Hoofdcommentaar

Kille herfst

Naarmate de dag van de grote anti-bezuinigingsdemonstratie op het Museumplein dichterbij kwam en de prognoses van het aantal deelnemers naar boven werden bijgesteld, gaven de kolommen van de grote dagbladen een paar opmerkelijke verschuivingen te zien. In tal van commentaren werd met verbazing geconstateerd dat de vakbeweging, door menigeen zo goed als dood verklaard, zichzelf kennelijk nieuw leven had ingeblazen. Had de pers zo kort na de onstuimige en voor velen onverklaarbare opkomst van Pim Fortuyn wederom een belangrijke onderstroom in de samenleving miskend?

De voornaamste verschuiving werd zichtbaar bij De Telegraaf, die het gebruikelijke Lodewijkje-pesten op de binnenpagina’s binnen enkele dagen verruilde voor een uiterst beminnelijke houding jegens de vakbeweging, culminerend in de uitgave van afgelopen zondag die geheel gevuld leek met vrolijke demonstrantenverhalen, als betrof het de feestelijke viering van een overwinning door het Nederlands elftal. In zo’n geval is het oppassen geblazen want de krant is vele malen geraffineerder in het nastreven van zijn agenda dan alle progressieve media bij elkaar.

De verborgen boodschap van De Telegraaf van afgelopen zondag is een heel andere dan die de honderdduizenden betogers wilden afgeven, namelijk: deze demonstratie is volstrekt ongevaarlijk. En daar heeft de krant waarschijnlijk gelijk in. Demonstreren in Nederland is toch al geen pretje omdat het bij onze dichtgetimmerde coalitieverhoudingen zelden tot resultaat leidt (denk aan de kruis raketten) en de vakbeweging in het bijzonder heeft weinig reden om zich op de borst te kloppen. De betoging van afgelopen zaterdag op het Museumplein wekt bittere herinneringen aan de demonstratie van 5 oktober 1991 op het Haagsche Malieveld, gericht tegen de WAO-plannen van het derde kabinet-Lubbers.

De organisatie bracht destijds meer dan tweehonderdduizend (volgens optimistische schattingen zelfs 250.000) mensen op de been. Ook toen waren de verwachtingen hoog gespannen, temeer daar de Partij van de Arbeid in de personen van Wim Kok (minister van Financiën en vice-premier) en Elske ter Veld (staatssecretaris van Sociale Zaken) sleutelposten in het kabinet bezette. En ook toen kreeg de vakbeweging er in de hitte van de strijd veel leden bij. De «oorlogswinst», zoals het in vakbondskringen heet, bedroeg meer dan veertigduizend leden. Niettemin hield het kabinet voet bij stuk, de WAO-operatie werd ingezet en toenmalig FNV-voorzitter Johan Stekelenburg zou de Malieveld-demonstratie achteraf zijn «grootste nederlaag» noemen.

Dit precedent zou een waarschuwing aan het adres van de vakbeweging moeten zijn, met name van het FNV dat nu al bezig is het «actiefront» te versmallen door de aankondiging van politieke estafettestakingen waaraan CNV en MHP alvast niet zullen meedoen. Die stakingen treffen namelijk ook werkgevers die de zorgen van de bonden delen of ten minste bereid zijn te onderhandelen over het weg nemen van een aantal van die zorgen. Er zou de bonden juist alles aan gelegen moeten zijn om het kabinet tot hernieuwd overleg te dwingen en de werkgevers, die gebaat zijn bij arbeidsrust, aan hun kant te krijgen. Het ontbreekt er nog aan dat de bonden het treinverkeer een paar dagen stilleggen om het grote publiek eens lekker tegen zich in het harnas te jagen. Dan zijn we weer terug bij af, inclusief het Lodewijkje-pesten in De Telegraaf.

Een tweede partij die waarschijnlijk tevergeefs hoopt bij deze demonstratie en de daaruit ontstane hoop garen te kunnen spinnen, is de PvdA. «Geef een signaal,» toetert de partij-website: «Word nu lid van de PvdA.» Het is de webredactie kennelijk ontgaan dat de partij sinds 1991 bezig is zijn leden weg te jagen door niet op signalen van de straat in te gaan. Integendeel, de partij is bezig zichzelf op te heffen. Oud-minister van Onderwijs Jo Ritzen zei het vorig jaar nog eens onomwonden in NRC Handelsblad: «Ik denk dat steeds duidelijker wordt dat geen enkele partij meer bepaald wordt door een uitgesproken maatschappijvisie. Ze zullen allemaal in enige mate sociaal zijn en enigszins de marktwerking willen bevorderen. Het gaat dan vervolgens over de mix van die twee. De mensen willen een aantrekkelijke persoon die zij vertrouwen. Daar hoort geen lijstenstelsel en geen evenredige vertegenwoordiging meer bij.»

Waarom was de partij ook alweer opgericht? Om het socialisme in Nederland uit te tillen boven het niveau van de ongearticuleerde volkswoede en de willekeur van charismatische leiders die weliswaar in hoog tempo voor nieuwe aanhangers zorgen maar deze ook in even hoog tempo weer wegjagen. Daarom stapten de twaalf apostelen in de zomer van 1894 uit de Sociaal-Democratische Bond. Aanleiding was een motie van de afdeling Hoogezand-Sappemeer, door de meerderheid overgenomen, om onder geen beding mee te doen aan parlementaire verkiezingen. De apostelen beseften dat straatrumoer niet de sleutel is tot politieke machtsvorming, zoals de indieners meenden, maar dat het juist wijst op een gebrek aan politieke machtsvorming.

Dat geldt ook voor de demonstratie van afgelopen zaterdag. De grote opkomst is geen geneesmiddel tegen de beroerde toestand waarnaar de sociale zekerheid in ons land dreigt af te glijden, maar een symptoom van het feit dat de breed gevoelde onvrede hier over niet politiek wordt gearticuleerd. Het concept-beginselmanifest van de Partij van de Arbeid is zo nietszeggend dat de partij in elke willekeurige coalitie zou kunnen stappen. En het hoge gehalte aan doorstromers in de fractiegelederen geeft aan dat de partij eigenlijk al jaren niets liever wil dan dat, ongeacht de politieke voorwaarden. Als het politieke front van PvdA, GroenLinks en SP even snel uiteenvalt als het vakbondsfront, gaat Nederland in tegenstelling tot alle overspannen commentaren van vorige week een kille herfst tegemoet.