De beste boeken van 2019

Kind, kookeiland, Ottolenghi

Welk boek deed ons schaterlachen? Welk boek verbaasde ons, dwong respect af, of hielden we angstvallig voor onszelf, om het nu alsnog te noemen? Dit zijn de boeken die de recensenten van De Groene het meest bijbleven.

De Nederlandstalige roman met het hoogste netto uitlekgewicht is voor mij Kamers antikamers van Niña Weijers. Een klein mirakel, geschreven in denkend proza dat een diep gevoel oproept, in een onconventionele vorm die toch klassiek stijlvol en beeldend is. Het boek draait om vragen die algemeen lijken maar dat in de uitwerking allerminst zijn: wat betekent het om te leven, wat kan een mens over zichzelf weten, van welke literaire technieken hangt het verhaal dat je over jezelf vertelt aan elkaar? Weijers onderzoekt deze kwesties via het principe van de nevenschikking; ze laat haar protagonist mogelijke levens leiden die met andere keuzes gerealiseerd hadden kunnen worden. Zo krijgt het kalme geluk met een man een tegenhanger in de destructieve relatie met een vrouw, en verkent ze alsnog het standaardmodel waar ze in had kunnen stappen (kind, kookeiland, Ottolenghi) als ze bij die man was gebleven – als.

Of de hoofdstukken nu de vorm krijgen van een interview met een bewonderde schrijfster, een reisverslag naar het eiland van haar jeugd of een liefdesgeschiedenis aan de hand van de stand van de sterren, ze worden bijeengehouden door één grillig en voor zichzelf soms raadselachtig bewustzijn dat een onwaarschijnlijke opmerkingsgave heeft. Het is de combinatie van de scherpe observaties en de tinkelende, intelligente zinnen waarin ze worden gegoten die van Kamers antikamers zo’n absorberende leeservaring maakt.

Bij herlezing zie je pas goed hoe doordacht de constructie is, hoe de alternatieve levens elkaar echoën en spiegelen. Toch laat de roman zich door het verschuiven van de kleinste details, en door de metafictionele opmerkingen waarmee hij zichzelf ondermijnt, nooit volledig vatten. Het is als de sensatie die de protagonist heeft wanneer ze vanuit het park haar huis in zijn totaliteit ziet: ‘Het was overduidelijk een geheel, het onderscheidde zich niet alleen van de aangrenzende huizen maar leek zich er actief tegen af te zetten, zoals het zich ook actief leek te verzetten tegen mijn blik, tegen mijn idee over wat het geheel was, terwijl het tegelijkertijd deed alsof het zich prijsgaf.’ Kamers antikamers trekt mentale ruimtes open, om in te verdwijnen en er tegelijkertijd te zijn, je thuis te voelen.