De anti-Obama-beweging

Kikkers in kokend water

Afgelopen weekend hield de Tea Party Movement, een rechtse protestbeweging in Amerika, haar eerste nationale conventie. Sarah Palin sloot af: ‘Deze beweging is de toekomst van de politiek in Amerika.’

ELKE SPONTANE volksopstand heeft zijn eigen Paul Revere, de onbaatzuchtige zilversmid die in 1775 na een woeste, nachtelijke rit te paard de revolutionaire voormannen John Adams en John Hancock waarschuwde voor de komst van het Britse leger. Voor de Tea Party Movement is dit Rick Santelli. Deze tv-persoonlijkheid alarmeerde het Amerikaanse volk medio februari 2009 op businesskanaal CNBC voor het nieuwe plan van de regering-Obama om in de problemen geraakte huiseigenaren te helpen met het afbetalen van hun hypotheek. ‘Hypotheken van verliezers’, noemde hij die. 'President Obama, luistert u?’ brulde Santelli, om vervolgens aan te kondigen dat hij een Tea Party in Chicago ging organiseren. Zoals elke goede Amerikaanse patriot weet, is de Tea Party een referentie aan de 'Boston Tea Party’ uit 1773, toen Amerikaanse kolonisten protesteerden tegen door de Engelse koning opgelegde belastingen.
Het was, zoals Santelli later zou erkennen, een schot uit de heup geweest, een spontane opwelling. Maar nog geen vier uur later was de website officialchicagoteaparty.com in de lucht. Enkele weken later hadden verspreid door het land de eerste Tea Party-protesten plaatsgevonden.
Ook de moderne revolutionairen protesteren tegen belastingen, of beter, tegen toekomstige belastingverhogingen - 'Tea’ staat voor Taxed Enough Already. De Tea Partiers zijn boos. Over de miljardensteun aan de banken en de bonussen die de banken vervolgens doodleuk uitbetaalden. Over Obama’s economische stimuleringsplan. En over de Democratische plannen voor hervorming van de gezondheidszorg. Want wie moet dat allemaal gaan betalen? Precies: de gewone man, via extra belastingen.
Tegen de lente van 2009 begon de populaire Fox News-presentator Glenn Beck zich met de beweging te bemoeien. Mede dankzij diens niet-aflatende promotie vonden de inmiddels beruchte anti-overheidsprotesten van 12 september plaats. Op die dag marcheerden honderdduizenden demonstranten door de straten van Washington DC, waarbij Obama werd uitgemaakt voor onder meer racist, fascist, moslim, socialist, marxist, dief en leugenaar.

IN DE TENNESSEE-BALZAAL van het Gaylord Hotel in Nashville, in de zuidelijke staat Tennessee, verzamelen zeshonderd Tea Partiers zich voor een meet and greet. Het is de eerste dag van de National Tea Party Convention en de activisten, afkomstig uit alle uithoeken van het land, snuffelen elkaar onwennig af. Sommigen hebben wel eens op afstand met elkaar contact gehad, maar de meeste mensen zien elkaar voor het eerst.
Op het oog is dit een uiterst homogeen gezelschap. Nagenoeg iedereen is blank, als er tien kleurlingen rondlopen is het veel. En bijna iedereen is boven de veertig, vaak de zestig ruim gepasseerd. Vrouwen zijn licht in de meerderheid. Kortom, ongeveer dezelfde demografische samenstelling als de demonstranten van 12 september. Maar zo baldadig als de beweging die dag aan de wereld verscheen, zo keurig en ingehouden gaat het er nu aan toe.
Veel van de conventiedeelnemers waren erbij in Washington en zijn nog steeds ontstemd over de manier waarop de media toen over de demonstratie berichtten. 'Ik liep samen met mijn zus mee’, zegt bijvoorbeeld Nancy Thompson uit Ohio, met haar 28 jaar een jonkie op deze conventie. 'We hebben geprotesteerd tegen bankbonussen, tegen universele gezondheidszorg, en weet ik niet wat nog meer. Toen ik thuiskwam werd ik op tv door oud-president Jimmy Carter een racist genoemd. Kijk, sommige mensen hebben misschien extreme dingen geroepen, maar die mensen zijn niet representatief voor de beweging. De Tea Party gaat over fiscale verantwoordelijkheid, transparantie en de grondwet.’
Thompson, die zichzelf een libertariër noemt, is voor het eerst actief in de politiek en vraagt zich af waar ze de tijd vandaan gaat halen: 'Ik heb een drukke baan als recruiter voor farmaceutische bedrijven en ik heb een kind thuis. Daarnaast zijn mijn man en ik Foster-ouders van drie tieners uit de South Side van Chicago. Die vergen ook aandacht.’
Inspiratie put ze uit Sarah Palin, de Republikeinse kandidaat voor het vice-presidentschap in 2008: 'Als Sarah het kan met vijf kinderen, waarvan één gehandicapt, dan kan ik het ook.’
Even verderop zoeken Jeff, een software-ontwikkelaar uit Texas, en Roger, eigenaar van een bedrijf dat charterboten in het Caribisch gebied exploiteert, naar raakvlakken. Dat wil niet meteen vlotten, zeker niet als Roger vertelt dat hij in 2008 voor Hillary Clinton had willen stemmen, iemand die Jeff niet kan luchten. Opnieuw blijkt Sarah Palin, hun beider heldin, uitkomst te bieden. 'Ik drink op president Palin’, zegt Jeff. 'Proost.’
Palin kan niet stuk bij de Tea Partiers, getuige de ongevraagde steunbetuigingen, het ingeburgerde gebruik van haar stopwoord youbetcha en de overvloed aan 'Team Sarah’-buttons en T-shirts. Ook het gerucht dat Palin voor haar speech, op de laatste dag van de conventie, honderdduizend dollar ontvangt, lijkt geen hond iets te kunnen schelen. 'Dat zou ik ook doen’, zegt Roger. 'En ze heeft beloofd het geld te besteden aan de conservatieve zaak.’
Ook Judson Phillips, organisator van de conventie, ziet geen enkel probleem in Palins gage. 'We opereren binnen de geest van vrij ondernemerschap’, zegt hij op de eerste dag. 'Dat is toch waar we allemaal voor zijn?’ Die geest waart ook rond in de wandelgangen van de conventie, waar onder meer boeken, in Amerika geproduceerde kleding en verzilverde broches en amuletten in de vorm van theezakjes worden verkocht ('slechts 89 dollar en 90 cent, de tweede is halve prijs’).
De theejuwelen vinden gretig aftrek bij de Tea Partiers. Dat blijken voor het merendeel middle class Amerikanen te zijn, dikwijls gepensioneerd, die nooit eerder actief waren in de politiek en gemotiveerd worden door oprechte zorgen over het land waarvan ze zo houden. Er wordt bijna geen zin uitgesproken waarin de woorden vrijheid, grondwet of fiscale verantwoordelijkheid niet voorkomen. Een enkeling doet dit in het kostuum van een soldaat uit de Amerikaanse Revolutie. Zoals William Temple uit Georgia, die in zijn woonplaats Brunswick een Tea Party-groep leidt. Met luide toneelstem citeert hij te pas en te onpas de Amerikaanse grondwet. Na een dag krijgen zelfs de tv-crews, altijd op zoek naar sappig beeld, genoeg van hem.

DE SPREKERS op de conventie blijken in hun uitspraken vaak extremer dan de deelnemers, hoewel deze voor elke gedurfde uitspraak wel steeds een staande ovatie over hebben. Tom Tancredo, die in 2008 nog als anti-immigratiekandidaat voor het presidentschap opging, opent de conventie met een aanklacht tegen het multiculturalisme van Obama, die volgens hem gekozen is door mensen die het woord 'vote’ nog niet eens kunnen spellen. In diezelfde speech stelt hij voor om kiezers aan een 'civiele geletterdheid’-test te onderwerpen, een middel dat ten tijde van de rassensegregatie werd gebruikt om zwarten uit het stemhok te weren.
Joseph Farah, oprichter en hoofdredacteur van de uiterst rechtse nieuwssite WorldNetDaily, noemt zichzelf 'geobsedeerd door de grondwet’. Hij blijkt ook geobsedeerd door de legitimiteit van het presidentschap van Obama: 'Zelfs de geboorte van Jezus van Nazareth was beter gedocumenteerd.’ Farah houdt zijn gehoor voor dat 'conservatieve, echte Amerikanen zich al twintig jaar als kikkers in kokend water bevinden’. De enige manier om daaruit te geraken is culturele oorlogvoering. 'We moeten de culturele instellingen heroveren, de scholen, de universiteiten, de media en de kerken. Zijn jullie daartoe bereid?’
Wie dergelijke toespraken een paar dagen achtereen aanhoort, realiseert zich dat de Tea Partiers in een geheel eigen realiteit leven. Het is een wereld waarin communisme een reëel gevaar is - in tegenstelling tot klimaatverandering, dat geringschattend de Green Scare wordt genoemd; waarin de aan Ivy League-universiteiten opgeleide elite bezit heeft genomen van Wall Street, Washington en de media; waarin Fox News fair & balanced is; en waarin Sarah Palin eloquent en 'echt’ is, terwijl Barack Obama een huichelaar is die zonder teleprompter niet uit zijn woorden komt.
Niet elke speech is bedoeld om de mensen zuiver in de leer te houden. Zo is Tim Fitton, directeur van de conservatieve corruptiewaakhond Judicial Watch, aanwezig om de conventie te vertellen hoe zijn organisatie corruptie in Washington bestrijdt. Tot instemming van de Tea Partiers heeft Fitton het net zo goed voorzien op Democraten als Republikeinen: 'Wist u dat ik nog nooit heb meegemaakt dat een Republikeins parlementslid een ethische klacht tegen een Democraat indiende, en vice versa? Dat komt omdat ze allebei even corrupt zijn.’ Een deel van zijn praatje gaat op aan juridische tips voor Tea Partiers die hun volksvertegenwoordigers willen wippen, want 'u bent het die ze moeten vertegenwoordigen in Washington, niet de big business’.
Op de voorlaatste avond wordt de documentaire Generation Zero uitgezonden. Stap voor stap wordt uitgelegd hoe Amerika sinds de jaren zestig ten prooi is gevallen aan een cultuur van hebzucht en narcisme, die uiteindelijk zou leiden tot de financiële crisis van nu. Beelden van gelukkige Amerikaanse gezinnen in de suburbs vloeien over in die van halfnaakte lsd-trippers in Woodstock en president Bill Clinton die zijn stagiaire Monica Lewinsky omarmt. Hier en daar stroomt een traan, klinkt een snik. Een vrouw slaat een arm om de schouders van haar man. Zo vinden de zeshonderd Tea Partiers troost in gedeelde smart over het verlies van het verleden en angst voor de toekomst.

DE TEA PARTY begon zich voor het eerst met lokale verkiezingen te bemoeien in november, in het 23ste district van de staat New York. Dit van oudsher conservatieve district had tijdens de laatste presidentsverkiezingen voor Obama gestemd. Reden voor het lokale Republikeinse partijbestuur om een gematigde kandidaat aan te wijzen, Dede Scozzafava.
Het leek een verstandige keuze. Volgens de eerste peilingen zou Scozzafava de verkiezing op haar sloffen winnen, met ruime voorsprong op de Democraat Bill Owens en Doug Hoffman, kandidaat van de zeer rechtse Conservative Party. Totdat de Tea Partiers zich begonnen te roeren. Scozzafava bleek voor abortusrechten en het homohuwelijk, en niet noodzakelijkerwijs voor belastingverlagingen. Kortom, ze was 'geen echte conservatief’. Tea Partiers gingen van deur tot deur om de kandidatuur van de conservatievere Hoffman te bepleiten. Drie weken later trok Scozzafava zich terug.
Het betekende de eerste overwinning voor de Tea Party, maar wel een met ongewenste gevolgen, want de Democraat won vervolgens de verkiezing. De activisten leerden echter snel, zoals twee weken terug bleek in Massachusetts, waar de Republikein Scott Brown dankzij de inzet van de lokale Tea Party de senaatszetel van wijlen Edward Kennedy overnam. Brown steunt abortus- en homorechten, maar is fiscaal conservatief. Dat was nog altijd beter dan de Democraat in kwestie, zo redeneerden de Tea Partiers, en Browns winst betekende ook dat de Democraten hun zogeheten 'supermeerderheid’ in de Senaat kwijt zijn - met als gevolg dat de zo door de Tea Party gevreesde hervorming van de gezondheidszorg geparkeerd is.
Zo ontdekte de beweging dat ze middels lokaal activisme een grote rol kan spelen op nationaal niveau. Tegelijkertijd is men zich bewust van het eigen amateurisme. De Tea Party Movement is een echte grassroots-beweging: van onderaf opererend, drijvend op de inzet van betrokken burgers. Een van de doelen van de conventie is om het politieke spel beter in de vingers te krijgen.
Met bijna aandoenlijke gedrevenheid storten de deelnemers zich op werkgroepen als How to Involve the Youth in the Conservative Moment en Collaboration in the Cloud-Applied Technology in the Tea Party Movement. Deze laatste werkgroep, verzorgd door Mark Skoda, leider van de Tea Party in Tennessee en tevens conventiewoordvoerder, verloopt teleurstellend. De meeste tijd gaat op aan instructies voor zoeken met Google en het sturen van groep-e‑mails.
Als opmaat naar de afsluitende toespraak van hoofdspreker Sarah Palin voert men de discussie: hoe moet het nu verder met de Tea Party-beweging? Een vrouw uit Maine stelt een platform voor, waarin onder meer wordt opgenomen dat Tea Party-kandidaten moeten beloven dat ze alleen voor wetten zullen stemmen die ze gelezen hebben. Een ander stelt voor om het woord 'conservatief’ niet meer te gebruiken, omdat dit vaak misbruikt wordt. 'Patriot’ zou beter zijn, want iedereen weet wat dat is: 'Iemand die zijn land terug wil.’
Beide voorstellen halen het niet. Als er al iets definitiefs uit de discussie komt, dan is het dat de Tea Party Movement zich verre moet houden van sociale kwesties als homorechten, religie of abortus. Daar zijn andere groepen voor. De beweging is het effectiefst als ze zich beperkt tot het strijden voor fiscale verantwoordelijkheid, de grondwet en transparantie in Washington. 'Wie niet doet wat het volk wil, stemmen we weg’, roept een man dreigend. Democraten én Republikeinen, wees gewaarschuwd.
Ook lijkt men het erover eens dat het geen zin heeft om naar de stichting van een derde partij te streven. Dat de beweging geen specifieke leider heeft, is juist positief. 'De Amerikaanse Revolutie had toch ook geen leider?’

AAN TAFEL strijden twee mannen van gepensioneerde leeftijd om de aandacht van hun disgenoten. De een wil graag voorgaan in gebed, de ander heeft enkele citaten opgeduikeld van James Madison, een van de stichters van de Amerikaanse Republiek, die hij met de tafel wil delen.
Aan deze ietwat infantiele strijd om aandacht komt een abrupt einde als Sarah Palin de zaal in loopt om een vorkje mee te prikken alvorens ze de conventie toespreekt. 'Typisch Sarah’, stelt Mandy uit New Orleans verheugd vast. 'Ik was bij haar boeksigneersessie en toen sprak ze ook gewoon met de mensen.’
Nadat iedereen uit volle borst, met hand op het hart, het volkslied heeft gezongen (niet voor het eerst dit weekend) en de zaal en groupe om kracht heeft gebeden (ook niet voor het eerst), bestijgt Palin onder luid gejoel het podium.
Meteen wordt weer duidelijk hoe getalenteerd de politicus Palin is, wat haar tekortkomingen ook mogen zijn. Palin geeft de Tea Party precies wat ze wil horen. 'Amerika is rijp voor een volgende revolutie’, zegt ze bijvoorbeeld, waarmee ze de eerste uit een reeks staande ovaties verdient. Ze sneert naar de elites en hun minachting voor gewone, eerlijke Amerikanen, die een 'commander-in-chief verdienen, geen professor-in-chief’. (Obama doceerde in de jaren negentig constitutioneel recht aan de University of Chicago.) Ook laat ze niet na te benadrukken hoe belangrijk het tiende artikel van de Amerikaanse grondwet is, waarin de beperkte rol van de overheid wordt omschreven. Het tot 3,8 biljoen gestegen begrotingstekort noemt ze 'generationele diefstal’.
Ze besluit haar optreden op hoge toon, zoals het een Amerikaanse populist betaamt: 'Ik zal leven, ik zal sterven voor het Amerikaanse volk. Deze partij die we Tea Party noemen, deze beweging, is de toekomst van de politiek in Amerika.’
De Tea Partiers danken Palin met een ondubbelzinnig verzoek of ze zich in 2012 kandidaat wil stellen voor het presidentschap: 'Run Sarah Run!’