FILM

Killer yobs

Eden Lake

Wat een angstwekkende thriller is Eden Lake wel niet, een film die je inpalmt, langzaam, intens, en vervolgens in je hoofd en lijf gaat zitten door de viscerale visualisering van de horror én de politieke relevantie van de thematiek. Het is een film over de wreedheid van de mens, over de dunne grens tussen beschaving en oergeweld, over de Engelse yob culture (zeg maar tokkie, maar dan met vlindermes) en het onvermogen van intellectuelen zich een bestaan aan de zelfkant van de samenleving voor te stellen.
Jenny (Kelly Reilly) en Steve (Michael Fassbender) gaan voor het weekend naar een bos ergens in Engeland, groen en uitgestrekt en aanlokkelijk met een prachtig meertje, waar ze hun tent opslaan. Jenny, kleuterschooljuf, Steve een yup, te oordelen aan zijn SUV met NAV en zijn enthousiasme voor wat dat apparaatje allemaal kan. Maar het tomtommetje heeft een donkere, ironische betekenis, want het brengt Jenny en Steve ook naar de randgemeente rond het bos, waar de yobs wonen. Dat merken ze meteen als een stelletje tieners met een wrede hond en een boombox de rust aan de oever van het meer verstoort. Het contrast is duidelijk, de actuele resonantie van de handeling is voelbaar: het beleefde verzoek van Steve aan de tieners, poor white trash, om de muziek zachter te zetten, de haat in hun ogen, onverwacht, schokkend, gevaarlijk. De leider, een jongen van nog geen vijftien met dode ogen, straalt maar één ding uit: ik ben een killer. Maar hij is nog maar een kind.
Eden Lake, geregisseerd door de nieuweling James Watkins, past in een narratieve gietvorm waarin ontwikkelde stadsmensen oog in oog komen te staan met de oerinstincten van het platteland. Een rijk genre. Denk aan John Boormans meesterwerk Deliverance (1972). Meer recent vond ik zowel Scott Smith’ roman The Ruins als de filmversie ervan bijzonder geslaagd (in de wrede natuur is de mens weerloos). Interessant genoeg zijn er in de laatste jaren juist uitstekende Engelse inschrijvingen in het genre, bijvoorbeeld Neil Marshalls Dog Soldiers (weerwolven vangen soldaten in het bos) en The Descent (witte wezens vangen spelonkologen in een grot) en misschien ook Danny Boyle’s virusallegorie 28 Days Later. Nog zo’n film is natuurlijk Straw Dogs (1971) van Sam Peckinpah (yobs maken jacht op Dustin Hoffman en Susan George, maar dan vecht Hoffman terug). Maar Britse recensenten verwijzen in hun bespreking van Eden Lake ook nog naar Blue Remembered Hills (1979) van Dennis Potter, uitgezonden in Play for Today van de BBC, waarin verloren onschuld en de wreedheid van kinderen centraal staan. Inderdaad, in Eden Lake herinneren vergezichten van het groene bos aan soortgelijke beelden bij Potter, ook die in de flashbacks in The Singing Detective waarin Marlowe zijn jeugd in het Forest of Dean voor zich ziet. Ten slotte weerklinkt ook William Goldings The Lord of the Flies in Eden Lake: ver weg van de beschaving wordt gewelddadig handelen schrikwekkend makkelijk tweede natuur.
Dit alles geeft aan dat Watkins’ film een diepgang heeft die past bij de beste werken in een genre dat op het oog frivool lijkt. Eden Lake valt te lezen als allegorie van sociale en politieke ontwikkelingen in het Engeland van de laatste jaren: het probleem van yob culture in troosteloze randgemeenten, zinloos geweld in de publieke ruimte en de constante toon van politiek rumoer vanuit de onderbuik. Ook voor Nederland dus een zeer relevante film.

Te zien vanaf 14 mei