Kind van de duivel

Zes jaar geleden vluchtte Suzan (voorheen Carl) van Meerendonk als junk met tbc naar Turkije. Zij moest weer terug omdat het leven er voor haar onmogelijk werd. De transseksuele zoon van een fascist schrijft momenteel samen met haar echtgenote een boek over hun bewogen leven. Een interview.
HET WAS EEN miezerige dag in juli 1995. Te midden van een vlucht uitgelaten passagiers die op Schiphol landde, sjokte een echtpaar met olieverfschilderijen en tassen zomerkleding. Nilufer en Suzan - voorheen Carl - van Meerendonk leken overhaast te zijn vertrokken. Ze hadden zich de gram van de Turkse autoriteiten op de hals gehaald. Voor Nilufer dreigde zelfs gevangenisstraf. Ook Suzan was er niet meer veilig, want Suzan, officieel een man, begon fysiek steeds meer op een vrouw te lijken. Haar ontluikende borsten kon ze maar nauwelijks onder wijdvallende overhemden bedekken.

Eenmaal terug in Nederland begon een zwerftocht langs tijdelijke kamers. De huidige verblijfplaats is een huisje in Leiden waar alles om de computer draait. Dagelijks vechten ze om wie er achter het toetsenbord mag. Samen werken ze aan een boek over hun verleden - het relaas van twee dissidente levens, begonnen in een fascistisch respectievelijk fundamentalistisch milieu. Hun beider opmerkelijke levenspaden kruisten elkaar vijf jaar geleden in de Turkse stad Mersin.
‘Bij onze kennismaking merkte ik al dat Suzan geen echte man was’, zegt Nilufer over haar echtgenoot. 'Hij leek op een vrouw die met een plaksnor op voor man probeerde te spelen.’
'Dat was in bed ook zo’, erkent Suzan. 'Ik kreeg wel een erectie, maar ik vrijde niet zo overtuigend als een man.’
Nilufer: 'Hij was een vrouw. Maar zijn lichaam reageerde als een man. Ik kon het niet rijmen.’
Op de tv staat een potje Androcur-'50 pillen, die de mannelijke hormonen onderdrukken. Suzan bereidt zich voor op een definitieve ombouw in het Amsterdamse VU-ziekenhuis. Geknutsel aan het lichaam om de gevolgen van wat Schiedamse artsen 45 jaar geleden als een medisch noodzakelijke ingreep zagen, ongedaan te maken. Suzans pasgeboren lichaam bracht haar ouders toen in verwarring. Was het een jongetje of een meisje? De baby bleek tweeslachtig en dat was geen toeval. Om op haar eenenveertigste zwanger te kunnen worden, had Suzans moeder het Des-hormoon geslikt. 'Ik was een soort testiculaire feminisatie’, zegt Suzan, 'een wezen dat er uitzag en zich leerde kennen als een meisje met xy- chromosomen.’
Haar ouders besloten dat het een jongetje zou worden en noemden hem Carl. Een kinderarts ging voortvarend aan de slag. 'Zij heeft mijn mannelijke geslachtsorganen geforceerd. Maar hoe precies, dat weet ik niet’, zegt Suzan die de waarheid wilde achterhalen toen ze 27 was. Zij ving bot. 'De kinderarts weigerde hierover met mij te praten.’
In een soort mythisch verhaal omschrijft ze het Des-hormoon als een 'duivels elixer’. Haat (vader) en Afgunst (moeder) wilden een kind. 'Satan zocht naar een middel dat de vereniging van Haat en Afgunst vruchtbaar zou kunnen maken.’ En Hij schiep het Des-hormoon.
HET JONGETJE CARL groeide op in een sfeer van marsmuziek, laarzen en wrok. Vader Van Meerendonk had enige jaren gevangenisstraf achter de rug wegens landverraad tijdens de oorlog, maar hij vond dat onterecht: wat had hij als aanhanger van het nobele Vlaamse ideaal fout gedaan? Tijdens de oorlog had Carls vader in Antwerpen gewoond. 'Via de Vlaams Nationalistische Beweging raakte hij hoe langer hoe meer bij de fascisten betrokken: omdat de Walen voor de Engelsen kozen, besloten nationalistische Vlamingen zich bij de Duitsers aan te sluiten’, vertelt Suzan.
Vader Van Meerendonk en zijn gezin woonden in een groot huis en genoten volop van het leven, weet Suzan: 'SS-officieren liepen er de deur plat. Ze speelden piano, zongen liedjes en dronken. Mijn drie halfzusters gingen bij de Hitlerjugend. Mijn halfbroer Peter ging in dienst bij de Waffen-SS. Vanwege dit feit werd hij na de oorlog door de Belgen ter dood veroordeeld. En niet eens, zoals hij me ooit na veel jenever toevertrouwde, voor zijn rol in de massamoord bij Babi Yar.’ Bij Babi Yar, in de Oekraine, werden duizenden Russische joden omgebracht.
Halfbroer Peter wist te ontkomen, naar verluidt met behulp van de Engelsen. Onder de naam Peter Wagner bouwde hij een nieuw bestaan op in Duitsland, waar hij werk vond in het onderwijs - achtereenvolgens als docent, rector en auteur van schoolboeken. 'Het vreemde is dat hij in 1975 met een heel groot feest zijn eigen naam weer is gaan gebruiken - terwijl hij, voor zover ik weet, nog steeds op de lijst van gezochte oorlogsmisdadigers staat’, zegt Suzan. Ze weet niet beter dan dat Peter momenteel in Bad Salzhausen bij Frankfurt aan de Main woont en dat hij zich daar bezighoudt met een studie van Sanskriet en Indo-Germaans.
Ze toont een beschadigd fotootje van haar halfbroer met de kleine Carl. Het is in een oogopslag duidelijk dat Carl een meisje is; je ziet het aan haar blik, aan de kokette manier waarop ze haar voetjes plaatst. Pe ter staart recht in de camera met trotse, ja arische blik. Het valt op hoe heftig de gewezen SS'er zijn kleine 'broertje’ beet houdt.
Suzan: 'Peter neukte alles waar een gat in zat. Hij heeft ook mij seksueel misbruikt. We gingen Peter regelmatig opzoeken in Duitsland. Hij durfde ook wel eens naar Nederland te komen. Lef had-ie wel.’
Peter was de held van vader van Meerendonk, die echter in voortdurende angst leefde dat zijn zoon ontmaskerd zou worden. 'In het huis van de gehangene spreekt men niet over touw’, placht hij te zeggen. Het was het best bewaarde familiegeheim, iedereen werd medeplichtig.
Suzan: 'Mijn vader was bovenal zwaar gereformeerd. Ook al ging hij niet meer naar de kerk, ons huis was doordrenkt met het geloof. Hij zat voortdurend in mijn geweten te peuren, mij vol te stoppen met zijn christelijke en fascistische waarden. Vanzelfsprekend was hij tegen communisten en buitenlanders. Dat waren in zijn ogen profiteurs.’
Door dat broeierige gereformeerde klimaat heeft Suzan een fascinatie voor godsdiensten. Vooral voor de desastreuze uitwerking die ze hebben op het individu. En haar fascistische nest heeft haar behept 'met een meer dan gemiddelde dosis sado-masochistische eigenaardigheden’.
SUZAN ZEGT een normale halfzus gehad te hebben, maar noemt haar naam liever niet. 'Zij maakte de onvergeeflijke fout gewoon te willen leven. Zij schreef mooie gedichtjes en net als ik werd zij door onze familie uitgestoten. Zij was in de ogen van de rest te onfatsoenlijk om fascist te kunnen zijn, want na de oorlog werkte ze een tijdje als prostituee.’ Suzan tast in het duister over haar verblijfplaats. 'Als ik zou weten waar ze was, zou ik haar direct bezoeken.’ Met haar familieleden heeft ze nauwelijks contact.
De andere halfzussen - wrokkig, want kaalgeschoren na de oorlog - zijn het extreem-rechtse gedachtengoed trouw gebleven. Veelzeggend is de reactie van zus Ingeborg op Suzans terugkomst in Nederland. 'Dat ik een niet-raszuivere levensgezel heb, neemt ze me zeer kwalijk’, aldus Suzan. 'Ze zei: “Om onze moeder niet te ontrieven, kunnen we formeel contact houden. Maar als moeder komt te overlijden, wil ik je nooit meer zien.” ’
Suzans moeder, de vrouw met wie Su zans vader na zijn vrijlating trouwde, verblijft nu in een bejaardentehuis. Ze was een half-Duitse uit Groningen die door haar (stief)kinderen als zwakzinnig werd beschouwd. Suzan: 'Zij was van het stel de enige met goede bedoelingen.’ Toch was zij het juist die op haar Carltje druk uitoefende om vooral een jongetje te zijn. 'Ik merkte dat mijn moeder niet bijster veel vertrouwen in mijn jongetjes-zijn had’, zegt Suzan, proestend van het lachen. 'Ze beschermde me overdreven, maar ik moest tegelijkertijd haar grote knul zijn.’ Dat Carl bij voorkeur met meisjes speelde - 'Mijn eerste herinnering is het besef een meisje te zijn’ - was verdacht en werd verboden.
Tijdens een vakantie in het Brabantse Uchelen kreeg het vierjarige meisje-in-jongenstenue het te kwaad bij de aanblik van nichtje Astrid, die onbekommerd een meisje was. 'Uit pure jaloezie probeerde ik haar in een van de diepe putten van de zandafgraving te duwen.’ De familie peperde Carl deze moordaanslag flink in. Jarenlang ging hij onder schuldgevoel gebukt. Later maakten familieleden het knaapje om zijn meisjesachtig gedrag belachelijk. Carl ging verjaardagen en andere bijeenkomsten mijden. 'Hoe ik ook mijn best deed om een mannetje te spelen, geloofwaardig was het nooit.’
Op de mulo ontpopte Carl zich als een hasjrokende hemelbestormer, lid van de 'georganiseerde wereldverbetering’, de Socialistische Jeugd van Nederland, erfgenaam van de AJC. Al snel kwam hij in aanvaring met het Gezag, met bijvoorbeeld wijlen Verhaagen, de toenmalige hoofdcommissaris van de Schiedamse politie. 'Tijdens discussies over de legalisering van hennepprodukten bleek ik beter gedocumenteerd dan hij. Dat kon hij niet verkroppen.’ Volgens Suzan is het hoofdcommissaris Verhaagen geweest die ervoor zorgde dat hij 'wegens onvoldoende studieresultaten’ van de mulo werd verwijderd. 'Verhaagen heeft de mulo-directeur onder druk gezet.’ Carl zag zich genoodzaakt in datzelfde jaar het staatsexamen af te leggen. Hij slaagde.
Een jaar later werd hij verwijderd van de Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost in Breda, opnieuw wegens onvoldoende studieresultaten. 'Terwijl de termijn voor het inleveren van mijn werkstukken nog niet verstreken was’, vertelt Suzan, die de directeur van de academie daar dan ook voorzichtig op wees. 'De directeur zei: “Wij zijn een respectabele katholieke instelling. Wij geven geen diploma’s aan communisten.” ’
Om de verwarring over zijn identiteit te vergeten, stortte hij zich op elk links initiatief. Op de stadsvernieuwing, op de Kabouters, de geweldloze weerbaarheid en later op de anti-psychiatriebeweging. Hij was mede-oprichter van het Inloophuis voor (ex-)psychiatrische patienten in Leiden. Zijn verleden bleef hem desalniettemin achtervolgen: een vrouw in een geforceerd mannenlijf met een allesoverheersende vaderobsessie.
Eind jaren zeventig kreeg Suzan Androcur '50 en lynoral voorgeschreven door de Amsterdamse Genderstichting, zodat ze vrouwelijke welvingen zou krijgen. Haar vrienden in Schiedam lachten haar uit. Zelfs haar beste vrienden lieten haar vallen. Dat leverde Suzan een depressie op. Begin jaren tachtig stopte ze met die pillen, 'omdat ik zo'n beetje alles kwijtraakte wat ik had’. Inclusief haar baantje in de wasserij van de St. Bavo, een psychiatrische inrichting in Noordwijkerhout. 'Vies klotewerk’, zegt Suzan, 'maar het was tenminste werk. Veel mensen in mijn situatie raken geisoleerd.’
TIJDENS HAAR sollicitatiegesprek had Suzan verteld dat ze onder behandeling bij de Genderstichting was om definitief vrouw te worden. 'Geen probleem’, zei haar personeelschef. Later veranderde hij van mening. Suzan werd ontslagen, 'omdat ze niet in het team paste’. Hetzelfde liedje kreeg ze te horen van de mensen bij wie ze een kamer had gehuurd. 'De buren begonnen te klagen wanneer ik me had opgemaakt of in een jurkje in de zon zat. De mensen bij wie ik inwoonde, best progressief, waren uiteindelijk niet meer bestand tegen de praatjes in de buurt over die rare, enge vent.’
Geleidelijk aan dreef Suzan, intussen WAO'er, af naar het circuit van psychiatrie en drugs. Ze verbleef ruim een half jaar in kliniek de Ursula, waar ze vernam dat haar problemen terug te voeren waren op haar masochisme. Hoewel een andere afdeling haar transseksualiteit erkende, zij het dat langdurige opname noodzakelijk zou zijn. Suzan: 'Psychiatrie is politie.’ Ze is de de idealen van de antipsychiatrie altijd trouw gebleven.
Begin jaren tachtig concludeerde Suzan verbijsterd dat alle deuren voor haar dicht bleven. Ze was aan de zelfkant geraakt. 'Ik voelde de laars van de welvaart in mijn nek.’ Zelfs op de WSW, de sociale werkplaats, wilden ze haar geen werk geven. 'Ik had het stempel van ex-psychiatrische patient.’ Suzan vroeg haar bedrijfsvereniging of ze zich kon laten omscholen. De psycholoog die haar een beroepskeuzetest voorschotelde, geloofde haar bedoelingen niet. 'Zijn begrijpelijke wil om weer aan het werk te gaan, moet gezien worden als compensatie voor zijn minderwaardigheidsgevoel.’ Een tekst van zulke strekking las Suzan in het rapport. Omscholing, concludeerde de bedrijfsvereniging, was niet aan deze man besteed.
Suzan: 'Ik had geen strafblad. Ik had me altijd fatsoenlijk gedragen. Opeens was ik een outcast.’ Met de daarbij behorende wezenloze gang langs de instanties. 'Je wordt paranoide. Je gaat denken dat ze jou moeten hebben’, zegt ze. 'Dat is een vergissing: ze moeten jou helemaal niet hebben. Integendeel. Jij bent gewoon een dossier. Het is een octopus zonder gezicht. De vooroordelen tegen je seksuele geaardheid, tegen je psychiatrische verleden, bovenop je al lang bestaande BVD-registratie, het gekonkel van je familie, de rapportages waar je geen inzage in krijgt en het don’t call us, we call you. Dit alles knakt een mens. En dat is ook de bedoeling.’
Ze was hooked tussen 1985 en 1990. 'Ik leefde in een volkomen sociaal isolement. Mijn sociale horizon bestond uit psychiatrische patienten en drugsgebruikers.’ Verslaafde vrienden stierven een voor een. 'Eentje heb ik nog geholpen met zelfmoord. Nu ja, advies gegeven. Zelfmoord, mijn vriend had gelijk, is een oplossing voor een bestaan in wanhoop. Mijn psychiater zei: “Waarom ga je het land niet uit? Als je nog een kans wilt hebben, moet je die niet in Nederland verwachten.” Daarmee heeft hij mijn leven gered.’
Suzan vluchtte, zes jaar geleden, halsoverkop naar Turkije. Met ontwenningsverschijnselen van de heroine en met medicijnen tegen de tuberculose die ze in Nederland had opgelopen. De keuze voor Turkije was ingegeven door de wens van een verslaafde: 'In Turkije is de heroine goedkoop.’
Precies op het moment dat de Golfoorlog uitbrak, leerde zij Nilufer kennen.
Nilufer is een kunstzinnige Koerdische vrouw - ze schrijft, schildert en acteert. Ze dreigde echter stuk te lopen op haar fundamentalistische familie en omgeving. Door haar ouders werd ze ooit van school gehaald - een meisje hoeft immers niet te leren. Een vrouw die door haar vader geslagen werd omdat ze 'te geil’ een lantaarnpaal vasthield. Een vrouw die ooit door een vriend anaal werd verkracht, uit respect wel te verstaan: zo zou immers haar maagdelijkheid en dus haar handelswaarde intact blijven.
Nilufer (33): 'Suzan heeft mij gered. Zonder hem was ik met een traditionele Turkse man getrouwd, had kinderen gekregen, mijn kunst was zeker gestorven en ik zou gek geworden zijn.’
Over het fundamentalisme schrijft Nilufer: 'Dat deze fossiele behoudzucht, deze geritualiseerde meedogenloosheid kan bestaan, komt ons steeds opnieuw voor als een ongeloofwaardige absurditeit. Alsof het over een met wreedheden doortrokken, een van god verlaten boosaardig sprookjesland zou gaan. Over een land waar niet te leven valt. In dat land worden kleine meisjes, kinderen nog, tot bruid gemaakt. Tegen hun zonen vertellen de moeders: “Jij bent een man! Jij hebt niet het recht om bang of zwak te zijn. Geef geen krimp, al voel je je ellendig als een worm. Sterk moet je lijken zodat anderen je zullen respecteren en gehoorzamen. Laat je onbarmhartigheid aan den lijve voelen opdat ze je zullen vrezen.” Zo voeden moeders hun zonen op in dat sprookjesland.’
Nilufer spaart haar zusters niet: 'Vrouwen willen achterlijk blijven. Onwetendheid maakt je leven een stuk makkelijker. Zelfs verlichte, goed opgeleide meisjes kiezen, met achterlating van al hun kennis, op een gegeven moment voor de sluier. Om zich veilig te wanen.’ Haar opvattingen over de medeplichtigheid van vrouwen aan hun onderdrukking sloegen niet aan bij Turkse progressieve vrouwen. Op een bijeenkomst ter ere van Vrouwendag vielen zij over haar heen.
Intussen worstelde Nilufer met de geslachtsverandering van haar geliefde - haar man wordt vrouw. Moest ze dan maar lesbisch worden? Nilufer vreesde bovenal de reactie van haar orthodox-islamitische familie, die dit nooit zou accepteren. Desalniettemin vond ze dat Suzan haar gang moest gaan en dus stapte die voortvarend naar de apotheek - om de behandeling waarmee ze in 1980 gestopt was, te hervatten. Cyproteronacetaat, onderdrukker van het mannelijk hormoon, is in Turkije vrij verkrijgbaar in de apotheek.
Tezelfdertijd werd Suzan, buitenlander, doelwit van racisme in Mersin. Hoewel keu rig getrouwd met Nilufer en zelfs besneden, zag de omgeving dit huwelijk als godslasterlijk. Suzan werd als een heiden beschouwd. De problemen begonnen in hun site, een groep flats die bij elkaar horen. Het bestuur van de site, de voorzitter voorop, zag de buitenlander liever gaan dan komen. Kleine pesterijen volgden. Suzan: 'Onze bel deed het niet meer. Gek genoeg begon die wel te rinkelen tijdens het ochtendgebed.’ Het was een duidelijk, bijna ludiek protest tegen de afwezigheid van Suzan in de moskee. Toen Suzan beleefd ging vragen wat er aan de hand was met haar bel, werd zij in elkaar geslagen. Nilufer op haar beurt werd voor hoer uitgescholden.
Nilufer besloot op de plaatselijke tv haar standpunt duidelijk te maken. Waarom werd haar Nederlandse partner gediscrimineerd? Racisme en fundamentalisme, zo betoogde ze voor de camera, deugen niet. De voorzitter van de site moest hen met rust laten. Dit tv-optreden kwam haar duur te staan. 'Minachting van de Turkse rechtsstaat’ luidde een van de aanklachten tegen haar en tegen Suzan. Hun advocaat waarschuwde dat Nilufer op een jaar gevangenisstraf moest rekenen. Suzan op haar beurt zou persona non grata worden en dus uit het land worden verwijderd. Een ander probleem werd even knellend: door de hormoonpillen kreeg Suzan borsten.
HET WAS DUIDELIJK: maken dat je wegkomt. Voordat ze naar Nederland vertrokken, had Suzan uitgebreid getelefoneerd met dominee Anton Dronkers in Leiden, de man met wie zij had samengewerkt bij de oprichting van het Inloophuis. Dronkers is een bekend figuur in Leiden, de man van de Hervormde Diaconie, de man van de 'georganiseerde liefdadigheid’. Dronkers beloofde klaar te staan voor Suzan, die hem trots kon vertellen dat ze al vijf jaar clean was.
Het klaarstaan bleek van een andere orde dan verwacht. Dronkers had een plekje voor hen gereserveerd in zijn huiskamerproject voor drugsgebruikers en zwervers. 'Ik was weer terug bij af’, zegt Suzan, die de doodsangsten uitstond van de ex-verslaafde: bang om weer te beginnen. 'Een lispelende leuterkont’, zo betitelt ze nu dominee Dronkers. 'Het leek wel een film. We waren gewend aan fundamentalisten, struikrovers en terroristen, maar wat we hier zagen, tartte ons voorstellingsvermogen. Het was alsof we in een parallelle werkelijkheid terecht waren gekomen. De laatste vijftig jaar hadden zich blijkbaar op een heel andere manier voltrokken dan ik me meende te herinneren. Alsof Drees al voor de Tweede Wereldoorlog gestorven was en er nooit een democratiseringsbeweging had plaatsgevonden.’
Suzan was onkundig van de plannen om het ziekenfonds en de ziektewet te privatiseren. Zij had de geprivatiseerde bedrijfsvereniging niet meegemaakt, was niet op de hoogte van de op handen zijnde koppelingswet om illegalen uit te roken, laat staan van de tijdgeest op de arbeidsmarkt: vrije markt zonder god en gebod. De verzorgingsstaat is afgebroken, constateert Suzan verbouwereerd - nota bene door de PvdA. Ze spreekt over het verraad van de sociaal- democraten. Een verraad waar Wim Kok symbool voor staat. Kok omschrijft ze als een man die 'meer van Goebbels dan van Troelstra heeft begrepen en het begrepene op sublieme wijze in praktijk brengt. Hij doet wat het bedrijfsleven van hem verlangt.’
Even verbaasd is Suzan over de opkomst van het fundamentalisme in Nederland, over de in haar ogen enorme EO-aanhang. 'Je kunt de tv niet aanzetten of je ziet weer een kinderfilm waarin het bijbelse scheppingsverhaal wordt uitgelegd.’ Nederland, vreest ze, kan even fundamentalistisch worden als Turkije. 'Omdat de wortels van mensen worden afgenomen, zijn ze vatbaar voor het geloof.’ De in haar ogen sterke overeenkomst tussen Turkije en Nederland maakt van haar 'uit zelfverdediging’ een 'cultuurvijand’. 'Culturen zijn overal hetzelfde. De verschillen die wij menen te zien, zijn verschillende vernisjes over dezelfde onderdrukkingsmethoden. Culturen zijn geestesziekten waarvan wij niet kunnen genezen.’ Vandaar dat zij niet meer gelooft in de multiculturele samenleving. 'Alleen de non-culturele samenleving is mogelijk.’
EN DAN DIE undercover-agent die plots aanbelde. Ja, Suzan weet zeker dat het iemand van de politie was. Op 3 oktober, een week nadat Nilufers verblijfsvergunning was toegekend, belde een onbekende man aan. Hij bood Suzan aan heroine te verkopen en zijn gulheid kende geen grenzen, want: 'Pas nadat ik de dope in de stad in kleine porties verkocht zou hebben, zou ik hoeven af te rekenen. Uit het milieu krijg je nooit zo'n aanbod’, zegt Suzan. 'Bovendien heb ik nooit gehandeld en staat zo'n beetje iedere druggebruiker in de rij voor zo'n buitenkansje. Wie doet in godsnaam zo'n voorstel aan iemand die al vijf jaar clean is?’
Het draagt bij aan een syndroom waar Suzan de laatste tijd last van begint te krijgen. 'De megalomane variant van de paranoia’, noemt ze het zelf. 'Ik ga me plots heel belangrijk voelen. Waarom voelt de overheid nu de behoefte om mijn nietige persoontje kalt te stellen? Ik ben gewoon een nobody die tot een stuk of vier gediscrimineerde minderheden behoort.’
Nilufer voelt zich wel thuis in Nederland en bereidt zich voor op de kunstacademie. Dat Suzan zich nu daadwerkelijk laat ombouwen tot vrouw, valt haar zwaar. 'Ik mis een man.’ Suzan: 'Tuurlijk, en da’s ook de deal die we hebben gemaakt. Als een van ons behoefte heeft aan een relatie met een man, dan zal de ander geen spelbreker zijn. In Turkije hadden we allebei een vriendje.’
Suzan zou graag een relatie met een heteroman willen. Maar: 'Ik ben bang dat ze mij als rariteit gaan zien en niet als een echte vrouw.’
Ze zit nu in een tussenfase. 'Ergens tussen man en vrouw in. Ik heb heel veel complexen, over hoe ik eruit zie. Ik vind dat ik er heel mannelijk uitzie. Ik heb last van mijn baardgroei. Maar dat mijn borsten tot ontwikkeling zijn gekomen, dat vind ik wel lekker. Ik heb zo'n Hema-beha die het accentueert. Ik zal nooit honderd procent vrouw kunnen zijn. Nooit een baarmoeder kunnen hebben. Nooit kinderen kunnen baren. Vreselijk. Ik denk dat ik een hele goede moeder was geweest.’
Transseksuelen sterven jong: de vrouwelijke hormonen die zij innemen, hebben een desastreuze uitwerking op de bloedvaten. Ook worden veel zelfmoorden onder de omgebouwden geconstateerd. 'Toch doe ik het. Ze hebben iets van mij afgenomen: mijn geslacht’, zegt Suzan. En bijna-plechtig: 'Ik wil mijn geslacht terug.’
Tijdens het spektakel Live Magazine op 2 maart in De Balie te Amsterdam zullen Nilufer en Carl live worden geinterviewd.