Intocht van Sinterklaas in het Friese dorp Berlikum, 19 november © Olaf Kraak / ANP

Jerry Afriyie krijgt regelmatig e-mails met excuses. Vaak van mensen die hem eerder nare berichten hebben gestuurd en daarvan terugkomen. ‘Dat blijken dan mails of Facebook-berichten te zijn van zeven jaar geleden waarin ze mij of de organisatie allerlei ziektes toewensen of uitmaken voor het n-woord. Maar ze geven dan aan dat ze tot inkeer zijn gekomen en snappen waarom Zwarte Piet echt niet kan. Dat vind ik prachtig, het voortschrijdende inzicht.’

Afriyie is van het activisme van de lange adem. Hij weet dat wat hij doet, strijden voor kansengelijkheid en tegen racisme, niet binnen een week bereikt is. ‘Voor mij is doorzetten en dat je niet vandaag begrepen wordt helemaal niet erg. Daarom houd ik het ook lang vol. Bij sommige mensen valt het kwartje pas veel later en dat is ook logisch.’

Hij zegt het in het kantoor van Nederland Wordt Beter, gevestigd in wat ooit een wooncomplex was in de Bijlmer. Geen honingraatflats, waar de Amsterdamse wijk bekend om stond, maar een drie verdiepingen tellend labyrint dat lange tijd symbool stond voor alles wat verkeerd kan gaan aan stedenbouw, met veel criminaliteit en drugsoverlast. Wie nu rondloopt in Heesterveld ziet hetzelfde complex, maar de gevels, kozijnen en deuren zijn voorzien van verschillende kleuren verf en de naam is in 2018 omgedoopt tot Heesterveld Creative Community. Er zitten vooral kunstenaars en kleine culturele initiatieven. In de buurt zit horeca, er is leven op straat.

Achter de deur van een van de voormalige woningen huist Nederland Wordt Beter, de stichting die onder meer de Dag van Empathie organiseert. Ze is een van de twee organisaties achter Kick Out Zwarte Piet (kozp). Binnen laat een flipover waarop een evenement van minuut tot minuut staat uitgeschreven zien dat het stilte tussen de stormen is. Jerry Afriyie (41), de voorzitter en een van de oprichters, is de enige aanwezige. ‘Over twee jaar loopt het huurcontract af’, vertelt hij. ‘Bewust. We heffen onszelf op.’ Na vijftien jaar komt er dan een einde aan de acties van Nederland Wordt Beter en kozp bij intochten van Sinterklaas, en er zullen geen gesprekken meer plaatsvinden met scholen en bedrijven waarin het problematische karakter van Zwarte Piet geduldig wordt uitgelegd. ‘Dan kunnen we pas echt met elkaar in gesprek gaan, op een meer gelijkwaardige manier. Dat is tot nu toe niet mogelijk, omdat zwarte mensen niet als gelijke worden gezien en behandeld. Eigenlijk hebben we al die jaren daarvoor gestreden.’

Op zoek naar een nieuwe verstandhouding

Terwijl de regering voor enorme uitdagingen staat, lijkt de samenleving verdeelder dan ooit. Boeren staan tegenover stedelingen, klimaatactivisten tegenover klimaatsceptici, links staat tegenover rechts. Ook internationaal is de verdeeldheid groot. Hoe kan er een nieuwe verstandhouding ontstaan, over de tegenstellingen heen? Daarover gaat deze serie interviews met denkers en doeners.

Afriyie woont nu ruim 25 jaar in de Bijlmer. Het is de plek geworden waar hij thuis is. ‘Ik heb voor het eerst langdurige vriendschappen kunnen sluiten op de plek waar ik woon.’ Hij voelt zich onderdeel van de zwarte gemeenschap die daar worstelde met haar zelfbeeld. ‘Er was hier lange tijd sprake van zelfonderschatting. Het was gelukt om dit prachtige deel van Nederland te overtuigen van het feit dat wij gewoon niet beter zijn en altijd achteraan zullen sukkelen. Nou, daar wilde ik me niet bij neerleggen.’

De eerste elf jaar van zijn leven woonde hij bij zijn moeder en oma in Ghana. Zij leerden hem dat iedereen gelijk is en dat hij zich vooral niet moest laten intimideren door mensen ‘die kunnen vliegen’, hoger staan op de sociale ladder. Hij zag in Ghana dat zwarte mensen ook hoofdarts of rechter konden worden. ‘In Nederland zie je dat bijna niet. Ik begon me af te vragen waarom. Niemand kan mij wijsmaken dat een zwart persoon geen rechter of hoofdarts kan worden. Er is niets wat een wit persoon kan wat een zwart persoon niet kan, we zijn allemaal hetzelfde als we dezelfde kansen krijgen. Daar zat dus het probleem.’

Hij kwam als elfjarige in Nederland toen zijn ouders uit elkaar gingen. Hij ging bij zijn vader wonen. Afriyie was zo’n kind dat in Ghana al in discussie ging met volwassenen over de kerk en ander onrecht. In Nederland deed hij dat ook toen hij zelf met racisme te maken had en het bij anderen in zijn omgeving zag, zoals rond 5 december. ‘Ik kon niet niets doen, want ik zag dat zwarten in Nederland niet gelijkwaardig werden behandeld. Maar ik bereikte weinig, omdat ik vooral in discussie ging met tegenstanders. Ik wilde ze overtuigen.’

Van die strategie stapte hij, inmiddels dichter en rapper, in 2011 af, toen hij voor het eerst actie ging voeren. ‘We hadden het destijds al over institutioneel racisme. Maar hoe ga je in Nederland subtiel racisme op de werkvloer of binnen de overheid aanpakken als het niet eens wordt herkend als het letterlijk op iemands gezicht geschminkt zit?’ Daarom werd het een bewustwordingscampagne op straat, markten en uiteindelijk bij de intochten van Sinterklaas. ‘Ik dacht: ik ga met mensen in gesprek en vertel ze wat Zwarte Piet met mij en andere zwarte mensen doet, maar ik ga niemand proberen te overtuigen.’ De eerste persoon die hij sprak, vroeg na tien minuten om een T-shirt met ‘Zwarte Piet is Racisme’ erop en ging daarmee op de foto voor sociale media.

Sindsdien reist Afriyie het hele jaar door stad en land (‘er zijn inmiddels weinig mensen die de topografie van Nederland zo goed kennen als ik’) om met iedereen in gesprek te gaan die hem uitnodigt. Dat kunnen scholen of bedrijven zijn, maar er zijn ook huiskamergesprekken. Dan wordt Afriyie benaderd door iemand die in zijn of haar omgeving enkel tegenstanders vindt van de strijd tegen racisme. De voorman van kozp vraagt om wat snacks en drinken voor de sfeer en schuift dan in z’n eentje aan. Vaak verwachten ze een boze man, maar ze zien iemand die precies het tegenovergestelde is. Na een introductie van hem waarom hij dit allemaal doet, begint een gesprek. ‘Niet met het doel om iemand te overtuigen, want dan heb je toch bepaalde verwachtingen en daar komen weer teleurstellingen van als die niet uitkomen. Ik ben er namelijk van overtuigd dat weinig mensen mijn verhaal over wat anti-zwart racisme doet uit eerste hand hebben gehoord. Met die kennis mogen ze vervolgens doen wat ze willen.’

Het past in zijn pleidooi voor medemenselijkheid en empathie, twee woorden die geregeld vallen. ‘Ik probeer me te verplaatsen in mijn gesprekspartner: hoe zou ik me voelen als ik diegene was? Dan denk ik vaak: jouw vrienden, familie, docenten, de politiek vertellen al jaren dat er niets mis is met Zwarte Piet en dat in Nederland iedereen gelijk is. Het is niet raar dat jij daar dan in meegaat, zelfs wanneer iemand anders het tegendeel beweert. Maar dat ik mij in de ander kan verplaatsen, vrijwaart die ander niet van zijn verantwoordelijkheid.’

Jerry Afriyie © Robin Utrecht / ANP
‘Bij sommige mensen valt het kwartje pas veel later en dat is ook logisch’

Het zijn inmiddels bekende beelden: actievoerders van kozp die met geweld van de politie en van tegendemonstranten te maken hebben. Uit een rondvraag in 2019 van De Groene Amsterdammer bij gemeenten waar ze hadden gedemonstreerd bleek kozp zelf nooit geweld te gebruiken. En wie voor de grap eens op sociale media kijkt naar de racistische drek en bedreigingen die Afriyie dagelijks over zich heen krijgt, kan bijna niet geloven dat het over dezelfde man gaat die het over Nederland heeft als huis waar we met z’n allen in moeten wonen. ‘Dan kunnen we er toch beter voor zorgen dat we het allemaal goed hebben? Alles wat ik doe komt ten goede aan Nederland. Mensen denken vaak dat ik hier enorm aan verdien, maar de stichting komt rond van giften en donaties. Ik ben van de school dat je met activisme geen geld moet verdienen. Het moet jouw community helpen en is niet voor eigen gewin. Dat is in het verleden vaak misgegaan bij zwart activisme. Dus als mensen online weer zeggen dat kozp een verdienmodel is, moet ik altijd lachen, want ze hebben geen idee. Ik heb niet eens een koophuis of een rijbewijs.’

Afriyie krijgt veel haat over zich heen, omdat hij strijdt tegen Zwarte Piet en omdat hij kritiek heeft op het zelfbeeld van Nederland. ‘Nederland presenteert zich als een soort perfect cadeau van God, gaat de hele wereld over om te vertellen hoe alles moet en wat anderen allemaal fout doen. Maar als Nederlanders zelf op tekortkomingen worden gewezen, worden ze boos. Bijvoorbeeld dat niet iedereen hier gelijk is. Iedereen kan advocaat worden, maar vrouwen komen meer obstakels tegen dan mannen en mensen van kleur meer dan witte Nederlanders. Dat gaat er maar moeilijk in en wekt zelfs woede op.’

Toen Afriyie begon met zijn activisme had hij niet de illusie dat racisme uit Nederland zou worden verbannen. ‘Als dat een doel was, zou ik actie blijven voeren totdat ik bitter en verslagen was en niet meer wist wat ik met mezelf aan moest. Wij hebben altijd gezegd: we willen racisme denormaliseren. Het was net zo gewoon als fietspaden in Nederland en toch werd het ontkend.’

Kort nadat ze in 2011 de campagne Zwarte Piet is Racisme lanceerden, formuleerde Afriyie met Nederland Wordt Beter drie samenhangende doelstellingen om op alle niveaus bewustwording te creëren. ‘Meer en structureel les over ons koloniale slavernijverleden op scholen, zodat wij met een beetje kennis gesprekken kunnen voeren en we beter begrijpen hoe we als Nederland zijn geworden wie we zijn.’

De tweede doelstelling was: geen Zwarte Pieten meer, ‘want het is de meest zichtbare vorm van racisme’. En de derde is een nationale herdenking van het slavernijverleden. ‘Dat is onmisbaar als we volledig willen erkennen dat wij een verleden hebben waarin wij de daders waren. Dat moet politiek overstijgend zijn, zodat het niet uitmaakt wie er in het Torentje zit. Vervolgens kunnen we er een inhoudelijk gesprek over voeren. Dat is nu nog onmogelijk. Het gesprek dat we erover voeren is of we er überhaupt over moeten praten; het wordt nooit inhoudelijk.’

Met alle drie de doelen zijn ze een heel eind op streek. Steeds meer scholen en musea hebben op een educatieve manier aandacht voor het slavernijverleden, waar ook excuses voor komen, en steeds meer Pieten worden afgeschminkt. ‘Als we ons over twee jaar opheffen, weet ik zeker dat we racisme gedenormaliseerd hebben. Dat je niet je gezicht helemaal zwart maakt zonder dat een stem tegen je zegt: weet je het zeker? Als je ziet waar we vandaan komen is dat een fijn vooruitzicht.’

Een goed voorbeeld van het gegeven dat activisme werkt, waren de reacties vorige maand na de wedstrijd FC Volendam – FC Utrecht. Tientallen supporters van Volendam hadden zich verkleed als het hulpje van Sinterklaas en daarbij hun gezicht volledig zwart geschminkt. ‘Ik vind dat ontzettend vervelend. Dat hoort niet’, zei de trainer van Volendam. ‘Ik vind stierenvechten niet meer van deze tijd, want we hebben ons ontwikkeld als mens. En ik vind Zwarte Piet ook niet meer van deze tijd’, aldus zijn collega van FC Utrecht. Ook de televisiecommentator en spelers die ernaar gevraagd werden waren eensgezind: ze vonden het bespottelijk.

Wie dat tien jaar geleden had voorspeld, was niet serieus genomen. ‘Het is een lange weg geweest en we zijn er nog niet’, reageert Jerry Afriyie. ‘Kijk maar naar wat er in Staphorst is gebeurd.’ Daar zou kozp vorige maand demonstreren bij de intocht van Sinterklaas, omdat ze er weigeren de pietjes af te schminken. Ze werden opgewacht door tegendemonstranten, die hen met geweld tegenhielden. ‘Veel mensen denken dat we een soort achterhoedegevecht voeren, omdat er in delen van het land geen Zwarte Pieten meer zijn. Staphorst heeft de mensen wakker geschud.’

Afriyie zag dat van de discussie over het afschaffen van Zwarte Piet een Randstedelijke aangelegenheid werd gemaakt. Alsof het alleen daar zou spelen en de Amsterdammers de rest van het land de kwestie zouden opdringen. ‘Ik ben echt door het hele land geweest, van noord tot zuid en van oost naar west, om met intochtcomités te praten over het aanpassen van Zwarte Piet en ik kan je verzekeren dat aan al die tafels het sentiment hetzelfde was. Toen we voor het eerst in Amsterdam waren, zeiden ze echt niet: wat goed dat je het zegt, zo had ik het nog niet bekeken. Nee, ook daar kregen we te horen: het is traditie, dit is iets wat wij altijd hebben gedaan en je hebt geen idee met hoeveel liefde we het doen. Hoe kun je zeggen dat hier iets mis mee is?’

Om aan te tonen dat er door het hele land mensen tegen Zwarte Piet zijn, heeft kozp lokale afdelingen opgericht. ‘Als je nu naar een actie in het zuiden van het land gaat, word je toegesproken door iemand met een zachte g.’

Dat Afriyie door blijft gaan, is omdat hij zijn gemeenschap en daarmee Nederland verder wil brengen. En omdat hij genoeg ‘lieve en welwillende mensen’ tegenkomt. ‘De meeste mensen doen hun best, maar het is heel moeilijk om het juiste te doen. Ik kom ook in situaties waar ik bijvoorbeeld een transgenderpersoon verkeerd aanspreek. Als ik gecorrigeerd word, doe ik m’n best om het de volgende keer wel goed te zeggen. Waarom zou ik boos worden als ik daarop word aangesproken? Vraag je op z’n minst af: waarom is het belangrijk voor die persoon? Laten we beginnen met vragen stellen in plaats van conclusies te trekken. Al die mensen die boos zijn om genderneutrale wc’s. Hoe doen die mensen dat thuis? Hebben ze daar aparte toiletten voor vrouwen, mannen en kinderen? Die mensen die boos zijn op de NS, omdat ze niet meer “dames en heren” omroepen maar “beste reizigers”. Alsof dat iemand ook maar echt iets kan schelen. Nee, natuurlijk niet. Iedereen is al blij als de trein op tijd komt en je kunt zitten.’

Zelfs als we boos op elkaar zijn, zegt Afriyie, moeten we samen in het huis Nederland wonen. ‘Dan kunnen we er toch beter voor zorgen dat we met elkaar in gesprek blijven en begrip voor elkaar hebben? Daar gaat Nederland het meest van profiteren. Ik ben van mening dat het niet moeilijk is om te doen wat ik aan het doen ben, als je erin gelooft en als je graag wil. De rest is vanzelfsprekend, want je opereert niet vanuit wraak. Het stimuleert mij om dit gevecht figuurlijk aan te gaan en niet alles kort en klein te slaan terwijl ik daarna gewoon in hetzelfde huis moet wonen. In the end gaat het mij erom dat we verder komen dan waar we zijn en ik heb ten diepste het vertrouwen dat we dat kunnen.’