Reis om de wereld in 50 minuten

Kilometers maken

In de kinderfilm Reis om de wereld in 50 minuten spelen twee acteurs een game die hen over de aardbol jaagt, of beter gezegd: die hen door het archief van het EYE Film Instituut leidt.

Met de zweeftrein naar Parijs. In een zeppelin naar Londen. Via Egypte op een zeilschip over een woeste zee naar China. Een schommelende olifant in India. Over de ijzige Noordpool naar Amerika. Beelden van New York in vogelvlucht, van surfers in Hawaï, piramides, de Eiffeltoren, een Chinees circus, een vrouw die worstelt met een krokodil en een bokswedstrijd die onder water plaatsvindt. In Reis om de wereld in 50 minuten wordt in razende vaart over de aardbol getrokken en schieten veel verrassende beelden voorbij. De voorstelling, waarin film, theater en muziek samengaan, is losjes gebaseerd op de klassieker van Jules Verne, De reis om de wereld in tachtig dagen. Fogg en zijn knecht Passepartout zijn theateracteurs die op een podium voor het filmdoek een game spelen. De filmbeelden, die veelal stammen uit het begin van de vorige eeuw, passen bij de negentiende-eeuwse sfeer van Verne’s boek. De vaart van de reis en de game-achtige animaties die aan de oude filmbeelden zijn toegevoegd maken de voorstelling toch helemaal van deze tijd.

Frank Roumen, de schrijver, beeldverzamelaar en regisseur van Reis om de wereld in 50 minuten, heeft een lange ervaring als het om deze vorm van totaaltheater gaat. Hij studeerde filmwetenschap in Nijmegen, onder meer bij Eric de Kuyper. Toen deze eind jaren tachtig directeur van het Filmmuseum werd, vroeg hij Roumen zich te buigen over de kinderprogrammering. Vanaf begin jaren negentig begon hij kindervoorstellingen te maken waarin hij thea­ter mengde met de historische schatten die in de collectie van het Filmmuseum te vinden zijn.

Die collectie is curieus van samenstelling: veel van de filmcanon ontbreekt, maar het archief bevat tegelijk een grote rijkdom als het om de vroege filmgeschiedenis gaat, zeg maar de periode van 1900 tot 1930. Onaffe films, prille experimenten, onbekende snippers – allemaal materiaal van vóór de dominantie van Hollywood, waar het plezier en de experimenteerlust vanaf spatten. ‘In zekere zin werk ik ook met found footage’, zegt Roumen.

Voor Reis om de wereld in 50 minuten stuitte hij bijvoorbeeld op historische filmbeelden uit China, van een stadje in de buurt van Shanghai, waar Chinezen in een soort gondels over grachten varen. Het heeft veel weg van een Chinees Venetië, met dat verschil dat er een wereld wordt getoond die niet meer bestaat. Hij verwerkte documentair beeld in de voorstelling van de expeditie van Shackleton naar de Zuidpool: een wonderlijk ijslandschap waarin sneeuwplanten lijken te groeien. Helemaal merkwaardig zijn de spiegelshots van New York: het is alsof de stad in een lachspiegel kijkt, met een vervormd schip en een Vrijheidsbeeld met vreemde bollingen.

Frank Roumen moet een hoofd vol filmbeelden hebben. ‘Dat is een kwestie van kilometers maken’, zegt hij. Hij deed zijn vervangende diensplicht bij het Filmmuseum en omdat hij daar geen droog brood mee verdiende, kluste hij bij als zaalwacht. Zo zag hij al veel films aan zich voorbij trekken. Daarnaast zat hij één dag per week achter de viewingtafel om de collectie door te ploegen: ‘Het is wat Malcolm Gladwell beschrijft in zijn boek Uitblinkers: als je iets goed wil doen moet je er veel uren in steken’.

Voor kinderfilms is het oude en stille filmmateriaal heel geschikt. ‘Volwassenen denken in laatjes’, zegt Roumen. ‘Kinderen zijn veel opener. Zij ervaren de oude filmbeelden niet als gedateerd. Ze zijn veel meer bezig met de vraag of iets echt is of niet. De acteurs, die aanwezig zijn op het podium, ervaren ze als echt; de filmbeelden, ook al zijn ze documentair, zien ze als fictie.’

In Reis om de wereld in 50 minuten worden grofweg dezelfde plaatsen aangedaan als bij Jules Verne. Roumens acteurs hoeven echter niet daadwerkelijk om de wereld te reizen, ze spelen een game die hen over de aardbol jaagt. Natuurlijk is het geen echte game, maar de animaties die graphic animator Niels Mud heeft toegevoegd, wekken wel die indruk. Fogg en Passepartout moeten opdrachten uitvoeren en kunnen zo tijd winnen of verliezen. Ze moeten bijvoorbeeld een fietsend paar in Parijs – een slapstick van vóór Charlie Chaplin – met stokbroden en croissants bekogelen, opdat ze vallen. Het maakt de slapstick nog absurder, die stripachtig getekende deegwaren die tegen de fietsers aanvliegen.

Het is een mooie vondst, die game, waardoor grote sprongen in de ruimte genomen kunnen worden, zeker als blijkt dat Fogg vals speelt en de game als het ware ontploft, de beelden over elkaar buitelen en het aanvankelijke realisme wordt losgelaten. Zo worden op een gegeven moment ook de wonderschone beelden van Voyage à travers l’impossible van filmpionier Georges Méliès uit 1904 getoond: een treintje dat uit een surreëel landschap een dramatische wolkenlucht in rijdt, de zon tegemoet. De zon krijgt langzaam een gezicht en het treintje verdwijnt in de open mond.

‘Het zijn snoepjes’, zegt Roumen, ‘die beelden die nog niet voldoen aan de Hollywood-codes. Er spreekt zo veel creativiteit uit.’ Die creativiteit en dat plezier stralen af op Reis om de wereld in 50 minuten.


Reis om de wereld in 50 minuten is 7, 8 en 9 april te zien in EYE Film Instituut