Toneel: Holland Festival

Kijk, zo kan het ook

De toneelpersonages bewegen en spreken (elektronisch versterkt) vanachter enorme glazen wanden in een kale ruimte met grijsblauwe vloer­bedekking. Afwisselend belicht in sfeervol clair-obscur en hard neon. Ze komen uit een verhaal van honderddertig jaar geleden, door de Noorse schrijver Henrik Ibsen geschreven.

Het stuk heet De wilde eend, Vildanden uit 1884. Het is hier een gewilde Ibsen, want in de afgelopen decennia maar liefst drie keer gespeeld (regie: Strijards, Rijnders en Maaike van Langen). Twee van de toneelpersonages zijn blind aan het worden. Die casual onthulde diagnose markeert de start van het ontpellen van een aantal levensleugens. De jongste van de personages, Hedvig, zal dat proces niet overleven. Wij kijken ernaar vanaf twee tribunes, in een enorme zwarte doos die is gebouwd in het Muziekgebouw aan het IJ. Voor de toneelliefhebbers is deze Australische Ibsen de opening van het Holland Festival 2013.

Ik had niet gedacht dat een toneelmaker me nog eens zo zou overrompelen en bijna verwurgen met een klassieker uit het modern-burgerlijke wereldrepertoire, als met deze The Wild Duck van het Bevoir-ensemble uit Sydney. De tekst is nagenoeg volledig herschreven naar de menselijke maat van individuen uit de 21ste eeuw. Ibsens geniale plot is intact gelaten. De vier aktes zijn verspijkerd tot tientallen korte scènes die met blackouts hard op elkaar zijn gesneden. Van de Ibsen-personages zijn alleen de zes centrale overgebleven. Twee grijsaards die met veel hoogmoed een aantal geheimen achter zich aan slepen. Twee mannen in de kracht van hun leven die van die geheimen het slachtoffer zijn geworden. Waaraan de een ’n hemeltergende argeloosheid heeft overgehouden. En de ander vooral haat die overslaat naar een verknipt soort idealisme. Ten slotte twee vrouwen. Een moeder met wie ooit werd gesold om een schande uit te wissen. En een meisje dat denkt haar vader te kennen en zich daarin vergist.

De bewerking van regisseur Simon Stone (28 is-ie!) en zijn compaan Chris Ryan heeft de vernuftige grondigheid waarmee in het Engelse taalgebied tegenwoordig klassieke plots worden omgewerkt tot intrigerende tv-series. Je kijkt er verbluft naar en realiseert je dat het een wonder is dat nog nooit iemand op dit idee kwam. En dan ook nog dat balanceren op de rand van een happy end dat nét niet wordt gehaald en de vertelling daarom nog droeviger maakt. De distantie van de quarantaine-opstelling – het glas en de metaalachtige vervorming van de stemmen – leidt tot een op z’n kop gezette werking van emoties en stemmingswisselingen. Het spelen gebeurt in een op ’t oog simpel naturel. Omdat het in een short-cut-montage wordt afgebroken én in de loop van de ultrakorte avond (vijf kwartier) aan nuancering en diepgang terrein wint, blijk je tegen het slot eigenlijk te hebben gekeken naar een kraakheldere soap, met diepgang en intelligentie. Inclusief een gedurfde epiloog (‘één jaar later’) die vlak voor ons, buiten de glazen cabine wordt getoond.

Het Holland Festival schijnt ooit opgericht te zijn om toneelvormen die ver van ons bed worden ontwikkeld naar ons toe te brengen met de fijnzinnige onderliggende mededeling: kijk, zo kan het ook. Wat dat aangaat kan het huidige Festival voor deze liefhebber al niet meer kapot.


The Wild Duck was alleen te zien tijdens het Holland Festival