De eenmansguerrilla van Kostas Vaxevanis

‘Kill the messenger. Zo gaat dat in Griekenland’

De Griekse journalist Kostas Vaxevanis werd wereldberoemd door het publiceren van de Lagarde-lijst met rijke belastingontduikers. Dat kwam hem duur te staan. Maar zijn strijd gaat door. ‘Onze democratie is in gevaar.’

‘Op dit moment word ik het meest bedreigd door stilte. Voor een onderzoeksjournalist is niets erger dan doodgezwegen worden. Ik ben niet bang voor mezelf, maar wel voor onze democratie. Die is in gevaar.’ Kostas Vaxevanis praat als een vermoeide robot. Hij heeft dezelfde woorden de afgelopen maanden eindeloos herhaald. Tegen buitenlandse verslaggevers, want de Griekse pers wil niets van hem weten.

Sinds de eerste publicatie van zijn eigen blad Hot Doc eind mei vorig jaar over de schandalige praktijken van een grote Griekse bank onthult hij het ene megaschandaal na het andere. Niets wordt door zijn collega’s overgenomen, niets krijgt een vervolg. Hij heeft inmiddels twee internationale journalistieke prijzen gekregen, maar geen Griekse krant of zender rept erover. ‘Terwijl wij Grieken, chauvinistisch als we zijn, er altijd als de kippen bij zijn om het van de daken te schreeuwen wanneer iemand in het buitenland iets heeft gewonnen’, lacht hij.

Vaxevanis ziet eruit als een doorrookte oorlogsverslaggever – baardstoppels, donkere kringen, woest haar – maar hij heeft nog nooit één sigaret opgestoken. Ooit was hij inderdaad bijna de enige Griekse war correspondent, in het Midden-Oosten en in de oorlog van Joegoslavië. Nu zit hij in een heel ander gevechtsgebied: in eigen land. Hij wordt zwartgemaakt, gesaboteerd, vervolgd, afgetapt, bedreigd, aangevallen en er zijn pogingen tot inbraak geweest – geen ‘gewone inbraak’. Het is alsof hij in een slechte Amerikaanse B-film terecht is gekomen. ‘Dat is ook het probleem. Niemand kan geloven wat ons overkomt. Sommige dingen schrijven we niet eens meer op, dan nemen mensen ons niet meer serieus.’ Het gaat vooral om hem, maar hij spreekt consequent over ‘wij’: het Hot Doc-team en hijzelf.

We zitten in het nieuwe kantoor van Hot Doc, onder zijn eigen huis aan de uiterste rand van Athene, dicht bij de grote weg naar Lamia. Je komt er niet zo maar. Een taxi zet je af bij een bouwput. Dan moet je bellen en komt een jonge man je halen. Via een zandpad kom je bij een grote muur met een ijzeren deur, geen opschrift, geen naam, overal bewakingscamera’s en vier herdershonden.

‘We moesten weg uit het centrum, het werd daar te riskant. Door de enorme verkoop van de editie met de Lagarde-lijst hadden we eindelijk wat geld en heb ik met een bevriende architect de kelder van mijn huis tot redactieruimte omgebouwd’, zegt hij. Het huis staat in een idyllische buurt, weelderige bougainvillea, hoge bomen. Een flink terras, daaronder een half af zwembad – het geld is op. Van binnen klinkt geroezemoes van twaalf redacteuren die geconcentreerd telefoneren of typen in een frisse werkruimte.

Kostas Vaxevanis (47), zoon van een bouwvakker en een huismoeder, studeerde ooit wiskunde en werd per ongeluk journalist. Dat was in 1988, het jaar dat de Griekse charismatische linkse premier Andreas Papandreou – oprichter van de sociaal-democratische Pasok die in 1981 met een landslide de eerste linkse verkiezingsoverwinning in de geschiedenis behaalde – voor de rechter stond wegens verduistering van veel geld. Hij werd vrijgesproken, maar het kwaad was geschied. Het Griekse volk wist altijd al dat rechts corrupt was, en opeens vervloog de hoop dat links wél deugde.

‘Dat jaar was bepalend voor mij’, zegt Vaxevanis. ‘Links was bezoedeld, het volk bestolen, de kiezers waren verraden. De mensen zochten naar democratie. Want dat vergeten jullie in het noorden: Griekenland heeft nooit échte democratie gekend. Zelfs na de laatste junta was onze democratie kreupel, hinkte ze op één been. Papandreou beloofde van alles, de verbeelding was aan de macht, de toekomst zagen we door een roze bril. En opeens waren er politieke nouveaux riches, populisme, iedereen eigende zich de democratie toe en uit naam van de democratie werden er misdaden begaan. Papandreou werd gesteund door de krant Avriani van een bevriende tycoon. Daarmee is de ongezonde relatie van belangenverstrengeling tussen de Griekse politiek en de pers begonnen. Avrianisme vierde hoogtij, het was meer dan populistisch, fascistisch bijna. Rechts en links bleken beide verrot. Het werd een soort burgeroorlog: alles werd door de tegenstander bepaald. If you are not with us, you are against us. In die zin heeft Griekenland nooit de Verlichting doorgemaakt. Als jonge journalist dook ik meteen die diepte in, ik vertrouwde niemand meer.’

Wantrouwen en wiskunde – ‘dat is een filosofie, een way of life, en die heb ik altijd behouden’ – werden dé ingrediënten van Vaxevanis’ journalistiek. De scherpe kritiek op het hedendaagse Griekse journaille komt uit zijn poriën. Vaxevanis weet waarover hij het heeft, want hij heeft gewerkt voor bijna alle Griekse kranten die ertoe doen en voor de meeste radio- en tv-zenders. In 2011 en 2012 leverde hij als buitenproducent met zijn bedrijf To Kouti Pandoras (de doos van Pandora) nieuws en achtergrondreportages aan de ert, de Griekse staatsomroep.

Vaxevanis wil er niet meer aan denken: ‘Iedere week was een ramp. Telkens weer dreigde onze reportage niet uitgezonden te worden. Omdat bijna al onze reportages gingen over schandalen rond ministers, parlementariërs of banken. Vroeger, toen ik voor commerciële zenders werkte, had ik ook vaak problemen. Dan belde er wel eens een minister of een politicus met de directeur omdat iets hem niet was bevallen, en werd ik op het matje geroepen. Dat liep soms met een sisser af, soms niet. Maar het probleem met de ert was dat er niet eens ministers of parlementariërs belden, nee, de directeur besloot helemaal zelf dat onze reportage niet uitgezonden kon worden. Je reinste zelfcensuur. Om gek van te worden.’

Toen van de 36 reportages er uiteindelijk maar twaalf werden uitgezonden, na slaande ruzie, besloot Vaxevanis dat het genoeg was geweest. Hij nam zijn hele onderzoeksteam van jonge whizzkids mee en begon een eigen blad, met zesduizend euro, in print en online. Direct bij het verschijnen van het eerste nummer op 24 mei 2012 begon de ellende. Hot Doc had een paar dagen van tevoren in een persverklaring aangekondigd dat het zou berichten over het grote bankschandaal – over leningen zonder garanties, duistere offshore compagnieën et cetera. Prompt kwamen er op 23 mei op websites, blogs en zelfs in kranten foto’s in de openbaarheid van een cheque met de handtekening van Vaxevanis: het bewijs dat hij vijftigduizend euro zou hebben ontvangen van de eyp, de Griekse Inlichtingendienst.

Het was een geslaagde operatie om Vaxevanis zwart te maken. De eyp wordt gehaat en gevreesd in Griekenland, omdat ze voor, tijdens en na de junta vooral linkse en communistische Grieken vervolgde en het leven zuur maakte. Iedereen die ook maar iets met de eyp heeft te maken is verdacht en deugt niet. Vaxevanis heeft van alles gedaan om zijn naam te zuiveren: vlammende stukken geschreven, eigenaren van blogs voor laster en valsheid in geschrifte aangeklaagd – niets hielp. Zijn aanklachten werden consequent door de officier van justitie ‘niet ontvankelijk’ verklaard, terwijl aanklachten tégen hem wel werden geaccepteerd. De rest van de pers nam niets van Hot Docs onthullingen over, maar van het eerste nummer werden meteen 22.000 exemplaren verkocht. Dat is veel voor Griekenland, daar kan een blad van bestaan.

Ondertussen gebeurden er rare dingen. Telefoons bleken afgetapt, Vaxevanis werd gevolgd. Er struinden vier mannen in zijn tuin rond die door de honden werden opgemerkt. De politie werd ingeschakeld, maar die ging naar een verkeerd adres, dus konden de indringers ontkomen. Dát veroorzaakte enige reuring in de media, die zich haastten te melden dat juist in die buurt ‘de laatste tijd veel inbraken waren’, wat niet waar was. En Hot Doc werd door banken onder druk gezet en zelfs bedreigd. Vaxevanis: ‘We hebben vanaf het begin gezegd dat we geen advertenties van de overheid of van banken accepteren. Dat vonden de banken niet leuk. Het is nu zo erg dat als een bank hier in een krant adverteert die krant geen kritiek meer op die bank kan hebben. In alle Griekse kranten zie je nu advertenties op de plaats van reportages en onthullingen. Er bestaat een zieke belangenverstrengeling tussen bankiers, zakenmensen, industriëlen, politici en journalisten. Voor alles heb je licenties van de overheid nodig. Als je een simpele kiosk wilt openen, of een souvlakitentje, dan kan dat alleen met een licentie voor een paar jaar. De commerciële zenders hebben slechts jaarlijkse licenties. Ieder jaar weer moeten ze bij de politiek bedelen om verlenging. Als ze kritiek hebben op de politiek krijgen ze die niet. De ert is sowieso al een doorgeefluik van de politiek, omdat de directies daar direct politiek benoemd zijn. En zo doet geen enkele journalist hier wat hij moet doen: de macht controleren en misstanden van de macht aantonen. En niemand maakt zich boos of is ongerust. Onverschilligheid alom.’

In de zomer belde plotseling een dame naar Hot Doc die zei dat ze Vaxevanis wilde spreken en dat het ‘om een kwestie van leven en dood’ ging. Vaxevanis noemt haar Maria. Maria was bang. Bang omdat ze in iets verzeild was geraakt wat wel eens slecht zou kunnen aflopen, niet alleen voor Vaxevanis, maar ook voor haarzelf. Na intens beraad luisterde de redactie van Hot Doc naar haar verhaal: over dat zij de vrouw was die de handtekening op de eyp-cheque had vervalst; over huurlingen uit Macedonië die het op Vaxevanis’ leven hadden gemunt; over een paar ex-geheim-agenten van de eyp én de Macedonische Inlichtingendienst die voor zichzelf waren begonnen en in opdracht van een bankier – ‘Big Guy’ – niet alleen Vaxevanis met valse documenten zwart moesten maken, maar ook een Duitse journalist van Reuters; over gepleegde (bij Reuters) en geplande (bij Hot Doc) inbraken; over dat de bank voor de groep waarmee ze samenwerkte een kantoor had gehuurd naast het kantoor van Hot Doc, toen nog in Ambelokipi, centrum Athene, en hoe ze van daaruit Vaxevanis aftapten en bespiedden; over hoe ze opdracht hadden gekregen drugs in de auto te leggen van een voormalige werkneemster van de bank die van plan was om met belastend materiaal over de praktijken van die bank naar buiten te komen. En over nog veel meer. Ook over plannen en operaties om een paar andere journalisten en zelfs politici in diskrediet te brengen.

Maandenlang werkte het Hot Doc-team in het diepste geheim aan het verifiëren van Maria’s verhaal. De vrouw had voor alles bewijzen: officiële en vervalste documenten, papieren waarop ze de handtekening had geoefend, cheques van de eyp die ze had gekregen om te vervalsen, foto’s van de auto van de klokkenluidster op een eiland waar heroïne geplant moest worden, boottickets naar dat eiland, zelfs opgenomen gesprekken op cd’s waarin haar ongure collega’s van alles beramen en bespreken.

Vaxevanis praat door mijn ongeloof heen: ‘Alles is vastgelegd bij een notaris. We hebben het hele dossier in september aan de officier van justitie gegeven. Maria zit in een witness protection program ergens buiten Athene. Daarna hebben we het hele verhaal, voorzover dat kon, zonder namen te noemen in Hot Doc gepubliceerd. Nee, de naam van de bankier kan ik je niet vertellen, dat is aan justitie.’

Van justitie heeft hij nog steeds niets gehoord. Heeft de Griekse pers na publicatie van dit verhaal weer geen kik gegeven? ‘Nee. Geen krant, geen zender heeft er aandacht aan besteed. Alleen de pers in het buitenland. En onze volgers op Twitter en Facebook. Zonder steun van buitenlandse kranten en sociale media zouden we nergens zijn.’

September 2012 was een drukke maand. De maand waarin Vaxevanis ook werd benaderd door ‘iemand’ die de zogenoemde Lagarde-lijst in handen had. Niemand wist toen nog van het bestaan van die lijst, terwijl andere landen in de zuidas van Europa van Christine Lagarde – nu voorzitter van het imf, indertijd de Franse minister van Financiën – eenzelfde soort lijst hadden gekregen. Dat was drie jaar terug. Ene Falcani, werknemer van de Zwitserse bank hsbc, was vertrokken met bestanden van de bank waarop de namen, rekeningnummers en geldsommen stonden van burgers onder de olijfboomgrens. Potentiële belastingontduikers. Falcani had de informatie op niet geheel koosjere wijze toegespeeld aan Lagarde, die ze op haar beurt in de vorm van lijsten op een usb-stick haar Zuid-Europese collega’s had doen toekomen.

Italië, Spanje en Portugal zijn er onmiddellijk mee aan de slag gegaan en hebben voor miljarden aan belastinggeld teruggehaald. In Griekenland raakte toenmalig minister van Financiën Papaconstantinou – getrouwd met een Nederlandse vrouw – de lijst kwijt. Vaxevanis had er ook nog nooit van gehoord, tot hij de lijst met 2059 Griekse namen en bijbehorende gegevens in handen kreeg. Nee, niemand weet hoe dat is gegaan, alleen die persoon en hijzelf, knipoogt hij. En nee, hij heeft hem nooit persoonlijk ontmoet. ‘Maar ik denk dat ik weet wie het is. Ik ken zijn motieven niet, maar ik geloof dat ze zuiver en correct zijn’, zegt Vaxevanis ernstig.

Vaxevanis viel van zijn stoel. Op de lijst stonden naast de namen van onbekenden namen van Griekse zakenmensen, projectontwikkelaars, politici, journalisten, advocaten, oud-ministers, oud-staatssecretarissen, familie van mensen in de regering. En alle eigenaren van de Griekse commerciële tv- en radiozenders bleken met de lijst verbonden te zijn. Hij had een bom in handen. Want hoe zouden de Grieken reageren op al die namen van uitgerekend díe mensen die hun salarissen en pensioenen kortten, hun veel te zware en steeds maar weer extra belastingen oplegden, terwijl ze zelf hun geld in het buitenland hadden weggezet?

Na alles wat Vaxevanis had meegemaakt, kon hij zich geen enkele fout permitteren. Hij begon met een paar bekenden te bellen die ook op de lijst stonden. Zij bleken te weten dat de lijst bestond, want de hsbc had, nadat ze had ontdekt wat Falcani had gedaan, één voor één al haar klanten gebeld om ze te waarschuwen en aan te bieden hun rekening te sluiten. Velen hadden dat inmiddels ook gedaan. En verder zwegen ze als het graf. Maar tegen Vaxevanis konden ze niet ontkennen. ‘Misschien omdat ze al lang hun rekening hadden opgeheven en zich veilig waanden? Maar dat maakt natuurlijk niets uit. Ze hebben ze wel gehad. Veel van die rekeningen waren rekeningen om geld door te sluizen. Dat is veel gebeurd in de aanloop naar de Olympische Spelen in Athene in 2004, waarbij de Griekse elite zich schaamteloos heeft verrijkt. Dat moet allemaal onderzocht worden. Dat je nu maar tienduizend euro op je rekening hebt, wil niet zeggen dat het morgen niet vijf miljoen kan zijn, of dat het ooit vijftig miljoen is geweest.’

Vervolgens zette Vaxevanis zijn hele team aan het telefoneren, want een paar bevestigingen voldeden niet. Dagen en nachten lang hebben ze ongeveer duizend mensen gebeld, alle gesprekken opgenomen, alles gedocumenteerd. Er werd overlegd met advocaten en juristen en een strategie bepaald. Iedereen had zwijgplicht, niets mocht naar buiten komen voor het zo ver was. Hot Doc besloot om alleen de namen te publiceren, niet de rekeningnummers, laat staan de bedragen, want dat zou strafbaar zijn, schending van de privacy.

Vaxevanis heeft lachvonkjes in zijn ogen, even is hij een jongetje: ‘Tot op de dag van vandaag weet niemand hoe we het voor elkaar hebben gekregen die editie in het diepste geheim te drukken. De drukkerij waar dat gebeurde is van Bobolas, mediatycoon, eigenaar van de commerciële mammoetzender Mega. Het gebeurde op 28 september, diep in de nacht. Het gebouw was omsingeld en werd bewaakt door onze mensen, de werknemers en technici wisten van niets, behalve een paar vrienden die we daar hebben. Sommige exemplaren mislukten. Normaal gooi je ze weg, maar wij hebben ze onmiddellijk verbrand. We hebben de vrachtwagens zelf ingeladen, sommige begeleid om de boel te distribueren. We waren gesloopt, want we hadden al een week niet geslapen. Maar het liep gesmeerd.’

En toen barstte de bom. Vaxevanis hoorde dat hij gearresteerd zou worden nog voordat de editie van Hot Doc bij de kiosken was aangekomen. Hij ging naar een huis van kennissen om daar met zijn advocaten te overleggen. Omdat zijn telefoon werd afgeluisterd wisten de autoriteiten al snel waar hij uithing.

Vaxevanis, verbeten: ‘Het leek wel of ze met vijftig agenten waren gekomen. Ze waren agressief, hardhandig, alsof ik een crimineel was. En ze waren er ontzettend snel bij om mij te arresteren, in tegenstelling tot hoe laks ze reageerden op een parlementariër van de extreem-rechtse partij Gouden Dageraad, die een collega een klap in haar gezicht gaf en tegen wie aangifte is gedaan. Bij hem duurde het een week voor hij werd opgepakt. Ach, het is zoals The New York Times schreef: hier gaan ze niet achter de belastingontduikers aan, achter de big fishes, maar pakken ze de journalist die een en ander aan het licht brengt. Kill the messenger. Zo gaat dat nu eenmaal in Griekenland.’

De volgende dag werd Vaxevanis beschuldigd van het schenden van de privacy van de personen op de Lagarde-lijst. Hij werd voor de lenzen en microfoons van de voltallige buitenlandse pers meteen vrijgesproken. Zijn advocaten hadden tevergeefs aangevoerd dat er van alles niet klopte. Zo ontbrak de handtekening van de officier van justitie op de aanklacht en was er niet eens een exemplaar van Hot Doc als bewijs. Maar dat donderde niet. Pas ná de vrijspraak vond de officier van justitie plotseling ook dat er van alles mis was. Tegen alle regels in werd niet besloten tot een hoger beroep, maar tot een nieuwe rechtszaak, op 10 juni. Een novum in het Griekse recht. Het buitenland sprak er schande van, en voor een keertje zelfs een enkele Griekse krant.

De geest was uit de fles. De door de bezuinigingen krom liggende Grieken waren laaiend. Ze voelden zich tot op het bot belazerd. Hot Doc werd in één klap nationaal bekend en in het hele land verkocht. De regering kon de volkswoede niet meer negeren en besloot tot een parlementaire enquête, iets wat zelden gebeurt in Griekenland – en in tegenstelling tot andere landen achter gesloten deuren. Er werd gestemd, zodat alleen de oud-minister van Financiën Papaconstantinou van de conservatieve regeringspartij Nea Dimokratia onderzoeksobject werd en niet zijn opvolger Venizelos van de Pasok, ook in de regeringscoalitie, die de lijst eveneens een tijdje kwijt was en hem zelfs thuis bleek te hebben liggen. Maar liever proberen al die narigheid aan slechts één minister toe te schrijven, zodat het als een ‘incident’ kan worden afgedaan, dan riskeren dat de hele regering wordt meegesleurd.

Tot overmaat van ramp bleek na onderzoek dat de lijst van Papaconstantinou in Hot Doc niet overeenkwam met de originele lijst in Parijs. Op de lijst in Parijs stonden 2063 namen, op die van Hot Doc, uit de burelen van de minister, 2059. Onder meer drie namen van familieleden van de minister ontbraken. En dat gaf te denken. Papaconstantinou werd door de publieke opinie beschuldigd van het opzettelijk wissen van de namen van zijn familie en genadeloos door het slijk gehaald. Zozeer dat zijn vrouw in het Nederlands op Facebook haar echtgenoot nu blind en gepassioneerd verdedigt – niet handig terwijl de parlementaire enquête nog loopt. De minister zelf ontkent met de lijst gesjoemeld te hebben en beweert dat hij geframed wordt.

Vaxevanis trekt een vies gezicht: ‘Het gaat helemaal niet om die drie namen. Het gaat erom dat die lijst hier zomaar drie jaar kan verdwijnen. Terwijl Griekenland boven de afgrond bungelt en kinderen op school uit vuilnisbakken eten, laat de regering eventuele belastingontduikers vrijuit gaan. Dat is onverteerbaar.’ Hij verwacht niets van de parlementaire commissie. ‘Drie van de leden hebben zelf iets met de lijst te maken. Geen hond die daarover schrijft. De voorzitter van de commissie heeft ooit met justitie te maken gehad omdat hij voor bosbranden helikopters had gekocht voor drie keer de normale prijs. Hij zou berecht worden, maar dankzij de wet op immuniteit van diezelfde Venizelos die nu de dans is ontsprongen, is zijn zaak verjaard verklaard. Waar voor een gewone burger twintig jaar geldt, geldt voor een minister maar een jaar. Zo zal het ook gaan met Papaconstantinou. Ze zullen wel wat vinden, dan gaat-ie naar het hoogste gerechtshof en wordt de zaak verjaard verklaard. Het is een doofpotoperatie.’

Over zijn eigen rechtszaak op maandag 10 juni spreekt Vaxevanis strijdlustig: ‘Als ze me deze keer wel veroordelen, zal ik mijn straf niet afkopen, dan wil ik de gevangenis in. Dan zullen we wel eens zien wat er gebeurt. Dan voer ik actie van achter de tralies en de hele wereld zal naar Griekenland kijken.’

Inmiddels heeft zijn proces plaats gehad. Nogal een anticlimax: uitstel tot 8 oktober. Het verdiende wederom geen schoonheidsprijs. De belangrijkste getuigen van Vaxevanis ontbraken om gegronde redenen. Twee van zijn drie advocaten konden ook niet komen, één omdat hij nota bene werk moest verrichten voor de parlementaire onderzoekscommissie van de Lagarde-lijst. Het is gebruikelijk om in dit soort omstandigheden meteen uitstel te krijgen. Maar zowel de officier van justitie als de rechter eiste dat het proces zou doorgaan. Met de grootste moeite kreeg de enige aanwezige advocaat van Vaxevanis ten slotte uitstel. Vaxevanis: ‘Het had een haar gescheeld of ik was berecht zonder getuigen en zonder advocaten, en geen haan die ernaar had gekraaid.’

Opmerkelijk was dat er bij de rechtszaak anders dan de vorige keer bijna geen buitenlandse pers aanwezig was. Dus stortte Vaxevanis zich vorige week op Twitter en Facebook, foeterde hij op de nieuwssite van To Kouti Pandoras over oneerlijke behandeling en schending van het recht en dat de democratie weer eens met voeten was getreden. Geduldig stond hij zo veel mogelijk buitenlandse verslaggevers te woord. Maar het mocht niet baten. Alle wereldaandacht ging de volgende dag, 11 juni, uit naar de dramatische sluiting van de Griekse omroep ert. Premier Samaras van de conservatieve partij Nea Dimokratia besloot in z’n eentje, zonder overleg met zijn sociaal-democratische coalitiepartners Pasok en Dimar, om de 2656 ert-ambtenaren per direct naar huis te sturen door de omroep simpelweg te schrappen. Zo omzeilde hij slepende ontslagprocedures die in Griekenland nu eenmaal voor ambtenaren gelden.

’s Avonds drong de oproerpolitie zonder aankondiging de ert-gebouwen binnen om de stekker uit de zender te trekken. Verbaasde Grieken in het hele land zagen hun scherm op zwart gaan. Na middernacht moesten de zendmasten op het centrale omroepgebouw het ontgelden. Taferelen die aan de Duitse bezetting en aan de junta deden denken.

Volgens Samaras was de ert een ‘haard van ondoorzichtigheid, wanbestuur, fraude en corruptie en was dit de enige optie’. Ironie ten top, want alle voorgaande regeringen bezorgden na iedere verkiezingsoverwinning hun vriendjes en vriendinnetjes banen bij de directie van de ert. Samaras zelf had na de verkiezingen van juni 2012 28 personen voor topsalarissen bij de ert aangesteld.

Vaxevanis, die ooit gillend bij de staatsomroep wegliep, steunt nu de ontslagen ert-werknemers die de gebouwen hebben bezet en via internet blijven uitzenden. Maar het was toch een zichzelf censurerende laffe bende? vraag ik hem aan de telefoon. Het waren toch slaven van de regering? Is radicaal sluiten en met een schone lei beginnen niet de enige hoop voor een goed functionerende, journalistiek onafhankelijke Griekse omroep in de toekomst?

Vaxevanis, briesend: ‘Allemaal waar. Maar onder de verrotte directie werkte een handjevol bekwame en ijverige journalisten, programmamakers en technici die ondanks alles hun werk zo goed mogelijk probeerden te doen. Die zijn nu geofferd. Het gaat niet om onze omroep, het gaat om onze democratie. Dit is de zoveelste beslissing van de regering-Samaras die hij zonder debat in het parlement, zonder wetsvoorstel, per decreet heeft doorgedrukt. Ondertekend door de president. Net zoals dat ooit in de Weimarrepubliek gebeurde. De president had kunnen weigeren, maar hij is een deurwaarder geworden. Onze democratie is in gevaar.’


PS De rechter heeft vlak voor de deadline van deze editie uitgesproken dat de ERT (voorlopig) weer open moet. Een van de drie zenders gaat weer de lucht in