Drei Farben van de Münchner Kammerspiele: zaterdag 13 en zondag 14 februari in de Stadsschouwburg van Amsterdam

Kijken, luisteren, niet meer oordelen

Theaterregisseur Johan Simons verhuist over een paar maanden van Gent naar München waar hij intendant wordt van de beroemde Münchner Kammerspiele. Samen met dramaturg Koen Tachelet bewerkte hij Trois Couleur, de laatste filmtrilogie van de Poolse filmer Krzysztof Kieślowski, tot een enerverend en tot nadenken stemmend stuk over de idealen van de Franse Revolutie.

Bij Johan Simons in München

Hij zit midden op het toneel te somberen, in een dikke, haveloze trui. Om hem heen krioelen allerlei mensen die achter elkaar aan zitten, elkaar bedriegen en ook zichzelf voor de gek houden. Het is een en al wellust in Rood, het slotdeel van Drie Kleuren. Jeroen Willems speelt daar nu eens niet een opstandige jonge man, maar een oude, uitgebluste rechter, die zijn werk heeft neergelegd omdat hij beseft dat hij toch niet objectief kan oordelen. Toch blijft hij op een perverse manier met mensen bezig. Hij luistert de telefoons van zijn buren af en beloert ze met een verrekijker. Hij weet meer van ze af dan hun naasten en zelfs dan zij zelf weten. Maar hij weigert in te grijpen. Dat heeft geen zin, zegt hij. Totdat hij besluit zichzelf bij de politie aan te geven, nadat hij heeft kennis gemaakt met een jonge vrouw die probeert op een fatsoenlijke manier met haar naasten, zelfs met een aangereden hond, om te gaan.

Het is het artistiek testament van de Poolse filmer Krzysztof Kieślowski, zijn filmtrilogie Trois Couleurs, die hij twee jaar voor zijn dood in 1996 heeft voltooid. De drie kleuren van de Franse vlag - blauw, wit en rood - corresponderen losjes met de idealen van de Franse revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Maar Kieślowski heeft geen loflied op die idealen gefilmd. Net als bij zijn tiendelige Tien Geboden laat hij eerder de tegenkanten van die idealen zien, zegt dramaturg en bewerker Koen Tachelet. Hoe het zoeken naar absolute vrijheid tot een ondraagbare eenzaamheid kan verworden. Dat er van gelijkheid in Europa absoluut geen sprake is. En broederschap? Mondt het menselijk samenleven niet eerder uit in wellust, perversie, bedrog? Net als de oude rechter die met vervroegd pensioen is gegaan, wilde Kieślowski in de laatste jaren van zijn leven wel kijken naar hoe mensen zich gedragen, maar niet meer oordelen. In 1988 zei hij tegen mij dat hij geen politieke films meer wilde maken, hij had genoeg van de politiek. Zijn films gaan over gewone mensen, die het zelf pijnlijk vinden, maar toch alle morele voorschriften voortdurend overtreden. Ook het toneelstuk Drei Farben laat ons zien hoe mensen ploeteren in het omgaan met hoge idealen, hoe ze meestal falen en soms heel af en toe, in een utopisch moment iets daarvan proberen te verwezenlijken.

Dat doet bijvoorbeeld Julie, hier heel mooi strak gespeeld door de jonge actrice Sylvana Krappatsch, in het eerste deel Blauw. Dat begint met een verschrikkelijke ramp in haar leven, een auto-ongeluk - op het toneel verbluffend spectaculair weergegeven - waarbij haar kind en haar man omkomen. Zij trekt zich uit de wereld terug en weigert het Concerto voor het verenigd Europa dat haar man heeft gecomponeerd uit te laten voeren. Zij wil vrij zijn, maar een dergelijke vrijheid is onmogelijk. Op een subtiele manier maken de bewerkers van het filmscenario dat duidelijk, door de relatie tussen Julie en haar dement wordende moeder te benadrukken. Julie wil alles vergeten, maar haar moeder is alles vergeten. Julie is haar kind kwijt geraakt, haar moeder herkent haar eigen kind niet meer. De moeder neemt afscheid van het leven, Julie moet langzaam leren weer naar het leven terug te keren. Zij is aan het einde bereid een onverwacht altruïstisch gebaar te maken.

Kieślowski geeft in zijn film aan dat het beter is dat het muziekstuk van de verongelukte componist wordt afgemaakt en gespeeld. Daarmee lijkt hij er postuum zijn fiat aan te geven, dat zijn films voor toneel worden bewerkt. Regisseurs Johan Simons en Koen Tachelet menen dat ze op dit moment door films en ook boeken te bewerken de vragen van deze tijd vaak beter aan de orde kunnen stellen dan door afgeronde klassieke of moderne toneelstukken op te voeren.

Johan Simons heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt in zijn persoonlijke leven en in zijn artistieke loopbaan. Hij is afkomstig uit een klein dorpje, wilde eerst balletdanser worden en toen toneelregisseur. Hij begon met Toneelgroep Hollandia toneel te maken op locatie in Noord-Holland: in kassen, op sluizen, in smederijen en in leegstaande fabrieksgebouwen, bijvoorbeeld een Griekse tragedie tussen de sloopauto’s. Samen met drummer en componist Paul Koek, dramaturg Tom Blokdijk en met acteurs als Jeroen Willems, Betty Schuurman, Elsie de Brauw en Bert Luppens maakte hij toneel dat niet alleen tegendraads was, maar ook indruk maakte en een soms bitter commentaar gaf op de machtsverdeling in de maatschappij. Via het Zuidelijk Toneel in Eindhoven kwam Simons als toneelleider naar Gent, waar hij van het NTG steeds meer een waarlijk Europees gezelschap wist te maken, door buitenlandse gastregisseurs, internationale co-producties, Europese tournees en doordat Simons zelf een in Duitsland en Frankrijk veelgevraagd regisseur werd over wie de Duitse kritiek met veel interesse schrijft, al hebben de Fransen nog altijd moeite met zijn niet-alledaagse alledaags lijkende toneel.

Daarom is het nauwelijks meer verbazend dat Johan Simons gevraagd werd intendant te worden van een van de belangrijkste Duitse toneelhuizen, de Münchner Kammerspiele, het stadstheater van München, een heel complex gebouwen aan de chique Maximilianstrasse in het oude centrum van de stad, met een fraai Jugendstiltheater, een theaterschool en twee kleine kleinere zalen voor beginnende regisseurs en voor theaterexperimenten.

München is een zeer rijke stad en je zou het de Europese stad bij uitstek kunnen noemen, gelegen precies tussen Noord- en Zuid-Europa en op de grens van West- en Oost-Europa. De Italiaanse invloed is er altijd groot geweest. Maar het is ook de hoofdstad van Beieren, een provinciaalse, Midden-Europese stad met nog altijd een dagelijkse markt waar de boeren uit de omgeving met hun verse producten naar toe komen. München heeft natuurlijk door de opkomst van Hitler een onaangename geschiedenis, waar men zich tegenwoordig steeds meer rekenschap van geeft, bijvoorbeeld door de bouw van een nieuw, ruwstenen synagoge-gebouw midden in de stad. Toch lijkt het proces over het vernietigingskamp Sobibor dat er nu plaats vindt in Nederland meer belangstelling te trekken dan bij de Münchenaars. ‘O, je bedoelt dat proces over die ontuchtzaak?’ zei iemand toen ik er naar vroeg.

Jeroen Willems zal niet vast aan het gezelschap in München verbonden zijn, maar af en toe als gast optreden. Hij is, zonder dat hij dat ooit zo heeft gepland, bezig aan een internationale carrière die hem overal in Europa brengt, met zijn solo Twee Stemmen, van Pasolini, nu in Parijs, in het Frans en met Quartett van Heiner Müller dat hij speelt samen met de Duitse actrice Barbara Sukowa. Deze zomer doet hij mee in een nieuw project van de Zwitserse regisseur Christoph Marthaler voor het Palais des Papes tijdens het festival van Avignon. Willems: ‘Ik heb nog geen idee wat het wordt. Toch is het vreemd steeds in andere talen dan het Nederlands te spelen. De taal ligt al zo anders in je mond. Je bent toch in het Frans enigszins een andere acteur dan in het Nederlands. Vaak is wat ik doe erg eenzaam. Soms verlang je er naar weer eens met anderen lekker samen te spelen.’

Er zijn voor het komende seizoen al spannende plannen bij de Kammerspiele. Koen Tachelet gaat een bewerking maken van een andere roman van Joseph Roth Hotel Savoye, die speelt vlak na de Eerste Wereldoorlog. Elfride Jellinek, behalve schrijfster ook pianiste, heeft de opdracht gekregen een tekst te maken over Die Winterreise van Schubert. Het is duidelijk dat men wil dat er in München een breuk komt met het al te degelijke klassieke toneel waar vooral het oudere abonnementspubliek naar toe komt. Dat geldt ook aan de overkant van de straat waar het Bayerische Staatstheater zetelt. Daar is met ingang van 2011 Martin Kušej benoemd als intendant, in Nederland vooral als operaregisseur bekend (van hem is nu een provocerende, antiracistische Fliegende Holländer te zien in Amsterdam waarover hij twee weken geleden in De Groene werd geïnterviewd).

Actrice Sylvana Krappatsch heeft nu al een aantal keren met Johan Simons gewerkt, zij speelde bijvoorbeeld ook de mismaakte, maar begaafde jongste zoon Menuchim in Hiob. In Drei Farben is zij Julie die haar man en kind heeft verloren. Zij vertelde mij om acht uur ’s ochtends, de dag na de voorstelling (zij had net haar eigen kind naar school gebracht): ‘Het gebeurt in het theater niet zo vaak dat je iemand ontmoet met wie je samen als partners kunt werken, in wederzijds vertrouwen. Bij Johan Simons is dat zo. Hij begint altijd met heel lang praten. Hij is een piekeraar en een twijfelaar. Dan zit hij met zijn hoofd op de tafel te brommen van: “Hoe moet dat nou? Hoe doen we dat?”Daar houd ik erg van, want die twijfel is er immers altijd. Direct daarna hoor dan weer zijn bulderende lach. Wij hebben bij hem allemaal het gevoel dat we deel hebben aan een gemeenschappelijk maakproces, dat het allemaal niet zo in kleine hokjes is ingedeeld. Het is steeds weer zoeken naar het mogelijk maken van het onmogelijke, steeds weer iets nieuws uit te vinden, iets te wagen, wat ook kan mislukken. Toen wij in Amsterdam Hiob speelden was dat voor ons een bijzondere ervaring. Hier in München werd het stuk vooral gezien als iets dat ver weg en lang geleden was gebeurd, het joodse werd meer als iets folkloristisch gezien. In Amsterdam was de intensiteit bij het publiek heel groot, het leek veel meer met het heden en de recente geschiedenis te maken te hebben. Ik hoop dat Drei Farben in Amsterdam ook zo wordt ervaren.’

  • -

Drei Farben van de Münchner Kammerspiele: zaterdag 13 en zondag 14 februari in de Stadsschouwburg van Amsterdam. Kaarten reserveren: 020-6242311 of www.ssba.nl