kleine subplots, zoals de passages over Sofia’s glasvochttroebeling in de vorm van een babyhoofd, de merkwaardige ontsporing van de blog ‘Art in Nature’ en de vastlegging van enkele sleutelmomenten uit de geschiedenis van vreedzaam protest in het Verenigd Koninkrijk.

Te midden van al deze overdaad wordt er in Winter ook een paar keer ingezoomd op de natuur, die zich gedeisd houdt maar voorbereidingen treft om in het voorjaar weer te herrijzen: ‘Dat is wat winter is: een oefening in je herinneren hoe je jezelf moet verstillen en dan hoe je weer flexibel tot leven moet komen. Een oefening in je aanpassen aan elke bevroren of gesmolten toestand die hij je brengt.’ Het trage, gedurige ritme van de seizoenen blijkt vooralsnog de belangrijkste constante in deze Brexit-romans te zijn. Kijk naar buiten, lijkt Smith te willen zeggen, ondanks alle tweestrijd, ondanks politieke onrust en verdriet, gaat het leven door. Zelfs in haar meest politieke romans verliest zij de schoonheid van de wereld nooit helemaal uit het oog.