Toneel - Driekoningenavond, een eindtijdkomedie

Kijken en bekeken worden

Hij is in dit stuk van Shakespeare in zijn eentje de elite. Een naast zijn schoenen lopende conservatieve man, Malvolio. Door zijn medeburgers wordt hij gruwelijk te grazen genomen. En hij zweert wraak.

Medium fry in performance

Driekoningenavond/Twelfth Night of: zie zelf maar, zo heet het stuk voluit. Het verhaal gaat ongeveer zo. Viola, een meisje van goede komaf, spoelt na een scheepsramp aan op een onbekend strand. Ze heeft een broer, Sebastian, die bij de ramp verdrinkt. Dat althans denkt Viola. Sebastian denkt hetzelfde over zijn zusje. Ze gaan elkaar nog zien. Maar dat is later. Viola vermoedt dat ze zich in dit vreemde land uitsluitend staande kan houden in de vermomming van een jongen, dus verkleedt ze zich en noemt zich vanaf nu Cesario. Hij biedt zich aan als klusjesjongen bij een graaf, Orsino, en wordt aangenomen. De eerste en enige klus: liefdeskoerier tussen Orsino en zijn buurvrouw Olivia. Viola/Cesario valt als een blok voor haar opdrachtgever Orsino. De door Orsino aanbeden Olivia smelt vervolgens voor de vermeende jongeling c.q. postillon d’amour. Dat wordt voor Viola/Cesario de gekmakende spagaat: uit nood speelt ze een jongen, maar ze houdt van haar baas, tot overmaat van ramp wordt de vrouw op wie haar baas verliefd is, tot over haar oren verliefd op háár! Over deze worsteling gaat het stuk.

Tenminste: onder meer. William Shakespeare had nogal wat kroegtijgers en bordeelschuivers onder zijn publiek. Die wilden best naar een klassieke romance kijken. Maar er moest ook wat te lachen zijn. Daartoe introduceerde de auteur twee opportunisten aan het hof van Olivia. De één, Tobias, haar oom, is permanent bezopen en in geldproblemen. De ander, Andrew, is rijk en mededinger naar de hand van Olivia. De twee mannen hebben één tegenstander, Malvolio, chef van Olivia’s huishouding, een hypocriete normen-en-waardenman, die een oogje heeft op zijn meesteres. Samen met huishoudster Maria nemen Tobias en Andrew deze Malvolio middels een geënsceneerde grap te pakken. En niet zo zuinig ook. Het geheel wordt van commentaar voorzien door de nar Feste. Aan het eind is er sprake van een happy end. Tenminste: iedereen doet enorm gelukkig, maar vrijwel niemand krijgt wat hij of zij echt wil. Er ontstaan daar huwelijken waar je nog niet dood bij in de buurt gevonden wil worden.

Twelfth Night or What You Will gaat onmiskenbaar over kijken en bekeken worden. Over de blik van een verliefde als de gelaatsuitdrukking van een gestoorde. Vaak klinkt de lofzang op mine eyes, al meteen in de openingsregels ‘O, when mine eyes did see Olivia first’. Er wordt qua thema’s en beelden driftig geleend bij klassieke voorbeelden, zoals Ovidius, Shakespeare’s lievelingsschrijver sinds hij op zijn veertiende Metamorfosen voor het eerst las. En natuurlijk wordt het spel met gender nergens eleganter, sierlijker en kwaadaardiger gespeeld dan in dit stuk. Zeker wanneer je bedenkt dat vrouwenrollen in Shakespeare’s toneeldagen worden gespeeld door boy actors, jonge-jongensspelers. Er dwarrelen beelden over androgynie door de tekst, Aristofanes’ beroemde verhaal uit Plato’s Symposium (‘ieder mens is een wederhelft’) lijkt bij het schrijven steeds binnen handbereik geweest. Vanwege de min of meer rechtstreekse toespelingen op jongensliefde is de tekst ook ‘berucht’ en tot diep in de negentiende eeuw veelvuldig gecensureerd. In het opvoeren van Twelfth Night lijkt in de late twintigste en in onze beginnende eeuw een soort kentering gekomen. Zeker nadat Engeland heeft afgerekend met de rabiate homofobie uit het tijdvak van Margareth Thatcher. Er ontstaat in de afgelopen vijftien jaar een bevrijdende nieuwe traditie om het stuk als fris herlezen op te voeren. Met als voorlopig hoogtepunt de all male cast in Shakespeare’s Globe in Londen, in 2002 en 2012. Met Mark Rylance als een grootse Olivia en Stephen Fry in de rol van Malvolio.

William Shakespeare en zijn toneeltroep zijn net verhuisd wanneer hij Twelfth Night schrijft. Hun oude toneelhuis, The Theatre, in het vochtige Noordoost-Londen, in de wijk Shoreditch (‘aan de kant van de sloot’), hebben de schrijver en zijn acteurs, na een pachtconflict met de grondeigenaren, plank voor plank afgebroken. Met dit kostbare eikenhout en een voorraad nieuw aangeschafte balken is in de amusementswijk Southwark, aan de overkant van de Theems, een nieuw en groter theater gebouwd. Die nieuwe ‘zaal’ is een achttienzijdig gebouw van drie verdiepingen. De ovalen binnenplaats (‘this wooden O’) in de openlucht, met daarin een kaal speelplankier, heeft een middellijn van ongeveer dertig meter. We weten niet wanneer dit nieuwe public theatre wordt geopend en ook niet met welk stuk. Het kan Julius Caesar zijn geweest, of Hamlet, maar het kan ook die andere komedie over sekseverwisseling zijn, As You Like It. Dat het gebouw opende met een tekst van William Shakespeare, staat nagenoeg vast. De schrijver wordt trouwens, met enkele van zijn sterspelers, ook housekeeper van het nieuwe toneelhuis, lees: mede-aandeelhouder, of liever: mede-eigenaar, onderdeel van een zakelijk collectief dat het gebouw gaat beheren en daar zeer rijk van gaat worden. Er passen drieduizend toeschouwers in, dat is ongeveer anderhalf procent van de bevolking van Londen. Wat we zeker weten is dat het theater The Globe gaat heten. Ze schijnen ook een motto voor het gebouw verzonnen te hebben: Totus Mundus Agit Histrionem – de hele wereld beweegt de toneelspeler. Voor minder deden ze het niet.

Shakespeare verwachtte veel van Twelfth Night of Driekoningenavond. Hij moest wel. De concurrentie was moordend. Er is in 1601/1602 een war of theatres aan de gang tussen toneelhuizen om de gunst van het publiek. De invloed van Shakespeare’s gezelschap is groot. Maar de reputatie van ensemble en auteur moet worden bevochten. Niks ligt vast. Zeker is dat niets zeker is. Hamlet en As You Like It zijn sterke eerste zetten in het nieuwe theater. Maar er moet volcontinu kwaliteit worden geleverd op het hoogste niveau.

Als stuk is Twelfth Night ook nog iets anders: een eindtijdkomedie, in hoge mate getekend door de laatste regeringsjaren van Elizabeth de Eerste, die in 1603 zal sterven. De sfeer is gespannen, er worden pogingen gedaan haar regering omver te werpen (bij een van die pogingen is het ensemble van Shakespeare zelfs indirect betrokken), er is onrust over de troonopvolging. Over Twelfth Night hangt de lome schaduw van achterom kijken en melancholie, het stuk lijkt op een gordiaanse knoop die wordt ontward door een nieuwe knoop te leggen, de handelende figuren zijn ziek van eigenliefde, de commentariërende nar komt ook niet veel verder dan dat de regen iedere dag weer naar beneden valt.

En dan is er nog die ene figuur waaraan het stuk veel van haar populariteit dankt: Malvolio. Door hem is deze tragikomedie ook een regelrechte afrekening. Al sinds het ontstaan van het volkstoneel in Engeland (tussen 1580 en 1590) zijn de toneelspelers geconfronteerd met de willekeur van puriteinse kleinburgers, ambtenaren en godsdienstfanaten in met name het stadsbestuur. Voortdurend wordt er tegen het toneel opgetreden en geageerd. In Twelfth Night neemt het vernederde en in de hoek gezette voetvolk wraak op de elite van zelfingenomen types als Malvolio. En die wraak is wrang, ruig en grof. Wanneer Malvolio in de slotscène weggaat, zweert hij wraak aan de wrekers, ‘op het hele zooitje van jullie allemaal’. Een kwart eeuw na de dood van Shakespeare wordt dat dreigement een feit: de puriteinen komen aan de macht en sluiten vanaf 1642 gedurende twee decennia alle theaters in Engeland. De Malvolio-plot in Twelfth Night werkt als een bittere profetie.

Het is een verre van gemakkelijk maar wel een heerlijk stuk. De Theatertroep, de jongste toneelformatie van Amsterdam, reeds jaren werkend zonder structurele overheidssteun, had Twelfth Night al een poos op de verlanglijst staan. Voor er één dag was gerepeteerd, werd de voorstelling aan 27 theaters verkocht. ‘Het is een hard stuk’, daarover zijn de leden van het collectief het eens. ‘Alle figuren zijn meedogenloos tegen elkaar. Er is nauwelijks vriendelijkheid. Net als in het echte leven. Bijna alle grappen zijn onderbuikbeledigingen. In de afwikkeling wordt niets ingelost. Een sleutelzin lijkt te zijn: de tijd moet deze kluwen gaan ontwarren. Oftewel: de tijd zal het leren. Een andere verklaring voor het menselijk handelen is er niet’. Het collectief werkt voor deze voorstelling samen met de toneelspelers Matthias de Koning (Maatschappij Discordia) en Damiaan De Schrijver (STAN), die fungeren als dramaturgen en als spelbegeleiders. Een collectief dat wordt geregisseerd? Hoe werkt dat? ‘Ze houden ons op koers, zoals ze ook elkaar op koers houden. Als wij in een paniekkramp schieten of gaan denken dat we beter voorbereid op de vloer moeten komen of eerder met bijvoorbeeld vormgeving moeten beginnen, dan remmen Matthias en Damiaan ons af. Alles op zijn tijd.’ Ze voegen daaraan toe: ‘In waar we nu zitten, ongeveer een maand voor we voor publiek gaan spelen, zeggen Matthias en Damiaan dat het verreweg het belangrijkste is dat we met elkaar leren spreken via Shakespeare. De grootste uitdaging is immers dat we straks de teksten uit Twelfth Night met elkaar gaan zeggen alsof we een goed en indringend gesprek aan het voeren zijn. Boven alles staat: speelplezier.’

In de derde acte arriveert Viola/Cesario voor de zoveelste keer aan het hof van Olivia. Er is een geanimeerd gesprek met nar Feste over wat voor werk een nar eigenlijk doet. Als Viola alleen is, richt ze zich tot het publiek.

Twelfth Night lijkt op een gordiaanse knoop die wordt ontward door een nieuwe knoop te leggen

‘This fellow is wise enough to play the fool,

and to do that well, craves a kind of wit.

He must observe their mood on whom he jests,

the quality of person, and the time,

and, like the haggard, check at every feather

that comes before his eye. This is a practice

as full of labour as a wise man’s art;

for folly that he wisely shows is fit,

but wise men, folly-fallen, quite taint their wit’.

Een kwart eeuw na de dood van Shakespeare komen de puriteinen aan de macht en sluiten alle theaters

In de vertaling van Dolf Verspoor:

‘Die is wijs genoeg om hier de gek te spelen.

Want wie dat goed doet heeft ze bij elkaar.

Je moet je prooi kiezen, zijn stemming peilen,

je tijd afwachten, en zijn zwakke punt,

en dan stort je als een havik op hem neer.

Het is een kunst, even bewerkelijk

als wijsheid is, en luistert nog veel nauwer.

Want gekheid, wijs gebracht, behoudt zijn kracht,

maar gek geworden wijzen zijn halfzacht’.


De Theatertroep, Driekoningenavond, van 10 januari t/m 3 mei, overal in het land, detheatertroep.nl

Beeld: Stephen Fry als Malvolio, Paul Chahidi als Maria en Mark Rylance als Olivia in Twel h Night, een Shakespeare’s Globe-productie, regie Tim Carroll (Joan Marcus)