Mime - ITs Festival

Kijkend in dode ogen

We betreden de Rode Zaal van de Brakke Grond in Amsterdam langs een ‘opgebaarde’ mimespeler die voor lijk ligt en die ons met zijn dode ogen almaar niet aankijkt.

De bedenker van de solo Sterveling, Marinke Eijgenraam, bereidt een lijkwassing voor, terwijl de ziel van de ontslapene als een kopvoeter door de ruimte stuitert. Vlak nadat de bewassene in vet en kalk is gezet en in een nis is geschoven, wordt een vers lijk aangeleverd. De dood aarzelt zelden en heeft alle tijd. En opbaren, dat is een vak. Net als mime.

In ons land is mime als kunstvorm hoog ontwikkeld. Onder meer dankzij de onovertroffen mimeschool, uniek in zijn soort. Men beweegt daar, zo lijkt het, steeds meer in de richting van installaties, een soort veredelde tableaux vivants. Zoals de collectieve afstudeervoorstelling Our House, gemaakt onder leiding van het legendarische mimeduo Boogaerdt Van der Schoot. Op het toneel staat een fraaie kijkdoos, met rechts lamellen en links schuiframen, achterin een deur op het kettingslot, aan de muur een beeldscherm met een hond, midden een protserige bank. Voor, op, naast en achter die bank poseren zes met doorzichtige maskers gedeeltelijk geanonimiseerde figuren in steriele C

De voorstelling bestaat uit veertig (vijftig, zestig?) zwijgzame scènes, die op commando van een fel vegend gesis uit speakers worden aangelicht en na dertig seconden weer in het duister verdwijnen. Wie naar een verhaal zoekt kan lang speuren en vindt niks. Our House is een plotloze fototentoonstelling van lichtjes trillende, mompelende en a capella neuriënde stills. Het geheel eindigt in rook en in een catastrofe. Net als het interessant dreigt te worden, is het afgelopen. Knap gedaan zei iemand. Knap liegen is ook een vak.

Op afstand de meest indringende mimeperformance was Being Singular Plural. Een man en een jongen, schaars gekleed en dito uitgelicht, volvoeren een innige kus en draaien daarbij om hun as, staand op een klein oppervlak van rulle aarde. Het lijkt eindeloos te duren en is van een door de goden verlaten én bezeten eenzame schoonheid. Ecce Homo – zie de machine Mens, stilletjes voor zichzelf en met de ander ademen. Samen alleen. Daarna worden vier, met aarde bestrooide, houten panelen, die in keurige slagorde rondom hen klaarliggen, omhoog gezet en in elkaar gespijkerd. Een om het kussende paar heen gebouwde kist. Die tegen het eind wordt voorzien van een bovendeksel, een dakje. Fade out. Donkerslag. Wij worden daarna met een strenge blik van de timmerlui heengezonden. Beschrijvend kan ik er niks meer van maken. In de werkelijkheid van dat zaaltje was ik verpletterd, stil, verward, verdrietig, opgetogen. Francesca Lazzeri heeft het bedacht, Hidde Aans, Jan Taks, Fleur van den Berg en Harry ter Heegde voeren het uit, Paul Bruinsma zet er licht op, Bram van Gameren zet er geluid onder, Pauline Otten produceert.

Na deze scène kon mijn ITs niet meer kapot.


Als u dit leest zijn deze voorstellingen, in ieder geval voorlopig, niet meer te zien