Warme drollen

Kinderboek

In ‘Slapen en schooieren’ schetst Peter van Gestel met liefde de kneepjes van het huisdier-zijn.

Op de kaft van Slapen en schooieren prijken in Sylvia Weves losse tekenstijl een brutaal minikatje, een laag bij de gronds model hond en een volumineus, woedend over haar schouder loerend poezenbeest. Het zijn Stientje, Japie en Sheherazade, de hoofdpersonen uit Peter van Gestels nieuwste boek. Het enorme succes van Mariken (1997) heeft Van Gestel blijkbaar aangemoedigd door te gaan met het verkennen van nieuwe mogelijkheden, op een punt in zijn schrijversloopbaan waar het schetsen van het moeizame puberbestaan zo langzamerhand was uitgegroeid tot zijn specialisme. En ook al bedacht hij nu een dierenverhaal waarin de mensen niet meer dan figuren in de marge zijn, aangeduid als ‘de lui’, toch blijven de sterke punten van Van Gestels schrijverschap rechtovereind. De dialogen zijn spits en geestig, er valt regelmatig te (glim)lachen en de karakters zijn geloofwaardig, want levensecht. Vooral dat laatste is geen geringe verdienste.
Wie over dieren schrijft - en binnen de jeugdliteratuur is dat een heel gewoon verschijnsel - vult de viervoetige, behaarde verschijningsvorm veelal in met menselijk gedrag. Van Gestel doet dat maar gedeeltelijk. Zijn beestenspul beleeft geen grootse avonturen, afgezien van Japie die een paar dagen tegen zijn wil zwerfhond is. De boektitel is precies op zijn plaats. De tijd gaat traag en is voornamelijk gevuld met het streven naar lekkere hapjes en de beste plek voor talloze slaapjes, terwijl er vooral ook met overgave warme drollen worden gedraaid en opluchtende plassen gedaan. Naast dit in mensenogen weinig opzienbarende bestaan geeft de schrijver zijn honden en katten echter ook de mogelijkheid tot denken en spreken. Daarbij vult hij hun gedrag en verlangens in op grond van zorgvuldige observatie, waaruit inzicht en genegenheid blijkt voor wie het lot van huisdier treft. De auteur schetst die positie als heen en weer geslingerd tussen het verlangen naar vrijheid en naar de genegenheid van de onbegrijpeli
jke lui.

Stientje komt als jonkie in een gezin dat wordt geregeerd door de nukkige Sheherazade, die zichzelf te goed acht voor zulke oerkatse zaken als muizen vangen en kinderen krijgen. Verder is er lompe, ongecompliceerde Japie die zijn best doet op een ordentelijke hond te lijken en op de achtergrond nog de bijna kale kater Simon. Sheherazade en Simon vormen samen een fraai paar bejaarde mopperkonten. Van dit gezelschap leert Stientje de kneepjes van het huisdier-zijn. Nieuwsgierig en onbevangen bevraagt zij haar omgeving en weet de hooghartige oude poes nog tot late moederlijke neigingen te brengen. Daarmee vertoont ze treffende overeenkomsten met de middeleeuwse Mariken uit Van Gestels vorige boek.
Het gezelschapje scharrelt rustig de dagen door, zonder veel structuur in de kleine gebeurtenissen. Eigenlijk zijn vooral de oudere dieren allemaal eenpitters, gekleineerd door de lui en op zoek naar een beetje aanspraak en warmte bij elkaar. Het vertelperspectief wisselt onophoudelijk, wat een zekere stuurloosheid teweegbrengt. Alleen aan het eind vindt een soort apotheose plaats, waar kat en hond een groots gevecht aangaan met een ongewenste buitenstaander. 'Je bent een kat van een hond’, is het mooiste compliment dat Stien na afloop aan Japie kan geven.




Peter van Gestel, Slapen en schooieren. Uitg. Fontein,160 blz., ƒ 27,90