Opheffer

Kijken en schrijven

Ik schrijf wel eens recensies over literatuur. Ik lees ook veel recensies over literatuur.

Nu lees ik de laatste tijd recensies over films. En als je recensies over films en die over boeken vergelijkt, dan kom je toch een paar opmerkelijke zaken tegen.

Op een of andere manier lijken filmrecensies minder belangrijk dan boekrecensies.

Dat is vreemd. Films hebben meer invloed. Er kijken meer mensen films dan er boeken worden gelezen.

Wat ook opmerkelijk is, is het gezag. Niet zozeer de schrijver van een filmrecensie heeft gezag, maar het medium waarin hij schrijft. Bij een boekrecensie zul je horen: «Max Pam heeft dit boek gekraakt.» Of: «Elsbeth Etty vond het groots.» Bij een filmrecensie hoor ik anderen veel vaker zeggen: «Parool gaf drie sterren, Telegraaf vijf.»

Wat me ook is opgevallen, is dat filmrecensenten, in tegenstelling tot boekrecensenten, elkaar niet bestrijden. Iedere filmrecensent vaart zijn eigen koers; er is niemand die hem controleert, verbetert, in de maling neemt. Bij literatuur recensenten is er altijd wel een of andere polemiek. Bij filmrecensenten eigenlijk niet.

Je kunt dit verklaren door het medium zelf. Willem Frederik Hermans heeft daar al eens op gewezen. Een schrijver wordt beoordeeld door iemand die zelf ook schrijft, maar een filmer wordt niet beoordeeld door een andere film. Hij wordt altijd beoordeeld in taal.

Schrijvers kunnen zich vaak opwinden over een recensent die niet kan schrijven. Die opwinding is terecht, want hoe kan iemand die zelf niet kan schrijven iemand op zijn schrijven beoordelen?

Bij film ligt dit anders.

Toen ik zei dat een heel slechte recensie (op een film waarvan ik het scenario had gemaakt) mij niet deerde omdat hij aantoonbaar erbarmelijk was geschreven, hoorde ik dat ik het me toch moest aantrekken. Want nogmaals: het ging niet om de kwaliteit van de recensie, het ging om het medium.

Sinds ik dat heb gehoord, houdt het me bezig.

Ik zou heel graag een stuk schrijven tegen de recensent van de slechte kritiek. Nu doe je dat niet, omdat het eigenlijk niet hoort — hoor ik steeds. Dus ik doe het ook niet. Maar ik moet ook zeggen dat ik niet goed zou weten tegen wat ik precies zou moeten polemiseren, anders dan dat het stuk zo slecht is geschreven dat ik niet precies begrijp wat de recensent bedoelt.

Ik vind dit frustrerend.

Daarom ben ik eens in de filmliteratuur gedoken.

Hoe wordt een film eigenlijk bekeken, waar wordt een film op beoordeeld?

Die boeken zijn erg wisselend van inhoud, moet ik u zeggen.

Eén ding staat vast: een Karel van het Reve is bij de film onbekend. Karel van het Reve heeft de onzin van de literatuurwetenschap haarfijn aangetoond. Zijn argumentatie zou gehanteerd kunnen worden in de filmwetenschappen, maar ik kan u zeggen dat dat nog niet is gebeurd.

Men blijft daar analyses geven van films met een gigantisch zwaarwichtig aplomb, terwijl die analyses eigenlijk nutteloos zijn, althans, als filmer of scenarist heb je er niets aan.

Ikzelf heb wel een paar schrijvers over film ontdekt die behoorlijk goed zijn. Die mensen hebben ook gezag, hoor ik van kenners. Maar wat vooral goed aan ze is, is dat ze voortreffelijk kunnen schrijven.

Blijkbaar is er toch een samenhang tussen goed kunnen kijken en goed kunnen schrijven.

Als je daar goed over nadenkt, is dat geheimzinnig.