Kilo

De bus gemist. Op weg naar de synagoge waar ik zowel naartoe wilde als moest.

Noodzakelijke boodschap daarom van heen- naar terugweg verzet.
Er zat van alles. Wie vooral opvielen door aanwezigheid waren de lange staatssecretaris, de strenggekousde fluitiste en de vervelende fotograaf.
Stilte. Daarna muziek uit allerlei bron. Dans om de nieuwe piano en als afleiding nog een soort inleiding. Waarbij de spreker wees op de top van een zachtzakelijk bakstenen gebouw, zichtbaar door rechts raam. Hij vroeg om toegepaste aandacht voor de bewaarschool, daar eens gevestigd. Ik was blij met die verwijzing, omdat ook ik daar eens werd bewaard. In het begin vol tegenzin, maar naarmate ik mij tijdens de lunch steeds dichter in de stralingswarmte van juffrouw De Bruin kon koesteren met vrijwel volledige instemming.
Mijn terugblik op La Brune duurde langer dan ik had verwacht, zijwaartse onderwerpen werden aangedaan, en vond zijn slot in geestdriftig applaus. In het echt veel meer bestemd voor het superelegante glissando van de sopraan, waarmee zij het zoveelste deksels Schotse lied van Le Ludwig beëindigde.
Afgelopen. Tijd om de schilder die ik jaren had gemist en wiens aanwezigheid ik onmogelijk had kunnen voorzien (intussen wel kennisgenomen van zijn nieuwste meesterwerk met daarop 99 pinguïns), te verrassen door hem mijn sokken te tonen, ook vol met pinguïns. Dat maakte alle aanwezige humeuren nog beter. Mijne was al redelijk in balans door het vermorzelen van zuiver gesneden plakjes roggebrood met daarop gepaste hoeveelheden nieuwe haring. Spaanse wijn er onderdoor en overheen. Het leek de Vrede van Munster wel. Hebben de nieuwere godshuizen de mogelijkheden verruimd, bij de oude zitten ze ook niet stil.
Terugwegse boodschap gedaan. Dat uitstel door overmacht zal mij later nog wel eens ten goede komen. Want wie neemt er tegenwoordig op sjabbes nog een kilo varkensvlees mee naar de sjoel?